of 59318 LinkedIn

Rechter pikt schrappen huishoudelijke hulp niet

Weer is een aantal gemeenten door de rechter gedwongen de eerder geschrapte huishoudelijke hulp alsnog toe te kennen. Dit is recent gebeurd in Ede, Huizen, Lochem, Oosterhout en Veghel. Dat blijkt uit een selectie door Binnenlands Bestuur van een aantal recent gepubliceerde uitspraken.

Opnieuw is een aantal gemeenten door de rechter gedwongen de eerder geschrapte huishoudelijke hulp alsnog toe te kennen. Dit is recent gebeurd in Ede, Huizen, Lochem, Oosterhout en Veghel. De redenen om gemeenten terug te fluiten lopen uiteen.

Besluiten zijn op een ‘foute wet’ gebaseerd, er is geen keukentafelgesprek gevoerd, hulpbehoevenden zijn onvoldoende gecompenseerd of er is niet ingegrepen bij een falende aanbieder. Dat blijkt uit een selectie door Binnenlands Bestuur van een aantal recent gepubliceerde uitspraken. De gemeenten moeten de hulp vergoeden tot in ieder geval het moment dat er een nieuw besluit is genomen, dat aan de wettelijke voorschriften voldoet. Dat besluit staat wel weer open voor bezwaren van burgers.

 

‘Foute wet’

Ede is teruggefloten omdat zij het terugdraaien van het aantal uren baseert op de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Toen de gemeente het besluit nam, golden de bepalingen uit de Wmo 2015 nog niet, maar was de Wmo 2007 nog van kracht. Ten tijde van het bestreden besluit waren de beleidsregels hulp bij het huishouden uit 2007 van toepassing. Omdat ook geen sprake is van gewijzigde omstandigheden op grond waarvan de indicatie naar beneden zou kunnen worden bijgesteld, moet de gemeente Ede alsnog 4,5 uur huishoudelijke hulp toekennen aan een inwoonster. De rechter heeft zich hiermee niet inhoudelijk gebogen over het beleid Wmo 2015 van de gemeente Ede.

 

Onvoldoende compensatie

Veghel moet na een uitspraak van de voorzieningenrechter de bezuiniging terugdraaien en alsnog zes uur huishoudelijke hulp per week aan een inwoonster met (zeer) ernstige medische beperkingen vergoeden in plaats van de twee uur en een kwartier. Ze wordt daarmee onvoldoende gecompenseerd, stelt de rechter. Daarnaast kreeg de gemeente fikse kritiek van de rechter, omdat ze niet heeft ingegrepen na klachten dat de hulp ver onder de maat was. Met de reactie van de gemeente – dat de uitvoering aan de zorgaanbieder is en dat gemeente niet meer dan een handhavingsplicht heeft – maakte de rechter korte metten. De gemeenten heeft een resultaatsverplichting.

 

Slechte onderbouwing

Ook een voorlopige voorziening van een inwoonster in Huizen is toegekend. Met het oog op de rijksbudgetkorting op de huishoudelijke hulp per 2015 had de gemeente gesneden in het aantal toegekende uren; met 1 uur en 45 minuten. Mag niet; zo heeft de rechtbank Midden-Nederland gevonnist. De gemeente heeft onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat de inwoonster met die nieuwe toegekende uren voldoende wordt ondersteund bij het uitvoeren van de huishoudelijke taken. Er is onvoldoende rekening gehouden met de fysieke beperkingen van de inwoonster en de (on)mogelijkheden om een beroep te doen op vrijwilligers. De gemeente moet de eerder geïndiceerde 7,5 uur hulp vergoeden, zo besliste de rechter.

 

Rammelend besluit

In Oosterhout heeft de rechter onlangs een eerste uitspraak gedaan in een zaak, waarvan er zo’n 75 soortgelijke zijn. Bij de Brabantse gemeente zijn driehonderd bezwaarschriften ingediend tegen stopzetting van de huishoudelijke hulp per 2015. Nadat bezwaren hiertegen door het college niet-ontvankelijk zijn verklaard, is een groot aantal Oosterhouters naar de rechter gestapt. Die heeft vorige week gevonnist dat Oosterhout haar huiswerk in deze eerste zaak moet overdoen; er moet een nieuw besluit komen. De rechter heeft zich niet uitgelaten over de argumenten die de raadsman van de inwoonster, die tegen stopzetting in het geweer is gekomen, naar voren heeft gebracht. De raadsman stelde onder meer dat het bestreden besluit incompleet en onzorgvuldig is gemotiveerd. Zo is onder meer geen persoonlijk gesprek met de hulpbehoevende gevoerd. Ook zou de gemeente met een ‘vooraankondiging’ in januari 2014 dat de indicatie tot 31 december 2014 zou lopen, ten onrechte hebben vooruitgelopen op de Wmo 2015, aldus de raadsman.

 

Geen keukentafelgesprek

Op last van de rechter moet Lochem  – opnieuw – de stopzetting van huishoudelijke hulp ongedaan maken. Tijdens twee zaken van een 87-jarige inwoner en een echtpaar uit Lochem deze week, besliste de voorzieningenrechter dat de gemeente Lochem de hulp in het huishouden voorlopig alsnog moet betalen. De drie hadden een voorlopige voorziening aangevraagd, in afwachting van de uitkomst van de bezwaarprocedure. In april ving Lochem ook al bot bij de rechter. Vijf inwoners hadden bij de voorzieningenrechter aan de bel getrokken omdat hun hulp per 1 april zou stoppen. In afwachting van de beslissing op hun bezwaarschriften, wilde ze via de rechter de hulp in ieder geval voorlopig behouden. De rechter ging daarin mee, omdat de gemeente had verzuimd onderzoek te verrichten naar de persoonlijke omstandigheden van de hulpbehoevenden.

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Mantelzorger op
Regelmatig wordt er verwezen naar het (ontbreken van het) keukentafelgesprek. Mij is echter in dit kader nog niet duidelijk binnen welke termijn de gemeente dit keukentafelgesprek moet houden als de zorgvrager daar (al dan niet schriftelijk) daarom vraagt. Kan dat verzoek gezien worden als een verzoek om een besluit? Binnen welke termijn dient een voorziening te zijn gerealiseerd gerekend vanaf de indiening van het eerste verzoek?

Het kan toch niet zo zijn dat het keukentafelgesprek weken op zich moet laten wachten alvorens de gemeente de opdracht gaat geven voor het treffen van een voorziening en zich vervolgens verschuilt achter de levertijd van de ingehuurde leverancier?