of 59281 LinkedIn

‘Stadsbestuur laat steken vallen in strijd tegen jeugdwerkloosheid’

Het jeugdwerkloosheidsbeleid van de gemeente Rotterdam is weinig effectief en nauwelijks bij te sturen door een gebrek aan metingen, concludeert de Rekenkamer Rotterdam in een kritisch onderzoeksrapport. Het college steekt de hand grotendeels in eigen boezem.

Het jeugdwerkloosheidsbeleid van de gemeente Rotterdam is weinig effectief en nauwelijks bij te sturen door een gebrek aan metingen, concludeert de Rekenkamer Rotterdam in een kritisch onderzoeksrapport. Het college steekt de hand grotendeels in eigen boezem.

10.000 jonge werklozen

De Rekenkamer begint haar rapport met de constatering dat het college de afgelopen jaren ‘behoorlijk wat steken heeft laten vallen.’ Het aantal jonge Rotterdamse werklozen, volgens de rekenkamer ongeveer tienduizend in totaal, blijft afgelopen jaren redelijk constant. Als oorzaken daarvoor worden het beperkte bereik van het gemeentelijk jongerenloket en de beperkte registratie en evaluatie van de doelgroep genoemd. De arbeidstoeleiding van bijstandsgerechtigde jongeren zou weinig effectief zijn. Zo’n 1.100 jongeren worden jaarlijks naar werk of school begeleid maar een aanzienlijk deel weer terug. Het aantal niet-uitkeringsgerechtigde jongeren dat aan een baan of opleiding wordt geholpen ligt op nog geen 200 per jaar.

 

Geen begeleiding

Die cijfers zouden onder meer het gevolg zijn van een beperkte naamsbekendheid en een slecht imago van het jongerenloket van de gemeente. Sommige jongeren die zich daar melden krijgen niet eens een intakegesprek, en bij slechts de helft van de jongeren die zo’n gesprek kregen, ontving vervolgens begeleiding richting school of werk. Tijdens de verplichte zoekperiode van één maand die in de Participatiewet staat, vallen veel jongeren uit die daarna van begeleiding verstoken blijven. Tegen belofte van de gemeente in, ontvangen veel niet-uitkeringsgerechtigde jongeren ook geen begeleiding.

 

Gebrek aan vertrouwensrelatie

De uitstroom onder de groep bijstandsgerechtigde jongeren die begeleiding ontvangt valt tegen; slechts één derde stroomt binnen twee jaar uit naar werk of een opleiding. Zij zijn dikwijls ontevreden over het gebrek aan een vertrouwensrelatie met consulenten en coaches. De uitstroom zou ook beperkt blijven door tekortschietende schuldhulpverlening en daklozenopvang voor jongeren.

 

Parallelle trajecten mogelijk behulpzaam

Wel is de rekenkamer voorzichtig positief over de trajecten die de gemeente parallel aan de eigen dienstverlening aan werkloze jongeren biedt via externe organisaties. Die trajecten moeten dan wel passend zijn. ‘Wanneer jongeren op een bij hun situatie passend traject terechtkomen en dit ook gaan volgen, dan heeft dit volgens henzelf vaak positieve effecten op hun arbeidsmarktvaardigheden, welzijn en persoonlijke ontwikkeling’, maken de rekenkameronderzoekers op uit interviews. Jongeren worden echter lang niet altijd naar het juiste traject gestuurd, concludeert de rekenkamer ook.

 

Ondersteuning tijdens zoekperiode

De rekenkamer vindt dat het college het bereik van het jeugdwerkloosheidsbeleid moet uitbreiden, dat de parallelle trajecten beter kunnen worden benut en dat er meer monitoring moet worden uitgevoerd naar de effectiviteit van het beleid. Ter verbetering van het bereik zou de gemeente niet-uitkeringsgerechtigden beter moeten helpen door ook hen begeleiding en een traject aan te bieden. Ook moeten jongeren al tijdens de zoekperiode ondersteuning moeten krijgen om de uitval te beperken. Daarnaast moet het Jongerenloket zowel een betere als meer wijdverbreide reputatie krijgen. Om de effectiviteit van de trajecten te bevorderen, zou de gemeente Rotterdam daar een hoger budget voor moeten reserveren.

 

Trajectkeuzesysteem

Een eenvoudig trajectkeuzesysteem waarin rekening wordt gehouden met het niveau, de capaciteiten en de motivatie van een jonge werkloze moet ervoor zorgen dat een jongere beter aan een passend traject wordt geholpen. Dat keuzesysteem moet ook rekening houden met contra-indicaties, die erop wijzen dat een bepaald traject allicht niet passend is voor de jongere in kwestie. Om meer inzicht te krijgen in de beleidseffecten en daarmee het beleid te verbeteren moet Rotterdam systematisch klanttevredenheidsonderzoek gaan uitvoeren om bruikbare feedback te verzamelen. Daarvoor moeten cijfers over zowel de instroom en uitstroom als de toegang worden verzameld.

 

College: ‘bijdrage beleid níét bescheiden’

Het college schaart zich achter bijna alle bevindingen van de rekenkamer op de cruciaalste na, namelijk de bevinding dat het gemeentelijk beleid slechts een ‘bescheiden bijdrage’ heeft geleverd aan het terugdringen van de Rotterdamse jeugdwerkloosheid. Ook de aanbevelingen neemt het college grotendeels over. Het college zegt dat het slechts beperkte mogelijkheden heeft om het imago van het loket te beïnvloeden, en zegt daarom liever de aanbeveling te volgen om aan de klanttevredenheid te gaan werken.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.