of 59345 LinkedIn

Verboden inkomensgrens Wmo toch regelmatig ingezet

Diverse gemeenten hanteren een inkomensgrens voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), hoewel dat volgens staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS, CDA) wettelijk gezien niet mag. 

Diverse gemeenten hanteren een inkomensgrens voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), hoewel dat volgens staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS, CDA) wettelijk gezien niet mag. 

‘De Wmo gaat uit van een individuele toetsing per cliënt en staat niet toe dat gemeenten in hun verordening een inkomensgrens instellen, waarboven geen aanspraak op een voorziening gemaakt kan worden’, antwoordde Veldhuijzen van Zanten onlangs op vragen van VVD-Tweede Kamerlid Tamara Venrooy. Verschillende gemeenten verwijzen naar gerechtelijke uitspraken, waaruit zou blijken dat inkomensgrenzen juist wél mogen.

Gemeenten bedrijven volgens Veldhuijzen van Zanten met de grenzen inkomenspolitiek, maar dat is voorbehouden aan de rijksoverheid. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) schaart zich achter het standpunt van de staatssecretaris. ‘Met een algemene maatregel kijk je niet naar individuele gevallen en iemand bij voorbaat uitsluiten van een voorziening mag niet.’ Een inkomen zegt volgens een VNGwoordvoerder lang niet alles. ‘Hebben mensen hoge kosten? Of kinderen? Of juist veel spaargeld? Dat moet allemaal worden meegenomen bij de beoordeling.’

Gemeenten mogen wel een eigen bijdrage vragen voor Wmo-voorzieningen. De lokale overheden zijn, binnen maximumgrenzen, vrij de hoogte daarvan zelf te bepalen. Zo kan het gebeuren dat inwoners met een vergelijkbaar inkomen in twee nabijgelegen gemeenten een verschillend bedrag moeten bijdragen voor, bijvoorbeeld, een scootmobiel. ‘Uitgangspunt van de Wmo is dat gemeenten heel veel zelf mogen bepalen. Sommige politieke partijen vinden dat niet leuk, omdat gemeenten zo aan mensen met een hoger inkomen een grotere bijdrage kunnen vragen. Maar dat is niet verboden’, zegt de Rotterdamse hoogleraar Kim Putters, die veel onderzoek naar de werking van de Wmo doet.

Wirwar
Keerzijde is volgens Putters dat de grote beleidsvrijheid van gemeenten kan leiden tot ‘een wirwar aan regelingen’. Ook dreigen grote verschillen te ontstaan. ‘Bezuinigingen en stapelingen van kosten voor gemeenten kunnen via de Wmo worden doorberekend aan de burgers.’ Sommige gemeenten gebruiken een inkomensgrens of eigen bijdrage als bezuinigingsmaatregel, zoals in Etten-Leur (zie kader).

Putters benadrukt dat gemeenten wettelijk verplicht zijn om hun compensatieplicht na te leven en daarbij horen Wmo-voorzieningen, afhankelijk van de precieze behoefte die iemand heeft. Per individueel geval moet worden getoetst hoe hoog de eigen bijdrage is. ‘Het kan niet zo zijn dat mensen alleen op basis van hun inkomen een voorziening niet krijgen.’

Het ministerie van VWS weet niet hoeveel gemeenten met Wmo-inkomensgrenzen werken. De VVD-fractie in de Tweede Kamer heeft elf meldingen ontvangen over gemeenten die een inkomensgrens hanteren. Welke gemeenten dat zijn, wil de VVD niet zeggen.

De Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, de koepel van organisaties van mensen met een chronische ziekte of een handicap, ziet ‘steeds meer (concept-) verordeningen waarin de gemeente het recht op een voorziening direct koppelt aan het inkomen. Sommige gemeenten leggen vast dat mensen met een inkomen vanaf 150, 130 of soms zelfs 110 procent van het minimumloon geen aanspraak op een Wmo-voorziening kunnen doen.’

In Maastricht is sinds 1 januari een inkomensgrens van 150 procent boven de bijstandsnorm in de gemeentelijke verordening opgenomen voor hulp bij het huishouden en vervoersvoorzieningen. Een alleenstaande Maastrichtenaar tussen de 27 en 65 jaar die meer verdient dan 1.366,05 euro netto per maand, maakt geen aanspraak op Wmo-voorzieningen. De gemeente zegt wel te kijken naar de impact van deze maatregel op de individuele inkomenspositie. Een woordvoerder: ‘Waar deze impact te groot is hebben individuele cliënten hun voorziening behouden.’

Niet duidelijk
Dat staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten heeft laten weten dat een inkomensgrens niet mag, verbaast Maastricht. ‘De wetgever is kennelijk niet duidelijk genoeg geweest’, zegt de woordvoerder. Zij wijst op verschillende gerechtelijke uitspraken, waaruit blijkt dat gemeenten wel degelijk een inkomensgrens mogen hanteren.

