of 63000 LinkedIn

‘Lek’ jeugdzorg moet boven water komen

Om scherp te krijgen wat de oorzaak is van de forse budgetoverschrijdingen op de Wmo en jeugdzorg, heeft Olst-Wijhe een taskforce met een data-analist aan het werk gezet om het ‘lek’ boven water te krijgen.

Vanaf 2022 moet Olst-Wijhe fors meer gaan bezuinigen dan bij de begroting eind vorig jaar gedacht. Oorzaak: de overschrijdingen op de Wmo en jeugdzorg. Om scherp te krijgen wat daarvan de oorzaak is, en of het om incidentele of structurele kosten gaat, is een taskforce met een data-analist aan het werk gezet om het ‘lek’ boven water te krijgen.

Geschrokken

De budgetoverschrijding bij de Wmo komt vrijwel geheel op het conto van de huishoudelijke hulp, vertelt wethouder Hans Olthof (financiën, VVD). Het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp steeg van 430 in 2018 naar 586 aanvragen vorig jaar. Aan jeugdzorg werd in 2018 3,7 miljoen euro uitgegeven, in 2019 een ton meer, maar vorig jaar liep de rekening op tot 4,9 miljoen euro. ‘Daar schrokken we enorm van’, stelt Olthof. ‘Die trendbreuk hadden we niet verwacht.’ De totale gemeentelijke begroting omvat 46 miljoen euro.

 

Black box

De oorzaak van de kostenstijging bij de huishoudelijke hulp was duidelijk: de invoering van de inkomensonafhankelijke eigen bijdrage van 19 euro per maand. ‘Dat Wmo-abonnementstarief is dodelijk voor gemeenten. Het kost de overheid niets om het te schrappen, terwijl het gemeenten financiële lucht geeft.’ De enorme kostenstijging bij de jeugdzorg was min of meer een black box voor de gemeente. ‘Had het met corona te maken, zijn het incidentele kosten of gaat het om structurele bedragen. We wisten het niet, maar we wilden het wel weten.’

 

Duurder en langer

Aan de stijging van het aantal cliënten lag het niet zozeer, zo is uit de analyse van de taskforce gebleken. In 2018 waren er 434 kinderen in jeugdhulp, in 2019 was dat aantal gestegen naar 462 kinderen, maar daalde in 2020 naar 443 kinderen. Wel is de complexiteit van de hulpvraag toegenomen, waardoor er meer zorg per kind wordt toegewezen. De gemiddelde kosten per jongere in jeugdzorg stegen van 7.600 euro in 2018 naar ruim 8.800 euro in 2020. ‘Het gaat meer om multi-problematiek dan voorheen’, aldus Olthof. Het aantal intramurale trajecten, duurder dan 50.000 euro, steeg met maar liefst 80 procent. In een kleine gemeente als Olst-Wijhe (18.000 inwoners) gaat het dan weliswaar om nog geen tien kinderen, maar de bedragen die met de zorg van deze kinderen zijn gemoeid, slaan een redelijk gat in de begroting. Het aantal relatief goedkopere trajecten (tot gemiddeld 20.000 euro) nam met 17 procent af. Last but not least is ook het aantal dagen dat jongeren hulp krijgen toegenomen; van 477 dagen in 2017 naar 515 vorig jaar.

 

Corona

De ‘kille’ cijfers zijn dus boven tafel, maar de vraag waarom de hulpvraag complexer is geworden en waarom jongeren langer hulp nodig hebben − wat er dus met de jongeren in Olst-Wijhe aan de hand is − is daarmee nog niet beantwoord. ‘Het is heel verleidelijk om te zeggen dat het met corona te maken heeft, maar we weten het niet. We zijn nu bezig met een verdiepende analyse.’

 

Dilemma

Het maakt het allemaal wel erg moeilijk om op te begroten, verzucht Olthof. Het is nog niet duidelijk of de kostenstijging in de jeugdzorg incidenteel of structureel van aard is. Daarnaast is het nog ongewis of het rijk met structureel extra geld voor de jeugdzorg over de brug komt en of het gemeentefonds wordt verruimd. Een dilemma, vindt Olthof. ‘Als gemeente ga je op voorhand bezuinigen, terwijl dat straks niet nodig blijkt te zijn geweest.’  

 

Bezuinigingspakket

Het college heeft nu besloten de helft van de kostenstijging in het sociaal domein op te tellen bij de bezuinigingstaakstelling van 1,5 miljoen euro die er sinds november vorig jaar al lag. Voor 2022 moet geen vijf ton, maar 1,25 miljoen euro worden bezuinigd en het jaar erop geen 1,5 maar 2,5 miljoen euro. Voor 1 april komt het college met een bezuinigingspakket van 3 miljoen euro, zodat de gemeenteraad zijn eigen politieke keuzes kan maken. Met het collegevoorstel gaat de raad vervolgens in gesprek met de samenleving. In de Kadernota die in juni of juli wordt vastgesteld, worden de knopen doorgehakt.

 

Balans

Lastig is het wel om aan balans aan te brengen in een bezuinigingsvoorstel, stelt Olthof. ‘Je moet de balans zoeken tussen financiële en maatschappelijke impact en het moet uitvoerbaar zijn.’ Het liefst wil de wethouder bezuinigen op zaken die inwoners niet direct raken, zoals de gemeente in 2014 deed, door te bezuinigen op het onderhoud van sloten en wegen. Hij vreest echter dat ook zijn gemeente niet ontkomt aan maatregelen die andere gemeenten al hebben moeten nemen, zoals de sluiting van voorzieningen als bibliotheek en zwembad.

 

Opschalingskorting

‘We doen echt geen gekke dingen en behalve bij het sociaal domein, loopt onze begroting niet uit de rails.’ De gemeente probeert zelf de kosten naar beneden te brengen. In onder meer de jeugdzorg worden maatregelen genomen om de kosten omlaag te brengen, zoals het onderbrengen van praktijkondersteuners ggz-jeugd bij huisartsenpraktijken. ‘Die verdienen zich ruimschoots terug.’ Maar veel knoppen om aan te draaien, heeft een gemeente niet, tekent Olthof daar meteen bij aan. Veel verwijzingen naar specialistische jeugdzorg worden nogal altijd door de huisarts afgegeven. Daar heeft de gemeente geen invloed op. ‘Als kleine gemeente zijn we wel erg vatbaar voor schommelingen in het gemeentefonds’, stelt Olthof. Ook de opschalingskorting hakt erin. En hoewel deze tijdelijk is bevroren, is zij nog niet van tafel. ‘Als die opschalingskorting blijft, leveren we weer een miljoen in.’ De huidige plannen voor herijking van het gemeentefonds komt Olst-Wijhe straks op een nadeel van drie ton te staan.

 

Ogen gericht op ‘Den Haag’

‘Ik sluit me aan bij veel collega’s uit het land: het moet toch echt uit Den Haag komen.’ De K80 – ‘tachtig krachtige gemeenten met minder dan 20.000 inwoners’, aldus Olthof – is inmiddels een lobby gestart voor meer geld voor het gemeentefonds, afschaffing van het Wmo-abonnementstarief en het schrappen van de opschalingskorting. In het verlengde daarvan willen de K80 dat het afgelopen moet zijn met de ‘stimuleren’ van gemeentelijke herindelingen. ‘Als kleine gemeenten mogen we er zijn; wij staan dicht bij onze inwoners.’ Tot slot moet Den Haag nog eens goed naar de herverdeling van het gemeentefonds kijken.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.