of 61043 LinkedIn

Transformatie jeugd in Utrecht op goede weg

De keuze voor één aanbieder en het continu reflecteren en leren zijn belangrijke onderdelen van het ‘Utrechtse model’ voor jeugdhulp. Dat werkt goed, concluderen onderzoekers na een ‘snuffelonderzoek’. Maar er zijn nog meer succesfactoren.

De keuze voor één aanbieder en het continu reflecteren en leren zijn belangrijke ingrediënten van het ‘Utrechtse model’ voor jeugdhulp. Dat werkt goed, concluderen onderzoekers na een ‘snuffelonderzoek’. Maar er zijn nog meer succesfactoren.

‘De transformatie blijkt voor gemeenten een complexe opgave te zijn. Het bieden van effectieve, tijdige en samenhangende ondersteuning aan jeugdigen en hun gezin op lokaal en regionaal niveau is nog lang niet gerealiseerd’, stelt bestuurskundige Jan-Kees Helderman (Radboud Universiteit) in het recent verschenen onderzoek naar de werking van het ‘Utrechtse model’. In de ogen van de onderzoekers kan pas van werkelijke transformatie worden gesproken als er wordt gewerkt vanuit het principe ‘een gezin, een plan, een regisseur’, als sprake is van normaliseren en demedicaliseren en als er maatwerk wordt geleverd. Maar ook dat, wanneer dat nodig is, tijdig voldoende specialistische kennis aanwezig is zodat escalatie van problematiek kan worden voorkomen. En dat is in Utrecht het geval, stellen de onderzoekers van de RU, Universiteit Amsterdam en Columbia University (New York). De drie onderzoekers geven Utrecht na onderzoek een ruime voldoende voor de wijze waarop zij de basis jeugdhulp en de specialistische jeugdzorg in de wijken heeft georganiseerd. Komt nog bij dat Utrecht in tegenstelling tot andere (100.000+)gemeenten een relatief klein tekort heeft van 0,8 miljoen euro over 2018 tegen bijvoorbeeld de 40 miljoen euro van Amsterdam en de 22 miljoen euro van Den Haag.


Utrecht koos voor één aanbieder

‘De belangrijkste institutionele keuze die Utrecht heeft gemaakt is om de basis jeugdhulp onder te brengen in buurtteams Jeugd en Gezin binnen een daartoe nieuwe opgerichte organisatie, Lokalis’, aldus het rapport van Helderman en collega-onderzoekers Jonathan Zeitlin en Charles Sabel. ‘De keuze om een nieuwe organisatie op te richten voor de basis jeugdhulp maakte de gemeente Utrecht minder afhankelijk van het historisch aanwezige aanbod en maakte het mogelijk om de focus te leggen op het opnieuw inrichten van het jeugddomein.’ Het is een partnerschap waarbij je een langdurige relatie aangaat en met elkaar kunt zoeken naar wat er voor het bewerkstelligen van die transformatie nodig is’, licht Helderman toe.


Utrecht koos voor ‘één zak geld’

‘Een tweede belangrijke voorwaardenscheppende keuze is de zogenaamde ‘vierkant’ financiering voor specialistische jeugdzorg. Deze lump sum financiering verlegde de aandacht van het traditionele denken in producten en bestaand aanbod naar de vraag wat individuele cliënten daadwerkelijk nodig hebben aan zorg en ondersteuning. De lump sum financiering zorgde ook voor financiële en contractuele zekerheid zodat de aandacht kon worden verlegd naar de inhoudelijke en institutionele transformatiedoelen en naar de relaties tussen beiden’, aldus het rapport van Helderman e.a. ‘Deze manier van financiering brengt heel veel rust en financiële zekerheid bij de aanbieders; dat is heel belangrijk’, benadrukt Helderman.

Voor de buurtteams van Lokalis is gekozen voor populatiegerichte bekostiging. Helderman: ‘Een vast bedrag per jaar dat is terug te voeren naar de kenmerken en behoeften van de verschillende buurten, en op basis daarvan naar de inzet van de teams.’ Dat geeft dezelfde, belangrijke, rust en financiële zekerheid bij aanbieders.


Specialistische teams schurken tegen basisteams aan

‘De meest ingrijpende en recente innovatie in het Utrechtse Jeugdstelsel is de realisatie van teams voor buurtgerichte specialistische jeugdzorg’, stellen de onderzoekers. In 2017 werd gestart met een pilot van twee zogeheten Extr@teams. Per 2020 zijn er in alle wijken buurtgerichte specialistische jeugdzorgteams. Waardevol, zeker omdat ze in de nabijheid van de buurtteams jeugd en gezin zijn gepositioneerd. Vaak zitten ze in hetzelfde gebouw. ‘De essentie van het in die nabijheid organiseren van basis jeugdhulp en specialistische jeugdzorg is dat de generalist leert van de specialist, maar ook omgekeerd’, aldus Helderman. ‘Op die manier kan breder naar de problematiek worden gekeken. Maar als het nodig is, kan direct specialistische zorg worden ingeschakeld.’ Ook kan weer makkelijker worden afgeschaald, en kan het gezin door de nauwe contacten tussen de teams verantwoord worden overgedragen aan het buurtteam van Lokalis.

 

Volgens de onderzoekers lijken de specialistische jeugdzorgteams in samenwerking met de gezinswerkers van het buurtteam een directe bijdrage te leveren aan het ‘normaliseren’ en de-medicaliseren van problematiek. In de wijken waar de Extr@teams als pilot zijn gestart, blijkt een ‘significante daling in het aantal beschikkingen en verwijzingen voor specialistische jeugdzorg te hebben plaatsgevonden’, constateren de onderzoekers.


Reflecteren en leren

De onderzoekers noemen reflecteren en leren van casuïstiek een van de succesfactoren van het Utrechtse model. En daar wordt in Utrecht vol op ingezet, zo zagen zij. ‘Het leren van casuïstiek en daarmee het leren als onderdeel van het normale werkproces wordt sterk gepropageerd.’ ‘Je moet accepteren dat je de blauwdruk niet hebt, maar dat je gaandeweg leert wat werkt en wat niet werkt’, stelt Helderman. ‘Dat kun je alleen maar doen door daar voortdurend op te reflecteren en er echt een lerend stelsel van te maken. Dat gebeurt in Utrecht.’


Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nummer 4 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.