of 59345 LinkedIn

Stok achter deur banenafspraak blijft

Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de vaak door werkgevers bekritiseerde ‘quotumregeling’ in de Wet Banenafspraak handhaven.

Staatssecretaris Tamara van Ark van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de vaak door werkgevers bekritiseerde ‘quotumregeling’ in de Wet Banenafspraak handhaven.

Stevige rugwind

De wet trad in 2015 in werking en legt op dat er tot 2025 minstens 125.000 banen bij komen voor mensen bij een arbeidsbeperking, bij ‘gewone’ werkgevers in zowel de overheids- als private sector. Na bijna vijf jaar is de wet in opdracht van het ministerie uitgebreid geëvalueerd door onderzoeksbureau Panteia. De onderzoekers bekeken vooral in hoeverre de banenafspraak bijdroeg aan vergroting van arbeidskansen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dat bleek lastig te beoordelen, omdat in de tussentijd de economie sterk opleefde, hetgeen de banenafspraak stevige rugwind gaf. Dat noodzaakt juist tot maatregelen die moeten voorkomen dat arbeidsgehandicapten er bij de minste of geringste conjuncturele tegenslag uitvliegen of niet worden aangenomen, aldus de staatssecretaris. Zij wil de banenafspraak vereenvoudigen en de regels versoepelen.


Doelstelling 2018 overtroffen
Hoewel de afgesproken aantallen banen voor arbeidsbeperkten niet zijn gehaald, gaf de banenafspraak volgens Van Ark al met al ‘een positieve impuls’ aan het maatschappelijk debat over het in dienst nemen van mensen met een arbeidshandicap. Het bleef niet bij praten: in totaal (overheid en marktsector samen) zijn er tot eind 2018 bijna 52.000 extra banen gerealiseerd ten opzichte van een nulmeting in 2012, waarmee een tussentijdse doelstelling voor eind 2018 is overtroffen. Het aantal dienstverbanden binnen de banenafspraak is toegenomen, evenals het aantal uren dat mensen werken.

Effect quotumdreiging
Als ‘stok achter de deur’ is de quotumregeling volgens de staatssecretaris effectief. Vooral bij overheidswerkgevers heeft dat zo uitgepakt. Die voerden de quotumdreiging aan als één van de belangrijkste motieven om mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen. Marktwerkgevers, zowel in het midden- en kleinbedrijf als grotere, hebben de quotumdreiging nauwelijks als motief aangevoerd. Private werkgevers haalden hun targets braaf en ruimschoots. Maar de overheid, waarvoor relatief scherpere doelstellingen golden, liep tussen 2016 en 2018 fors achter op de afspraken, en moest serieus rekening houden met boetes. Die zijn overigens niet opgelegd, mede omdat tussentijds de regels zijn versoepeld en ‘deadlines’ verlengd. Uitvoerders bij gemeenten en UWV maken liever geen gebruik van de quotumdreiging in hun communicatie met werkgevers, aldus Panteia. Ze kiezen liever voor de wortel dan de stok, door positieve prikkels onder de aandacht te brengen.


Finetuning
Sinds de invoering is de banenafspraak meermaals ‘gefinetuned’. De afbakening van de doelgroep in het doelgroep-register is sinds 2015 zeven keer aangepast. In dat door het UWV beheerde bestand staan gegevens van mensen die behoren tot de doelgroep van de banenafspraak, en die dus indirect benaderd kunnen worden voor werk. Een aanpassing is bijvoorbeeld dat inwoners bij hun gemeente zélf een beoordeling van het arbeidsvermogen kunnen vragen om in het register te komen. Een andere tussentijdse wijziging is dat alle nieuwe Wsw-detacheringen meetellen, ook als er geen nieuwe beschutte werkplekken tegenover staan. 


Praktijkroute
Een belangrijke maatregel was verder de invoering van de zogeheten Praktijkroute; de mogelijkheid om zónder beoordeling door het UWV toegelaten te worden tot het register, als op de werkplek wordt vastgesteld dat mensen een loonwaarde hebben die onder het wettelijk minimumloon ligt. De Praktijkroute kwam er na kritiek van gemeenten, die toetsing van het arbeidsvermogen door het UWV te streng vond, en aanhikten tegen de extra administratieve rompslomp van een keuring.

Bezwaar van het UWV was dat het  doelgroep-register ‘vervuild’ zou worden met mensen die eigenlijk niet tot de doelgroep banenafspraak behoorden. Maar uit het onderzoek is niet gebleken dat de verruiming zo werkte, aldus Panteia.

Gemiddelde loonwaarde

De gemiddelde loonwaarde van de verschillende groepen in het doelgroep-register ligt tussen de 45 en 56 procent. De groep die via de Praktijkroute instroomt, heeft gemiddeld een loonwaarde van 55 procent. De groep ‘overige Participatiewet’ (onder andere mensen die na de doelgroep-indicatie door het UWV in het register zijn opgenomen), heeft gemiddeld een loonwaarde van 52 procent. De verschillen zijn dus marginaal.

Stigma of keurslijf
Panteia pleit in het rapport voor een route uit het doelgroep-register. Sommige mensen uit het doelgroep-register ontwikkelen zich in hun werk zo, dat ze zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Voor hen kan het register als stigma of keurslijf werken, of in financiële zin beperkend zijn, omdat ze in de laagste loonschaal blijven hangen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.