of 59345 LinkedIn

Sturingsinformatie sociaal domein vaak onvoldoende

Het monitoren van resultaten van de Jeugdwet, Participatiewet en de Wmo levert niet altijd voldoende sturingsinformatie op. Dat stellen ambtenaren werkzaam in het sociaal domein. Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research.

Het monitoren van resultaten van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet levert niet altijd voldoende sturingsinformatie op. Dat stellen ambtenaren werkzaam in het sociaal domein. Dat is met name bij de Jeugdwet het geval. Bijna de helft van de ambtenaren die in het sociaal domein werkzaam zijn, vindt de (sturings)informatie die ‘jeugdmonitoren’ opleveren onvoldoende; een toename ten opzichte van drie jaar geleden. Dat blijkt uit onderzoek dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door I&O Research.

Afhankelijk

Ambtenaren geven aan dat gemeenten meer tijd nodig hebben om de monitoring goed in te richten. Dit komt onder meer door gebrek aan capaciteit, expertise en/of systemen die niet op orde zijn. Ook geven ambtenaren aan voor sommige resultaten afhankelijk te zijn van externe organisaties. Informatie is daardoor vaak niet actueel en/of onvolledig. ‘We laten de cliënt los na de indicatie, en de zorgaanbieder neemt het daarna volledig over. We zouden op zijn minst af en toe in gesprek kunnen om bijvoorbeeld te vragen waarom een bepaalde groep cliënten zo lang in zorg moet zitten, of waarom een bepaalde groep cliënten niet groeit in hun zelfredzaamheid. Dat levert kennis op’, aldus een van de ambtenaren.

 

Voorspellend karakter

Ook blijkt dat de verzamelde gegevens niet altijd makkelijk zijn te duiden. Het formuleren (en monitoren) van meetbare doelen is lastig, zo geven ambtenaren aan. ‘Het is niet altijd even makkelijk om goede doelen te stellen. Doelen die goed te volgen zijn’, stelt een van hen. ‘We hebben goed zicht op de ontwikkelingen, maar nog onvoldoende op de achterliggende/verklarende factoren om te kunnen ingrijpen op de juiste dingen’, aldus een ander. ‘Het voorspellend karakter is nog steeds niet voldoende.’ ‘Cijfers zijn niet altijd eenduidig en/of met elkaar te vergelijken’, stelt een andere ambtenaar.

 

Datagestuurd werken

Desondanks geeft een meerderheid van de ambtenaren aan inmiddels (redelijk) zicht te hebben op de realisatie van ambities. Dat percentage ligt bij de Wmo wel hoger dan bij de Jeugd- en Participatiewet. Cliëntervaringsonderzoeken worden bij de jeugdhulp en Wmo het vaakst ingezet om resultaten van beleid te monitoren. Veel gemeenten hebben ook een eigen monitor ontwikkeld. De monitorresultaten worden met name gebruikt om gemeenteraad en college te informeren, en in iets mindere mate voor het bijstellen van het beleid. ‘Datagestuurd werken kan alleen als we over actuele informatie beschikken. Het blijft moeilijk om deze tijdig boven tafel te krijgen. Ook is benchmarken vaak lastig omdat elke gemeente het toch net weer anders doet. Ook is het moeilijk om te weten of de inzet in het voorliggend veld bijdraagt aan het verminderen van maatwerk’, geeft een van de ambtenaren aan.

 

Standaard monitor

Veel gemeenten zijn op zoek naar een geschikte monitor om de effectiviteit van het beleid in kaart te kunnen brengen, zo blijkt verder uit het onderzoek. Iets meer dan de helft van de ambtenaren zouden de komst van een standaard monitor voor gemeenten toejuichen. De helft daarvan zou graag zien dat de VNG die ontwikkelt. Een kwart is er voorstander van om een standaard monitor door een onafhankelijk bureau te laten ontwikkelen.

