of 59345 LinkedIn

Negatieve emoties leiden tot afhakers schuldhulptraject

Negatieve emoties vormen een risico op uitval voor de eerste fase van een schuldhulpverleningstraject; de zogeheten stabilisatiefase. Een persoonsgerichte aanpak door gemeenten met aandacht voor de emoties kan uitval voorkomen, stelt adviesbureau Purpose.

Angst, moedeloosheid en frustratie vormen een risico op uitval voor de eerste fase van een schuldhulpverleningstraject; de zogeheten stabilisatiefase. Die fase – waarin onder meer de schulden op een rijtje worden gezet – wordt door de inwoner met schulden vaak gezien als (onnodige) wachttijd. Een persoonsgerichte aanpak door gemeenten met aandacht voor de emoties kan uitval voorkomen.

Wanhoop

Hoop en wanhoop wisselen elkaar af in het ‘voortraject’ tot daadwerkelijke schuldhulpverlening, zo blijkt uit onderzoek van adviesbureau Purpose dat in opdracht van Schouders Eronder is uitgevoerd. In het project Schouders Eronder wordt gewerkt aan een betere uitvoering van de schuldhulpverlening door gemeenten. Het begint bij angst om überhaupt bij de gemeente aan te kloppen. De inwoners met schulden zien tegen een traject op. Na de intake is vaak sprake van opluchting; ze zien enig licht aan de horizon.

 

Confronterend

De moedeloosheid slaat echter toe als de schulden op een rijtje worden gezet. ‘Bezig zijn met de schulden is confronterend en maakt moedeloos’, aldus de onderzoekers in hun rapport. Frustratie is er als het lang duurt voordat er concrete stappen kunnen worden gezet. Ook dan is er kans op uitval. Het is belangrijk als gemeenten de noodzaak van stabilisatie uitleggen en ook goed vertellen hoe dat proces in elkaar steekt, adviseert Purpose. Ook moeten emoties tijdens het proces bespreekbaar worden gemaakt.

 

Niet geschikt

Het strakke stabilisatieproces dat veel gemeenten hanteren, is lang niet voor iedereen geschikt, zo komt uit het onderzoek onder zeven gemeenten naar voren. Slechts de helft van de mensen die voor stabilisatie in aanmerking komt, bereikt een schuldregeling. Een deel van de overige vijftig procent krijgt een andere oplossing, zoals de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Een onbekend aantal valt tijdens het proces uit.

 

Langdurige problematiek

In het stabilisatieproces moet de hulpvrager overzicht en inzicht geven in zijn financiële situatie. Daarna neemt de gemeente de rol als schuldbemiddelaar op zich. De hulpvrager moet zelf het initiatief nemen om een overzicht te maken van zijn persoonlijke situatie; het schuldenoverzicht en administratie. Dat is voor veel mensen te veel gevraagd, stellen de onderzoekers. ‘Het proces werkt minder goed voor mensen die niet in staat zijn zelf overzicht te creëren of te maken hebben met langdurige problematiek waar de gemeenten zelf geen hulp voor biedt.’ Zij worden weliswaar doorverwezen, maar er wordt niet in de gaten gehouden of ze uiteindelijk ook hulp krijgen.

 

Intensievere begeleiding

Gemeenten proberen op verschillende manieren uitval tijdens het stabilisatieproces te voorkomen. Zo wordt ook hulp geboden op andere domeinen zoals wonen en werk. Aan inwoners die nog niet klaar zijn voor een schuldregeling wordt langdurige hulp geboden. Gemeenten willen zo voorkomen dat mensen uit het zicht verdwijnen. Ook zetten verschillende gemeenten in op intensievere begeleiding, waardoor de kans op uitval kleiner kan worden. Ook laten gemeenten het strakke proces los, maar stellen de vraag en het haalbare tempo van de inwoner centraal.

 

Sturingsinformatie

Gemeenten hebben behoefte aan sturingsinformatie, zo blijkt verder uit het onderzoek. Zodat ze zowel inzicht krijgen in de huidige situatie, maar ook om te zien of nieuwe werkwijzen vruchten afwerpen. ‘Er is van oudsher weinig vraag naar diepgaande verantwoording en daarmee stuurinformatie’, aldus de onderzoekers. Gemeenten rapporteren alleen op vrij hoog niveau aan wethouders en gemeenteraden. Het ontbreekt daarnaast aan goed afgesproken definities, waardoor cijfers op verschillende manieren worden geregistreerd. Omdat er geen succesdefinitie voor stabilisatie is, ontbreekt normering. Een van de aanbevelingen aan Schouders Eronder is om samen met gemeenten een minimale dataset met heldere definities te ontwikkelen ‘voor zuivere vergelijking tussen gemeenten’.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.