of 59147 LinkedIn

Resultaten bijstandsexperiment Wageningen veelbelovend

De tussenrapportage van het Wageningse experiment met de bijstand laat zien dat de andere behandelingen van bijstandsgerechtigden voor een hogere uitstroom lijken te zorgen. Na één jaar is het experiment nu op de helft.

De tussenrapportage van het Wageningse experiment met de bijstand laat zien dat de andere behandelingen van bijstandsgerechtigden voor een hogere uitstroom lijken te zorgen. Na één jaar is het experiment nu op de helft.

45 bijstandsgerechtigden aan het werk

Het onderzoek, waarin aanvankelijk 410 bijstandsgerechtigden werden gevolgd, heeft nu nog 317 deelnemers. 11 deelnemers doen niet meer mee aan het experiment vanwege ‘non-compliance’, staat in de tussenrapportage. 82 deelnemers stroomden uit vanwege het vinden van werk (45), omdat zij aan een studie begonnen (8) of omdat zij naar een andere gemeente verhuisden (29).

 

Bijverdienen stimuleert parttime werk

De deelnemers aan het bijstandsexperiment van de gemeente Wageningen zijn verdeeld over vier groepen die verschillende ‘treatments’ krijgen. Deelnemers in de ontheffingsgroep mogen zelf bepalen hoe zij naar werk zoeken of hun baankansen vergroten, de intensiveringsgroep heeft meer contactmomenten met bijstandsconsulenten en krijgt speciale aandacht, de vrijlatingsgroep mag naast de uitkering bijverdienen en de controlegroep valt onder het reguliere bijstandsregime. De uitstroom onder de groepen met afwijkende treatments blijkt tot nu toe hoger te zijn dan de uitstroom in de groep die onder het reguliere regime valt. Dat geldt dan vooral voor de ontheffingsgroep en de vrijlatingsgroep. Ook blijkt dat deelnemers in de vrijlatingsgroep doordat zij kunnen bijverdienen meer geneigd zijn tot parttime werken.

 

Succes van zowel ontheffingsgroep als intensiveringsgroep ‘verrassend’

Projectleider Hans Zuidema vindt het verrassend dat zowel de ontheffingsgroep als de intensiveringsgroep voorlopig een hogere uitstroom naar werk laten zien dan de controlegroep. ‘Ik wil benadrukken dat aan de voorlopige resultaten geen harde conclusies verbonden kunnen worden, maar wat we voorlopig in handen hebben lijkt erop te wijzen dat bijstandsgerechtigden met meer zelfredzaamheid erg gebaat zijn bij meer vrijheid terwijl de minder redzame uitkeringsgerechtigde veel heeft aan meer begeleiding dan nu standaard wordt gegeven.’ Over het welbevinden van de de uitkeringsgerechtigden in de verschillende groepen kan Zuidema nog niets zeggen. ‘Daar is het dan ook nog te vroeg voor. Over een jaar zullen wij daarover berichten in de eindrapportage.’

 

Corrigerende werking

Desgevraagd legt Zuidema uit dat de groep uitstromers vanwege ‘non-compliance’ geen deel meer neemt aan het experiment als gevolg van gezondheids- en psychische klachten. ‘De belasting van het invullen van vragenformulieren kan dan bijvoorbeeld te groot worden.’ Zuidema bezweert dat er geen deelnemers uit het experiment zijn gezet omdat zij moedwillig niet meewerkten met de basisregels van het bijstandsregime. Vooral met betrekking tot de ontheffingsgroep, die dus geen concrete verplichtingen heeft, was dat aanvankelijk een punt van discussie. ‘Wel zijn we gesprekken gaan voeren met mensen die naar ons inzicht te veel vrijheid namen en niet meer bezig waren met het vinden van een baan of het vergroten van hun baankansen. Dat heeft tot nu toe altijd een corrigerende werking gehad.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Inez op
Nou, ze hebben nog iets gemeen: *geen* aandacht van de consulenten!
Door de Vries (ambtenaar) op
De ontheffingsgroep en de intensiveringsgroep lijken dezelfde resultaten te laten zien. Wat hebben ze gemeen? Aandacht van de onderzoekers en dat is dus wat werkt: aandacht, maakt niet uit in welke vorm. Een bekend fenomeen in sociaal-wetenschappelijk onderzoek.