of 59162 LinkedIn

Meerderheid vluchtelingen loopt risico op armoede

Meer dan de helft van de huishoudens van vluchtelingen (53 procent) heeft een laag inkomen. Dat is ruim 6 keer zo vaak als gemiddeld in Nederland (8,2 procent). Bij Syriërs en Eritreeërs is het percentage gezinnen met een laag inkomen zelfs 80 procent, zo meldt het CBS.

Meer dan de helft van de huishoudens van vluchtelingen (53 procent) heeft een laag inkomen. Dat is ruim 6 keer zo vaak als gemiddeld in Nederland (8,2 procent). Bij Syriërs en Eritreeërs is het percentage gezinnen met een laag inkomen zelfs 80 procent, zo meldt het CBS.

Bijstand

Van alle Syrische huishoudens heeft 79 procent een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Bij het merendeel daarvan, 95 procent, is de bijstand hun voornaamste bron van inkomen. Bij huishoudens van Eritrese komaf is dat percentage net iets groter. Ook de andere vluchtelinghuishoudens met een laag inkomen moeten meestal rondkomen van een bijstandsuitkering. Maar huishoudens afkomstig uit Irak, Iran en vooral Afghanistan hebben ook relatief vaak werk als belangrijkste inkomensbron, terwijl hun inkomen toch onder de lage-inkomensgrens ligt.

 

 


Langdurige armoede

De meeste vluchtelingen die een verblijfsvergunning kregen, deden beroep op de bijstand. In combinatie met de grote toestroom uit Syrië tijdens de vluchtelingencrisis, nam hierdoor het aandeel huishoudens met een laag inkomen in de eerste generatie toe. De vluchtelingcrisis speelde vooral in 2015 en komt daarom nog niet tot uitdrukking in de cijfers over langdurige armoede. Het risico op armoede bij huishoudens van niet-westerse komaf uit de tweede generatie is duidelijk lager dan bij de eerste generatie. De tweede generatie is gemiddeld hoger opgeleid en heeft daardoor betere kansen op de arbeidsmarkt.

 

Afbeelding

 

Oorzaak

Voor de vier grootste groepen van niet-westerse komaf geld dat ze betrekkelijk vaak inkomen uit werk hebben. Vooral Turkse Nederlanders doen het wat dat betreft goed. Maar ook bij hen, en bij mensen met een Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse achtergrond, geldt dat de afhankelijkheid van een bijstandsuitkering meestal de oorzaak van hun lage inkomen is.

 

Minste risico

Van de niet-westerse huishoudens lopen de Surinaamse met 17 procent het minste risico op armoede. Ze hadden, net als Antilliaanse huishoudens, iets vaker een laag inkomen dan in 2016. Onder huishoudens met een Turkse of Marokkaanse achtergrond nam het armoederisico juist wat af.

 

Oost-Europanen

Huishoudens met een Poolse, Roemeense of Bulgaarse komaf lopen een bovengemiddeld risico op armoede. Meestal hebben de lage-inkomenshuishoudens met deze Oost-Europese achtergrond hoofdzakelijk inkomen uit werk. Vooral bij Bulgaarse huishoudens met een laag inkomen is dit het geval. Wel gaat het om een kleine groep: nog geen 10 duizend huishoudens in Nederland zijn van Bulgaarse komaf. Duitsers, Belgen en Britten lopen minder risico op armoede en werken ook vaker.  Arbeidsmigranten met een Oost-Europese achtergrond doen meestal laaggeschoold werk, terwijl migranten uit West-Europa vaak (hoogopgeleide) kenniswerkers zijn.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Nederlands Migratie Instituut. (consulent) op
@Door Wim Vreeswijk (Financieel adviseur) op 13 november 2018 09:22

Informeer bij het Nederlands Migratie Instituut. We hebben toch de Remigratieregeling waardoor migranten financieel worden ondersteund in hunn thuisland?
Door Wim Vreeswijk (Financieel adviseur) op
IK vraag me af hoelang we het nog moeten hebben over 'Syrische vluchtelingen' nu Syrië inmiddels geheel bevrijd is van de IS en dit land zit te springen om terugkerende Syriërs voor de wederopbouw ?