 

Worstelen

‘Het is duidelijk dat gemeenten worstelen met monitoring’, aldus Lisa Nannes, onderzoeker bij I&O Research. ‘Ze zijn volop bezig met meten, maar zijn vaak afhankelijk van derden, zoals huisartsen of zorgverleners. Ze krijgen pas heel laat gegevens, waar ze vervolgens niet meer zo veel kunnen doen. Ze kunnen niet kort op de bal zitten. Vooral bij de jeugdzorg houdt het zicht op zodra de jongere in behandeling van een jeugdzorgaanbieder is.’

 

Afbeelding

Bron: I&O Research 


Verantwoording onderzoek

Aan het onderzoek hebben ruim 500 ambtenaren en wethouders meegewerkt, waaronder 320 ambtenaren die in het sociaal domein werkzaam zijn. Daarnaast is een vragenlijst in het I&O Research Panel uitgezet. Vanuit dit panel hebben bijna 2.000 burgers de online vragenlijst ingevuld. Het onderzoek is tussen half en eind oktober uitgevoerd.


Lees meer over het onderzoek in Binnenlands Bestuur nr. 22 van deze week (inlog) 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
@Willem.
1. De activiteiten in het sociaal domein kunnen het beste zoveel mogelijk worden uitgevoerd door de bestuurlijke schaal, die het dichtst bij de burgers opereert, i.c. de gemeente. Uiteraard wel vanuit het principe: wat decentraal kan, moet decentraal en wat centraal moet, moet centraal.
2. Vanuit -sommige- ambtelijke gemeentelijke beleidsmakers is ruim voorafgaande aan de inwerkingtreding van de 3 D-wetgeving, ook in dit blad, voldoende gewaarschuwd dat er veel meer aandacht zou moeten worden besteed aan het formuleren van een uniforme administratie voor zorgonderdelen. Daar is -zoals bijna gebruikelijk- met name door het Rijk onvoldoende naar geluisterd en aandacht besteed. Het onvoldoende achterwege blijven van landelijk uniforme gegevens verzameling bemoeilijkt goede en snelle evaluatie.
Door Willem (Volger maatschappelijke ontwikkelingen ) op
Toch grappig; nu dat er een SCP evaluatie verschenen is duiken er allemaal signalen op uit het bestuurlijk en verantwoordelijk gemeentelijke gremia over zaken die beter hadden gekund of beter kunnen. Ineens zien ze tot op gemeentelijk niveau de blinde vlekken en argumenten waarom het anders kan. En waarom het zeker bij gemeenten moet blijven. Dit is voor mij naca-signalering en een vorm van bestuurlijke (ook VNG) incompetentie.
Door Spijker (n.v.t.) op
Zorg geven betekent uiteraard ook dat er regelmatig moet worden geëvolueerd op effecten van behandelingen bij cliënten. Het is niet moeilijk om dat in bepaalde gevallen te doen. Overigens wordt dit bemoeilijkt als het daarbij gaat om geprivatiseerde instellingen met een winstoogmerk. Ook publieke instellingen moeten trouwens hun hoofd boven water houden. Het is daarom altijd de kunst om de hoeveelheid zorg af te stemmen op de noodzakelijke zorg.
Door Jaap van Velzen (adviseur, dataspotter.) op
'We zouden op zijn minst af en toe in gesprek kunnen om bijvoorbeeld te vragen waarom een bepaalde groep cliënten zo lang in zorg moet zitten, of waarom een bepaalde groep cliënten niet groeit in hun zelfredzaamheid.' en: '‘Datagestuurd werken kan alleen als we over actuele informatie beschikken' . en: 24% vindt het niet zijn verantwoordelijkheid om de realisatie van ambities te volgen. en: Nog even dit: Datagestuurd werken is bij uitstek gebaat bij historische data van afgewerkte casussen. maar dat zal hier wel een brug te ver zijn... Samenvattend: De andere kant opkijken, niet in gesprek gaan en alles aan de jz instelling overlaten zijn dE manieren om oplossingen uit de weg te gaan.