of 60220 LinkedIn

Minder kinderen leven in hardnekkige armoede

Het aantal kinderen dat opgroeit in een gezin dat minstens vier jaar moet rondkomen van een laag inkomen is vorig jaar verder gedaald. Dat blijkt vandaag gepresenteerde cijfers van het CBS.

Het aantal kinderen dat opgroeit in een gezin dat al minstens vier jaar moet rondkomen van een laag inkomen is in 2018 verder gedaald. Dat blijkt uit de jongste gegevens van een CBS-rapportage over het armoederisico van in Nederland wonende gezinnen. 

In totaal woonden 264.000 minderjarigen in een gezin met een inkomen onder de lage-inkomensgrens, ongeveer evenveel als het jaar ervoor. Voor 103.000 kinderen gold dat zij leefden in een gezin dat al jaren is aangewezen op een laag inkomen, bijna 5.000 minder dan een jaar eerder. In 2018 had 8,1 procent van alle minderjarige kinderen met risico op armoede te maken, voor 3,3 procent van de kinderen was die kans hardnekkig.

 

Eenoudergezin

Sinds 2015 is het langdurig armoederisico voor kinderen jaarlijks gedaald. Kinderen uit een eenoudergezin (een kwart) lopen de grootste kans op te groeien in armoede. Hun armoederisico is vijf keer zo hoog als bij kinderen in een gezin met twee ouders. Hun ouder/verzorger leeft vaak van een bijstandsuitkering. Onder risicogezinnen waarin (voornamelijk) betaald werk wordt verricht, zijn meer kinderen zijn van werkenden in loondienst (55.000) dan van zelfstandigen (35.000). In de laatste groep zitten vooral kinderen van ZZP’ers.

 

Rotterdam

Kinderen in Rotterdam waren financieel gezien het slechtst af: in die gemeente leefde 17,5 procent in een gezin met een laag inkomen; ruim twee keer zoveel als gemiddeld in Nederland. Heerlen, Amsterdam, Den Haag en Delfzijl volgden Rotterdam, zij het op enige afstand.

 

Bijstands- of Wajong-uitkering

Van de bijna 7,4 miljoen huishoudens in 2018 hadden er 584.000 een inkomen onder de lage-inkomensgrens (alleenstaanden netto 1.060 euro per maand; stellen 1.450 euro; stellen met twee minderjarige kinderen 2.000 euro), waarvan 232.000 huishoudens minimaal vier opeenvolgende jaren. Het Centraal Planbureau verwacht dat het aandeel huishouden onder de lage-inkomensgrens dit en komend jaar nog afneemt. 

Driekwart van de arme gezinnen daarvan was afhankelijk van een bijstands- of Wajong-uitkering. Van de bijstandsontvangers was bijna de helft langdurig op een uitkering aangewezen. Ook onder WW’ers en arbeidsongeschikten lag het aandeel huishoudens met een laag inkomen ruim boven het gemiddelde. 

 

Niet-westers

Armoede komt vooral voor in niet-westerse huishoudens met een Marokkaanse migratie-achtergrond (bijna 27 procent). Van als ’westers’ getypeerde arbeidsmigranten zijn Bulgaarse huishoudens financieel het slechtst af. Ondanks het feit dat zij werken, hebben zij vaak een laag inkomen. 

Bij vluchtelingenhuishoudens met een hoofdkostwinner van Syrische of Eritrese komaf was het armoederisico met respectievelijk 70 en 64 procent het hoogst. Negen van de tien gezinnen met een Syrische, Eritrese en Somalische achtergrond ontvingen bijstand. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.