Zo stelde de Maastrichtse rechtbank Brunssum ruim een jaar geleden in het gelijk toen de Limburgse gemeente niet langer een scootmobiel wilde vergoeden aan een inwoner. De rechtbank trekt uit een amendement op de Wmo-wet de conclusie dat ‘het college bij het bepalen van voorzieningen rekening houdt met onder meer de capaciteit van de aanvrager om uit oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. Dit betekent dat als de aanvrager de financiële middelen heeft om de voorziening zelf te betalen, hij niet in aanmerking komt voor verstrekking van de voorziening op grond van de Wmo.’

Brunssum hanteert sinds de invoering van de Wmo in 2007 inkomensgrenzen voor scootmobielen. De uitspraak van de Maastrichtse rechtbank bevestigt dat de gemeente zich aan de wet houdt, stelt een woordvoerder. ‘De staatssecretaris zegt nu van niet, maar dat zal moeten blijken. Wij wachten tot de Centrale Raad van Beroep hier een uitspraak over doet.’

Geen zaken
Een woordvoerder van de Centrale Raad van Beroep zegt dat er nu geen zaken over de Wmo-inkomensgrens liggen. Maastricht is ‘intensief’ met het ministerie van VWS en de VNG ‘in gesprek over hoe het verder moet. Er is in Maastricht wel in de geest van de wet gehandeld, maar de vraag is of dit ook op de juiste manier in de verordening is vastgelegd.’ Ook Maastricht houdt voorlopig vast aan de inkomensgrenzen.

John van Hal, hoofdredacteur van het Handboek Wmo, meent dat de gemeenten de jurisprudentie over een individu te snel vertalen naar algemene regels. ‘De rechter zegt: je mag in dit individuele geval een eigen bijdrage vragen of een Wmovoorziening ontzeggen. Bij de Wmo staat de compensatieplicht van het individu voorop, wat het hanteren van een standaard inkomensgrens dus discutabel maakt.’

Tot nu toe heeft Van Hal nog geen enkele gerechtelijke uitspraak gelezen, waarin een uitspraak gedaan wordt over een standaard inkomensgrens. Dat veel gemeenten dergelijke grenzen stellen komt volgens hem voort uit een van de voorlopers van de Wmo, de Wet voorziening gehandicapten (Wvg). ‘Daarin waren inkomensgrenzen standaard, maar in de Wmo staat daar niets over. Nu heeft de staatssecretaris duidelijkheid verschaft hoe zij de wet interpreteert.’


Etten-Leur: nieuw voorstel
Inwoners van Etten-Leur die meer dan de inkomensgrenzen verdienen, zouden per 1 januari aanstaande niet meer in aanmerking komen voor vergoeding van een scootmobiel, bijzondere fiets of deeltaxipas. Op 29 oktober gingen mensen de straat op om tegen de gemeentelijke bezuinigingen op de Wmo te protesteren. ‘Mijn scootmobiel zijn mijn benen, daar moet je van afblijven!’, stond op een spandoek. Volgens een woordvoerder inventariseert de gemeente op dit moment het gebruik van de vervoersvoorziening. Bij mensen die heel dicht bij de inkomensgrens zitten wordt gekeken ‘naar wat voor kosten zij maken. Wanneer er een inkomensgrens wordt toegepast, wordt per cliënt gekeken wat dit in hun situatie betekent. Individuele toetsing dus, en dat is toegestaan.’ Wethouder Theo Vaes (PvdA) komt volgend jaar met een nieuw voorstel richting gemeenteraad, waarbij een toelichting van het ministerie van VWS en de VNG wordt meegenomen. Tot die tijd worden de voorgenomen gemeentelijke bezuinigingen op de Wmo uitgesteld.


Roosendaal: eigen bijdrage
Roosendaal hanteert sinds 4 april inkomensgrenzen voor het collectief vervoer - de ‘deeltaxi’. Mensen die meer dan deze grenzen verdienen komen niet in aanmerking voor ‘verstrekking of vergoeding’ van de deeltaxi, aldus de gemeentelijke verordening. VVD-raadslid Eddy Matthijssen stelt vast dat Roosendaal ‘tegen de wet ingaat’. Hij vreest schadeclaims van mensen die ten onrechte geen aanspraak mogen maken op de voorzieningen. Wethouder Jongmans benadrukt dat inwoners van Roosendaal die boven de inkomensgrenzen zitten wel gewoon gebruik mogen maken van het collectief vervoer. In plaats van 55 eurocent betalen ze 1,70 euro voor een zone. Mensen met een seniorenpas betalen 1,35 euro. Inwoners van Roosendaal die meer verdienen dan de inkomensgrens worden dus niet uitgesloten van de deeltaxi, ze moeten alleen meer betalen dan mensen met een lager inkomen. Kan de gemeente dan niet beter spreken van een eigen bijdrage in plaats van een inkomensgrens? ‘Misschien moeten we het anders formuleren’, erkent een woordvoerder.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.