of 59329 LinkedIn

Storytelling promoot preventieve aanpak radicalisering

Met de gisteren gepresenteerde toolkit radicalisering komt de nadruk in de aanpak van radicalisering meer op preventie te liggen. De preventieve aanpak is succesvol, maar moeilijk meetbaar. Hoe meet je namelijk wie niet uitreist? Om gemeentebestuurders zover te krijgen tot de preventieve aanpak over te gaan is het nodig om succesverhalen te delen, vindt burgemeester Sjoerd Potters van de gemeente De Bilt.

Met de gisteren gepresenteerde toolkit radicalisering komt de nadruk in de aanpak van radicalisering meer op preventie te liggen. De preventieve aanpak is succesvol, maar moeilijk meetbaar. Hoe meet je namelijk wie niet uitreist? Om gemeentebestuurders zover te krijgen tot de preventieve aanpak over te gaan is het nodig om succesverhalen te delen, vindt burgemeester Sjoerd Potters van de gemeente De Bilt.

U was gisteren bij de presentatie? Hoe heeft uw gemeente bijgedragen aan de toolkit?
‘We hebben met sleutelfiguren bekeken of bestaande en beproefde methodes werken. Alles wat werkt op preventief gebied hebben we in de toolkit gezet. Uiteraard hebben we ook met externen geëvalueerd in hoeverre een methode bijdraagt aan het bestrijden van radicalisering en polarisatie. Lang hadden we het gevoel dat polarisatie ongrijpbaar is, een ideologische discussie. Toch houden bepaalde methodes mensen op het goede pad of voorkomen we radicaliseren. Alle partners zijn daar blij mee. Ik wil niet zeggen dat de toolkit nu allesbepalend is, maar alle gemeenten kunnen er kennis mee maken. Er is veel op repressie ingezet, en dat is nog steeds nodig, maar ook inzet aan die voorkant, preventief beleid, is nodig. We zagen veel radicalisering uit islamitische hoek, maar nu ook uit rechtsextremistische hoek en in mindere mate links extremisme.’

Uw gemeente heeft ervaring met ouders weerbaar maken tegen radicalisering. Heeft u daar een voorbeeld van?
‘Het gaat dan vooral om jongeren in de puberleeftijd. Die zijn gevoelig voor radicaal gedachtengoed. Ouders zijn vaak onmachtig en dat kunnen we goed begeleiden door interventies te doen. Vaak gaat het om jonge mannen, maar ook meisjes komen in dat circuit. Een meisje in de puberleeftijd ging van school en kwam in een bepaalde groep. Met inzet van de ouders, de school en de omliggende gemeenten hebben we haar na drie jaar toch weer op haar oude school en in haar oude omgeving gekregen. Dat vind ik een succesverhaal. Ze heeft haar school afgemaakt en is weer opgenomen in haar oude omgeving. Ze is niet uitgestoten. Wacht dus niet tot iemand uitreist of verder radicaliseert, maar handel eerder aan de voorkant, dan houd je ook broertjes en zusjes tegen. Soms lukt het ook niet met ouders, maar er zijn dus wel mogelijkheden om radicalisering te voorkomen en dat gaat het beste met de ouders en het sociale netwerk van de jeugdige. Die mooie succesverhalen willen we breder delen.’

In hoeverre speelt radicalisering in uw gemeente?
‘Je zou zeggen: De Bilt is een kleine gemeente. Speelt het hier dan? Maar we zitten dicht tegen Utrecht aan. Radicalisering komt niet alleen voor in de G4, maar ook in middelgrote en kleinere gemeenten, zoals Arnhem, Huizen, De Bilt en Zeist. We moeten weerbaar zijn tegen dit fenomeen.’

Speelt het nu nog steeds?

‘Soms lijkt het minder zichtbaar, maar het is een veenbrand die voortdurend smeult. We zitten in een polariserende samenleving. We moeten er dus preventief en repressief op blijven inzetten.’

Welke vorm speelt het meest?
‘Dat is best moeilijk te zeggen. Islamitisch gemotiveerd extremisme is het meest georganiseerd en heeft de grootste omvang. Maar rechtsextremisme raakt ook beter georganiseerd. Organisatiegraad bepaalt de rekrutering en die wordt daar sterker. Ook links extremisme bestaat, maar dat is minder georganiseerd. We moeten al die vormen goed in de gaten blijven houden.’

