of 59147 LinkedIn

Sociale wijkteams in de lift

De waardering van sociale wijkteams is het afgelopen jaar toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek van I&O Research. Jeugdhulp wordt nog steeds lager gewaardeerd dan andere professionele hulp en ondersteuning.

Voor het eerst sinds 2015 is de waardering van sociale wijkteams toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek van I&O Research. Jeugdhulp wordt nog steeds lager gewaardeerd dan andere professionele hulp en ondersteuning. De bezuinigingen op de zorg kunnen op steeds minder steun rekenen.

Ingeburgerd

De waardering van het sociale wijkteam is gestegen en komt nu uit op een 7,0, zo blijkt uit het langlopende onderzoek. In de jaren daarvoor bleef dit rapportcijfer voor 2015 steken op 6,7 en daalde in 2016 zelfs naar een 6,6. ‘De sociale wijkteams raken ingeburgerd, zijn ingewerkt en doen het beter’, verklaart I&O-onderzoeker Rachel Beerepoot. Een ander aspect dat volgens Beerepoot meespeelt, is dat bij de start van de sociale wijkteams er veel herindicaties moesten worden afgegeven. ‘Veel mensen moesten toen zorg inleveren en dat is nooit leuk. Nu zitten we in een fase waarin nieuwe aanvragen binnenkomen en mensen dus zorg krijgen; dan ben je positiever over wijkteams dan als je zorg kwijtraakt.’

 

Te weinig specialistische kennis

Door zestien procent van de respondenten wordt een onvoldoende voor de hulpverlening van het wijkteam gegeven. De belangrijkste reden daarvoor is dat er niet goed wordt geluisterd, er te weinig specialistische kennis aanwezig is, het te lang duurde voor iemand werd geholpen of dat men helemaal niet (goed) werd geholpen. Een op de drie hulpbehoevenden baalt ervan dat hij telkens zijn verhaal opnieuw moet vertellen.

 

Waardering zorg

De gemiddelde waardering voor alle professionele hulp ligt net zoals in 2015 en 2016 op een 7,4; nog altijd lager dan de 7,7 van vóór de decentralisaties. De jeugdzorg wordt voor de derde keer op rij lager gewaardeerd dan de gemiddelde waardering voor alle professionele hulp. Vooral de hulp aan kinderen met gedrags- of psychische problemen en opvoedingsondersteuning wordt met een 6,9 beduidend lager gewaardeerd dan de gemiddelde 7,4.

 

Complexere problemen

‘Wmo-hulp wordt met een 7,5 gewaardeerd, de waardering over de zorg aan kinderen ligt met een gemiddelde van 7,1 veel lager’, stelt Beerepoot. Een aantal redenen is daar volgens haar debet aan. ‘De jeugdhulp is nieuw voor gemeenten. Daarnaast zijn de problemen bij kinderen vaak complexer en zijn meer partijen bij de hulp betrokken; naast bijvoorbeeld zorgprofessionals ook de school. Ook dat maakt het complexer. Bij volwassenen gaat het vaak om hulp aan bejaarden waarbij over het algemeen minder partijen betrokken zijn.’


Niet goed geluisterd

Iets minder dan een op de tien hulpbehoevenden en hun gezinsleden (8 procent) geven de geboden zorg een onvoldoende. In 2016 was dat nog 11 procent. De onvoldoendes worden het vaakst gegeven door mensen die met de jeugdhulp van doen hadden. De belangrijkste reden is dat er niet goed geluisterd wordt en daarmee dat het probleem niet goed werd begrepen (45 procent). Ook de lange tijd voordat de hulp op gang kwam, is met 34 procent een veelgehoorde klacht. Organisaties die niet goed samenwerken, staat met 31 procent op de derde plek.


Sceptisch

De bezuinigingen op de zorg kunnen op steeds minder steun rekenen, zo blijkt verder uit het onderzoek. Drie op de vier Nederlanders vindt het onbegrijpelijk dat de overheid op de zorg bezuinigt, vorig jaar vond 70 procent dat. Het percentage tegenstanders stijgt sinds 2014 gestaag, toen 63 procent aangaf tegen bezuinigingen te zijn. Over de decentralisaties is het gros van de Nederlanders nog steeds sceptisch, al wordt het verschil met het aantal Nederlanders dat verbeteringen verwacht als gevolg van de decentralisaties iets kleiner. Een op de vijf Nederlanders denkt dat de zorg door de decentralisaties beter zal zijn dan voor 2015; 45 procent heeft daar geen fiducie in. Het minste vertrouwen heeft men in de uitvoering van de ouderenzorg: meer dan een op de drie Nederlanders (35 procent) verwacht dat de taken op het gebied van de ouderenzorg op den duur slechter worden uitgevoerd. Bij de jeugdzorg is dat 33 procent en bij werk en inkomen 29 procent.

 

Het is voor het vierde keer op rij dat I&O Research heeft onderzocht hoe de vlag er in gedecentraliseerd Nederland bij hangt. Aan deze meting deden een krappe 11.000 Nederlanders mee, waarvan een deel te maken heeft met een vorm van hulp of ondersteuning vanuit de Wmo 2015, de Jeugdwet of de Participatiewet krijgen.

 

Afbeelding

 

Afbeelding

 

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr. 9 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ger Co (jeugdzorgbaasje ) op
Als je als overheid de specialistische jeugdzorg met 25 % kort, in de tekentafeltheorie van de verwachting dat de toestroom van zware zorgvragers afneemt door de wijkteams. En dan na 3 jaar constateert dat de vraag naar zware jeugdzorg alleen maar is toegenomen.... Dan hoef je geen nobelprijswinnaar te zijn om te concluderen dat hier sprake is van een falend en destructief beleid. Er wordt keihard gewerkt binnen de specialistische jeugdzorg, helaas binnen een nog steeds fors falend systeem. Ten koste van de zorgvragers, onze cliënten, dat dan weer wel...
Door Martijn op
Aan het ongewenste gedrag van de wijkteams schort nogal wat.daar heb je inderdaad een breder onderzoek voor nodig.
Door Ludo op
Aan een landelijk onderzoek kun je pas waarde hechten.
Door Wim Vreeswijk (Financieel adviseur) op
Je zou het ook kunnen over laten aan de wijkraden. Deze wijkraad kost voor Utrecht N.O. met 37.000 inwoners jaarlijks slechts 27.000 euro en als je die ook nog voorziet van een ANBI-status zijn er ook nog wel vrijwilligers te vinden die voor een jaarlijkse fiscale aftrekpost van maximale 1500 euro vereenzaamde oudjes willen blij maken met een bloemetje.