of 61043 LinkedIn

Labels staan duurzame oplossingen in de weg

Zuiderpark, Rotterdam, vlakbij Carnisse.
Zuiderpark, Rotterdam, vlakbij Carnisse.

Beleidsmakers, ambtenaren en hulpverleners stoppen sociale problemen graag in hokjes als 'armoede' of 'dakloosheid', maar wie is daar eigenlijk mee geholpen? Promovendus Frank van Steenbergen pleit voor een meer duurzame en integrale aanpak van sociale problematiek.

Socioloog Frank van Steenbergen promoveerde onlangs aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn proefschrift getiteld 'Zonder marge, geen centrum', waarin hij labels voor sociale problemen onderzoekt. Problemen als armoede, achterstandswijken of zwerfjongeren bestaan in de 'geleefde realiteit', maar worden ook 'uitgevonden' door de namen die we eraan geven. Die labels leiden tot gefragmenteerd beleid dat duurzame verbetering in de weg staat, concludeert Van Steenbergen na tien jaar onderzoek, waarin hij onder meer de Rotterdamse 'focuswijk' Carnisse onder de loep nam.

Je schrijft dat je proefschrift voortkomt uit een bepaald ongemak met de problematisering van Carnisse als een 'focuswijk'. Kun je dat ongemak beschrijven?
‘Als je in Carnisse rondloopt, heb je niet het idee dat het zo dramatisch slecht is. En als je spreekt met zogenaamde zwerfjongeren, dan merk je: die zijn niet heel anders dan andere jongeren. Alleen ontbreekt het hen aan een stabiele thuissituatie. Daarom krijgen ze het label 'zwerfjongere' opgeplakt. De jongeren waarmee ik heb gewerkt, noemen dat: de stempel. Ik vroeg me af: voor wie is die stempel eigenlijk? Wie heeft daar baat bij?

Het deed me denken aan de wijk waar ik zelf opgroeide, Ede Veldhuizen. Dat werd door lokale media en politici ook afgeschilderd als een probleemwijk, maar ik heb daar een prima jeugd gehad. Mensen in Carnisse zeggen ook: het is hier prima wonen.’

Betekent dat dat het prima gaat met Carnisse, en dat de gemeente er niks meer aan hoeft te doen?

‘Het is een feit dat er in Carnisse een hoge concentratie van meervoudige problematiek is, en daar moet je wat aan doen. Maar de vraag is: hoe? Nu gaat er veel geld en aandacht naar losse projecten. De proeftuinen wisselen elkaar in rap tempo af. Dat geld kun je ook op een heel andere manier investeren, waardoor het veel meer terecht komt bij de mensen die er wonen. Je zou het bijvoorbeeld kunnen steken in scholen, in betere, groene straten, betere culturele voorzieningen, ondernemerschap in de wijk. Dat is geen rocket science, dat zijn dingen die eigenlijk iedereen wel in een wijk wil hebben.’

Wat zijn de negatieve effecten van labels zoals 'armoede' of 'zwerfjongeren'?
‘Labels creëren een systeem dat zichzelf in stand houdt. De daklozenopvang is een goed voorbeeld. De afgelopen twintig jaar is het aantal mensen dat een beroep doet op opvang verdubbeld. Het aantal mensen dat er werkzaam is, is verzevenvoudigd. Aantal geld dat erin omgaat is verdertienvoudigd. Dat systeem is enorm gegroeid. Hoe kan dat geld en die inzet meer direct bij de jongeren terechtkomen?

Voor jongeren betekent het label dat ze zelf die stempel moeten gebruiken om hulp te krijgen. Ze moeten zichzelf steeds profileren als dak- of thuisloos, steeds weer hun geschiedenis vertellen aan verschillende ambtenaren en hulpverleners. Zo blijven ze vastzitten in het verleden in plaats van dat ze zich kunnen richten op de toekomst.

Het zorgt er ook voor dat dakloosheid in beleid als geïsoleerd probleem wordt behandeld, terwijl het vaak samenvalt met andere problemen. Bovendien komt de hulpverlening pas op gang als iemand aan een label voldoet, in plaats van dat er aan preventie wordt gewerkt.’

Kunnen labels niet behulpzaam zijn om de ernst van de situatie aan te kaarten?
‘Ja, je wil problemen niet ontkennen. Armoede is enerzijds een sociaal construct, maar anderzijds is het ook een geleefde realiteit. De kracht is om ze alle twee te zien als waar, om beide als uitgangspunt te nemen.

Je ontkomt niet aan het problematiseren van dingen. Sterker nog, je hebt het soms nodig. Je kan een label gebruiken als breekijzer, maar het wordt een probleem als je het structureel gaat gebruiken. Dan voedt het de kwetsbaarheid van mensen en plekken.’

Waarom blijven de labels dan toch bestaan? Of, zoals je eerder al vroeg: wie heeft er baat bij?
‘Ik denk niet dat er vanuit het bestuur een bewuste strategie is om zo'n systeem maar te laten groeien. Maar het alternatief is complexer. Het is simpeler, maar ook complexer. In het geval van dakloosheid: je moet zorgen dat er genoeg sociale huur is. Uit onderzoek blijkt: het eerste wat je daklozen moet geven is een dak boven hun hoofd. Dat is een simpele oplossing, maar lastig uit te voeren.’

Heb je voor ambtenaren en beleidsmakers ook een alternatief voor het gebruik van labels?
‘In plaats van het problematiseren van bepaalde groepen, kun je beter de focus leggen op sociale rechten. Bijvoorbeeld: je hebt recht op een dak boven je hoofd. Als je daarop inzet, kun je veel beter de basis op orde brengen. Als je zorgt dat er goede scholen zijn, dan kunnen mensen zich goed ontplooien. Dat is heel anders dan: hé, we hebben weer een interessante nieuwe methodiek. Ik zou pleiten voor wat meer saaiheid, of simpelheid. Zet in op duurzame voorzieningen. En vertrek vanuit wat er al is, in plaats van iets nieuws te verzinnen. Ga uit van het potentieel en de eigenheid van een wijk en de bewoners, niet het stigmatiserende.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.