Hoeveel mensen houden zich met radicalisering bezig in uw gemeente?
‘Twee mensen houden zich er parttime mee bezig. Zij zijn ook inzetbaar voor andere gemeenten. Met omliggende gemeenten voeren we casusoverleg, we kijken naar de cases in de regio en kunnen dan expertise leveren. Ik denk dat regionale samenwerking van middelgrote en kleine gemeenten cruciaal is. Voldoende menskracht en deskundigheid en zaken zeker niet te lang laten liggen.’

Het meten van de effectiviteit van de preventieve aanpak is lastig, zei minister Koolmees. Hoe is dat met de methode in De Bilt?
‘Je moet de methode en de resultaten uitleggen. Maar zoals voor alle preventieve zaken geldt: hoe weet je hoeveel je beperkt? De repressieve aanpak is meer zichtbaar en beter meetbaar. Dat is bij de preventie aanpak moeilijker. We moeten daarom meer aan storytelling doen. Van dat succesverhaal van dat meisje in de puberleeftijd worden gemeenteraden en bestuurders warm. Dat heeft het effect van het casusniveau. De gemeenten die hebben deelgenomen aan de toolkit zijn ambassadeurs. Zelf zit ik in de VNG-commissie bestuur en veiligheid. We hebben afgesproken met het ministerie dat we dit ook toevoegen aan de toolbox van de VNG met een goede toelichting, zodat gemeenten daarop terug kunnen vallen.’

In hoeverre werkt u samen met het rijk? Is die facilitering voldoende?
‘Het ministerie van SZW heeft de toolkit mede mogelijk gemaakt. Zij hebben ook een frontoffice, waar alle input uit verschillende ministerie bij elkaar komt. Daarin hebben zij de lead genomen. We worden wel degelijk goed ondersteund. Het ministerie vraagt wat effectief is en hoe we die aanpak willen verbreden. Daarvoor krijgen we versterkingsgelden (in totaal heeft het kabinet een bedrag van ruim 7 miljoen euro beschikbaar gesteld aan twintig gemeenten voor de versterking van de lokale aanpak van jihadistische radicalisering, WB). Ik vind dat een hele goede samenwerking. Het geld is voor langdurige inzet, want preventie blijft nodig.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Walter Fraans op
Het is veel efficiënter om vertaalde buitenlandse preventie-instrumenten te gebruiken voor radicaliseringspreventie, dan preventietools die de Nederlandse overheid zélf ontwikkelt of laat ontwikkelen.

Gebruik daarvoor bijvoorbeeld buitenlandse internetvideo's en tv-amusement, gecombineerd met propaganda en voorlichting, oftewel "edutainment".

Dat kan vertaald worden naar het Nederlands, door vrijwilligers en taalstudenten via internet.

Die voorlichtingsinstrumenten moeten liefst "evidence-based" zijn. Dat effectonderzoek kan het best worden uitgevoerd worden in wetenschappelijke taakverdeling en overleg met veel andere landen.

Dat is goedkoper dan dat elk land de effecten daarvan zelf moet onderzoeken. En dat voorkomt dat elk land daarbij kostbaar en tijdrovend zélf het wiel gaat uitvinden.

Ik vind zulk effectonderzoek zeker geen taak voor gemeenten, omdat het voor gemeenten teveel geld en gespecialiseerde wetenschappelijke deskundigheid vereist.

Het is nodig dat de Nederlandse overheid een Nederlandstalig en een Engelstalig wetenschappelijk internetforum opzet, over gedragsbeïnvloeding en morele voorlichting van burgers.

Op dat webforum kan met buitenlandse top-experts worden gediscussieerd over de meest effectieve methoden voor "moral propaganda", deradicalization, "bullying prevention", "peace education" en "gang prevention".

Daar kunnen ook de ethische aspecten en risico's van zulk beleid worden besproken. Want er moet een weloverwogen balans zijn tussen morele overheidsinvloed en democratische persoonlijke vrijheid van burgers.

Dat online overleg via een webforum is goedkoop, en voorkomt kostbare en tijdrovende buitenlandse reizen voor beleidsmakers en onderzoekers. Standaard forum-software is bijzonder goedkoop, en is eenvoudig naar wens aan te passen.

De rijksoverheid kan verplichten, dat er in alle amusementsprogramma's op radio en tv overtuigende morele en andere voorlichting wordt verwerkt. Bijvoorbeeld voorlichting op het gebied van "gang prevention".

Dat kost de overheid weinig geld. Daarom is effectonderzoek daarbij minder belangrijk, dan bij het ontwikkelen of aankopen van preventie-instrumenten door de overheid.