of 59130 LinkedIn

Lokale agenda voor sociaal domein

Het is belangrijk om te weten wat goed 'rendeert' in het sociaal domein. Dat stelt SCP-directeur Kim Putters in een vandaag verschenen essay.

Nu gemeenten de stap maken van transitie naar transformatie in het sociaal domein is het extra van belang te weten wat goed ‘rendeert’. Dat stelt SCP-directeur Kim Putters in een vandaag verschenen essay, dat voor de nieuwe gemeenteraden en colleges als agenda voor het sociaal domein kan dienen. Er moet betere informatievoorziening komen over praktijkervaringen en kennisdeling over goede en slechte praktijken.

Sociaal contract

Dit is een van de onderdelen van een ‘vernieuwd lokaal sociaal contract’, zoals Putters het noemt. Na de raadsverkiezingen van volgende week ligt er een forse opdracht voor gemeenten in het verschiet. ‘De agenda kan alleen maar ambitieus zijn’, zo stelt Putters. Op tal van terreinen moeten gemeenten aan de bak, van het verbeteren van de keukentafelgesprekken tot aan een heldere visie over wat burgers van de overheid mogen verwachten. Al hebben ook de landelijke overheid en kennisorganisaties een ‘duidelijke opdracht’, zo benadrukt Putters in zijn essay ‘Een lokaal sociaal contract. Voorwaarden voor een inclusieve samenleving’. Zo moet de rijksoverheid meer verantwoordelijkheid nemen voor adequate financiële randvoorwaarden, kennisdeling en opleidingen.

 

Onderzoeksagenda

Het vernieuwde lokaal sociaal contract bestaat uit zes onderdelen, die kunnen gelden als onderzoeksagenda ‘die bijdraagt aan de theorievorming én als handelingsperspectief voor de praktijk’, schrijft Putters. Zo is er een heldere visie nodig op wat overheid en burgers van elkaar mogen verwachten. ‘De decentralisaties van de afgelopen jaren gingen vaak over wat de overheid van burgers verwacht, maar minder over wat burgers van de overheid mogen verwachten’, aldus Putters. Hij vindt dat de lokale politiek het debat over wat overheid, civil society en burgers van elkaar mogen verwachten nadrukkelijker moeten voeren. ‘Dat zijn geen technische aanpassingen van verordeningen. Dit gaat over mens- en maatschappijbeelden.’

 

Zorgcoöperaties

Herijking van de definities van sociale risico’s en solidariteit is het tweede onderdeel van het sociaal contract. Risicodeling en solidariteit gaan niet alleen om het compenseren van ziekte of ongezondheid, maar vooral ook over meedoen aan de samenleving. ‘Risicodeling zal meer geënt moeten raken op de combinatie van inkomen, gezondheid, arbeid en netwerken die mensen verder helpen. Om onrechtvaardige uitkomsten te voorkomen’, aldus Putters. ‘Voor de herdefiniëring is veel lokale samenwerking nodig, met deels andere en wisselende partners, ook buiten de zorg, zoals in onderwijs, huisvesting en werk. Zorgcoöperaties introduceren bijvoorbeeld nieuwe vormen van risicodeling door zorg en ondersteuning aan groepen mensen te bieden.’

 

Bredere blik

Een integrale aanpak vraagt, als derde onderdeel, om een bredere blik op gezondheid. Putters: ‘Gezondheid wordt door veel omgevingsfactoren beïnvloed, heeft mede te maken met de beschikbaarheid van hulpbronnen of met een opeenstapeling van gebreken en houdt ook verband met eenzaamheid, werk of sociale activiteiten.’ In de keukentafelgesprekken moet hierop beter worden ingespeeld.

 

Zeggenschap

Inspraak en zeggenschap is het vierde onderdeel van het sociaal contract. ‘Meer beslissingsmacht veronderstelt niet meer bestuur, maar zeggenschap. Niet doelen opleggen, maar samen doelen stellen. Dat is niet altijd eenvoudig voor bijvoorbeeld beroepskrachten. Als ze al weten wat mantelzorgers nodig hebben, dan hoeft dat nog niet overeen te komen met wat de hulpbehoevende wil of nodig heeft of waar professionals zelf naar kijken’, schrijft Putters. Voor groepen die niet zelf kunnen of willen meebeslissen, blijven zaakwaarnemers nodig, zoals casemanagers en buddy’s.

 

Tegenmacht

Daarnaast moet er een nieuwe governance met andere checks and balances komen. ‘Bij macht hoort daarom tegenmacht, bijvoorbeeld via zeggenschap van burgers en professionals in lokale praktijken, maar ook van de hiervoor genoemde zaakwaarnemers.’ Wat betreft de nieuwe governance hebben alle partijen capaciteit en vaardigheden nodig om een dialoog over doelen te kunnen voeren en de eigen inzet toetsbaar te maken. ‘Men moet bereid zijn van elkaar te leren en te willen verbeteren. Dat vergt inzicht in wat participatie en/of zorg opleveren aan kwaliteit van leven.

 

Verminderde eenzaamheid

Deze informatie moet ook vergelijkbaar zijn tussen gemeenten, in elk geval op voor burgers relevante uitkomsten zoals verminderde eenzaamheid, mate van participatie en zelfredzaamheid’, aldus Putters. ‘Burgers hebben het recht om te weten of gemeentelijk beleid daaraan bijdraagt of niet.’ Die informatie is bedoeld om te kunnen leren en verbeteren - in wijkteams, aan keukentafels en in gemeenteraden -, niet om te kunnen sanctioneren, benadrukt Putters.  

 

Kennisdeling

Cruciaal voor een vernieuwd sociaal contract, tot slot, is ‘het mogelijk maken van een ‘lerende uitvoeringspraktijk’, waarin professionals en medewerkers van gemeenten reflectief kijken naar hun eigen handelen, steeds in interactie met de burgers’, aldus Putters. ‘De gemeenten zijn in the lead als het gaat om de lokale vormgeving van hun relatie met de burgers in het sociaal domein’, benadrukt Putters. Er ligt volgens hem echter ook een duidelijke opdracht voor de landelijke overheid en de landelijke kennisorganisaties. ‘De overheid kan randvoorwaarden realiseren zoals goede opleidingen, mogelijkheden voor kennisdeling en een goede infrastructuur voor onderzoek. De kennisinstituten zijn aan zet om bruikbare kennis voor de lokale praktijken te helpen genereren en goed bedachte experimenten te faciliteren.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.