of 59345 LinkedIn

Vaagheid troef bij sociale wijkteams

‘We hadden de indruk dat sociale wijkteams een hype zijn’, verduidelijkt Van Arum (senior onderzoeker effectiviteit) de primaire reden om het onderzoek te starten. Met zoektermen als sociale wijkteams, multidisciplinaire teams en frontlijnteams rolde er een behoorlijk aantal gemeentelijke beleidsplannen uit.

Sociale wijkteams worden als wondermiddel gezien bij de integrale aanpak van zorg, welzijn en participatie. Maar over zaken als bemensing, doelstelling en gewenst eff ect staat bij gemeenten nauwelijks iets concreets op papier. 

Dat blijkt uit onderzoek van Movisie, dat na de zomer talloze gemeentelijke beleidsstukken en evaluatierapporten uitploos. De uitkomsten hebben de onderzoekers Silke van Arum en Vasco Lub verbaasd. Hoewel zij nog bezig zijn met het afronden van het onderzoek, licht Van Arum alvast een tipje van de sluier op. Naar verwachting wordt de rapportage, inclusief aanbevelingen, begin volgende maand gepubliceerd.

‘We hadden de indruk dat sociale wijkteams een hype zijn’, verduidelijkt Van Arum (senior onderzoeker effectiviteit) de primaire reden om het onderzoek te starten. Met zoektermen als sociale wijkteams, multidisciplinaire teams en frontlijnteams rolde er een behoorlijk aantal gemeentelijke beleidsplannen uit. ‘Heel veel gemeenten zijn er in de vorm van een pilot of experiment mee bezig’, aldus Van Arum. Soms wordt het sociaal wijkteam in een alinea genoemd in een groter stuk over sociaal beleid, soms is het de kurk waar het toekomstige integrale beleid van de gemeente op moet gaan drijven.

Bij nadere bestudering van 32 beleidsstukken blijken de plannen allemaal − nog − weinig concreet te zijn, constateren Van Arum en Lub. ‘Uitzonderingen daargelaten’, voegt Van Arum daar meteen aan toe. Gemeenten als Leeuwarden, Enschede en Eindhoven worden in den lande regelmatig aangehaald als best practice.

Vaag
Rode draad in alle bestudeerde nota’s en notities is dat ze ‘heel algemeen en vaag zijn geformuleerd. Ook zie je vaak dezelfde teksten terugkomen. De lokale inkleuring ontbreekt.’ Opmerkelijk omdat bij de decentralisaties van het sociaal beleid juist wordt gewezen op het belang van maatwerk. Een van de opvallende conclusies is dat gemeenten nauwelijks beargumenteren waarom ze een sociaal wijkteam in het leven willen roepen.

‘Sociale wijkteams worden gezien als dé oplossing voor problemen. Vrijwel nergens staat wat de doelstellingen zijn, welke problemen er in de wijken spelen en op welke wijze de sociale wijkteams die problemen moeten oplossen. Er staat gewoon dát er een sociaal wijkteam komt. Punt.’

De argumenten van gemeenten die hun doelstellingen wel zwart op wit zetten, verbaasden de onderzoekers. ‘Onze verwachting was dat gemeenten deze teams vooral willen inzetten als middel om een betere afstemming tussen verschillende hulpverleners te bewerkstelligen, en dat minder professionele drukte tot meer slagvaardigheid moet leiden.’ Met stip op nummer één staat echter in de beleidsnota’s dat de teams burgerkracht moeten stimuleren.

Ook worden sociale wijkteams in veel gemeenten geplaatst tussen zelfzorg en gespecialiseerde zorg. ‘We zien dat de teams soms als buffer tussen burgers en tweedelijnszorg worden ingezet, en soms als toegangspoort naar die tweedelijnszorg moeten fungeren.’

Generalisten
De gewenste bemensing van de teams wordt evenmin duidelijk. ‘Ja, dat het generalisten moeten zijn. Maar wat zijn dat, aan welke eisen moeten zij voldoen, moeten ze worden opgeleid en hoe? Je kunt niet zo maar iemand uit een organisatie plukken en hem of haar tot generalist benoemen.’

Ook over het mandaat van de sociale wijkteams en de wijze van aansturing wordt door de bank genomen met geen woord gerept. Het vraagstuk van ontkokering wordt stelselmatig vermeden, terwijl dat wel een belangrijke, zo niet de belangrijkste pijler is van de ‘één gezin-één planéén regisseur’-gedachte’, benadrukt Van Arum.

Het hoe en waarom van het ‘keukentafelgesprek’ – ‘nog zo’n term die je echt o-ver-al tegenkomt’ – wordt evenmin helder ingekaderd en geëxpliceerd. Veelal is het de bedoeling dat via dat keukentafelgesprek in kaart wordt gebracht wat iemand nodig heeft en wat hij of zijn zelf kan doen. Maar wie voert die gesprekken, en waar? Aan de keukentafel bij de mensen thuis, of aan eentje die in het buurthuis of wijkcentrum staat? En als dat laatste het geval is, bereik je dan wel de mensen die hulp nodig hebben?

Van Arum: ‘Een eenzame of dementerende oudere gaat niet naar een buurthuis toe.’ De sociale wijkteams moeten signaleren en voorkomen dat problemen verergeren. ‘Maar op basis van welke informatie doen zij dat?’ Kortom: ‘Het wordt niet concreet. Wie is die regisseur, wat doet deze persoon, hoe worden indien nodig specialisten ingezet en hoe verhoudt zich die inzet tot de regisseur en het sociale wijkteam?’

Hip
Vragen, vragen en nog eens vragen dus. En nauwelijks antwoorden. Bestudering van een aantal evaluatierapporten stemden de onderzoekers evenmin vrolijk. Voor die evaluaties worden veelal mkba’s ingezet: maatschappelijke kosten-batenanalyses. Ook dat is hip in gemeenteland. ‘Die evaluaties gaan over de gemaakte kosten in relatie tot maatschappelijke effecten en besparingen. Die maatschappelijke effecten zijn echter gebaseerd op aannames.’ En omdat de verwachtingen overal zo hoog zijn, en via mkba’s effecten in geld (besparing) worden vertaald, rolt er al snel een financieel rooskleurig beeld uit.

‘De evaluaties zijn gericht op het systeem en de financiën. Er wordt niet gekeken of de mensen er beter van worden’, stelt Van Arum. Dat moet echt anders, vindt ze, en ze loopt daarmee alvast vooruit op een van de aanbevelingen die het onderzoeksrapport zullen vergezellen.

Om misverstanden te voorkomen: de onderzoekers zijn niet tegen sociale wijkteams. Met het onderzoek hebben ze er een kritische blik op geworpen. ‘We wilden onderzoeken wat nu eigenlijk de verwachtingen zijn, omdat iedereen het erover heeft.’

Van Arum waarschuwt voor te hooggespannen verwachtingen en vooral voor te snel resultaat. ‘Het is zo’n enorme omslag in denken en doen; dat heeft tijd nodig.’ De onderzoekers hopen dat het rapport als wake-up call werkt. ‘Gemeenten moeten pas op de plaats maken. In de nota’s wordt de basis gelegd: daar moet helder worden geformuleerd wat een sociaal team is, en wat de doelstellingen en gewenste eff ecten zijn. Dat op zichzelf kan al louterend werken en al te overspannen verwachtingen temperen.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Silvia Kemper (sociaal Werker) op
Wij zijn per 1 januari begonnen met de SWT's Wat ik tot nu toe lees over het onderzoek komt het mij heel erg bekend voor.
Ik doe onderzoek in de wijken voor mijn afstudeeropdracht en wil dit onderzoek zo snel mogelijk hebben. Enig idee wanneer deze online te downloaden is?