of 59345 LinkedIn

Krimpscholen willen geen extra geld per kind

Volgens een groep onderwijs- en gemeentebestuurders zet het geld voor scholen met lage leerlingaantallen een rem op plannen om de krimp het hoofd te bieden.

Een groep onderwijs- en gemeentebestuurders uit Drenthe wil af van de kleine scholentoeslag. Het extra geld voor scholen met lage leerlingaantallen zet een rem op plannen om de krimp het hoofd te bieden.

Luie scholen worden beloond
Dat geldt ook voor het wetsvoorstel om een school met te weinig leerlingen langer open te laten houden. Niet handig stellen de bestuurders in een positionpaper aan de landelijke politiek. ‘Wij vinden dat hier een verkeerd signaal vanuit gaat. Scholen die niet tijdig inspelen op het leerlingenaantallen worden beloond.’ Zij vinden dat de opheffingstermijn beperkt moet worden tot maximaal drie jaar.

 

Schaf fusietoets af
Een derde hindernis om krimp op te vangen is de fusietoets, waarmee de minister van onderwijs kan controleren of fusies echt nodig zijn. De toets is bedoeld om ongewenste schaalvergroting tegen te gaan, maar blijkt in de praktijk een drempel die noodzakelijke samenwerking in krimpgebieden bemoeilijkt, volgens de bestuurders. Ze willen dat de fusietoets wordt afgeschaft.

 

Daling van dertig procent
In Drenthe kampen veel basisscholen met dalende leerlingaantallen. Naar verwachting krimpt het aantal basisschoolleerlingen tussen 2011 en 2020 met zo'n 13 procent. In sommigen Drentse gemeenten zelfs met 30 procent. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport Krimpen met Perspectief dat eerder dit jaar uitkwam. In Drenthe staan in totaal 301 basisscholen, 28 procent van die scholen heeft minder dan 80 leerlingen.

 

Verrassende voorstellen
In het Drentse pamflet zitten verrassende voorstellen, erkent voorzitter Eric van Oosterhout, burgemeester van Aa en Hunze. ‘Maar het is ook een verrassende tijd. Een kwart minder leerlingen in een periode van tien jaar tijd is een historische krimp. We zijn de fase van ontkennen voorbij, we willen stappen zetten en vragen de landelijke politiek om met ons mee te denken.’

 

Andere bekostiging
De kleine scholentoeslag heeft volgens Van Oosterhout jarenlang goed gewerkt, maar zit de bestuurders nu in de weg. Op scholen kleiner dan vijftig leerlingen krijgen de besturen 7.000 tot 12.000 euro per leerling. Op grotere scholen bedraagt de subsidie tussen de 4.000 en 5.000 euro. De stuurgroep wil de kleine scholentoeslag vervangen voor een systeem waarbij de hoogte van de lumpsum afhangt van de leerlingdichtheid in een gebied.

 

Toeslag als vangnet
Van Oosterhout: ‘We kunnen niet blijven hangen in de hangmat van de schooltoeslag.’ Hij wil niet zeggen dat schooldirecteuren rustig achterover leunen, maar constateert wel dat de krimp vraagt om een meerjarenplan, terwijl nog regelmatig wordt gekozen voor een stap-voor-stapaanpak, met de toeslag als vangnet. Zo blijven te kleine scholen in stand, terwijl het voor de onderwijskwaliteit beter is als ze de deuren sluiten of samenwerken.

 

Denominatie

Wat samenwerking bemoeilijkt, is de denominatie, zegt Van Oosterhout. ‘Twee scholen uit dezelfde levensbeschouwelijke zuil praten makkelijker over samenwerking dan een openbare en confessionele school in een dorp. Als gemeente kun je weinig anders doen dan de besturen nog eens uitnodigen voor een gesprek. Gelukkig zie ik veel onderwijswethouders met scholen praten over meerjarenplannen en over het over grenzen heen kijken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Maarten (CvB VPCO Tholen) op
Ik schrik als onderwijsbestuurder van het gemak waarmee de burgemeester zich bedient van niet-onderbouwde argumenten.

In december 2012 heeft de Inspectie van het Onderwijs een rapport uitgebracht over krimp.

Een citaat:
"Wat zijn de effecten van krimp op de kwaliteit van het onderwijs?
Het onderzoek heeft deze vraag grotendeels beantwoord. Op basis van de door de
inspectie toegekende arrangementen (basis, zwak of zeer zwakke school) en de
trends op oordelen bij indicatoren is niet eenduidig vast te stellen dat de kwaliteit
van het onderwijs direct door krimp wordt beïnvloed. Wel is vastgesteld dat er een
toename is van risicofactoren die van negatieve invloed kunnen zijn op de kwaliteit
van het onderwijs. Scholen en besturen weten tot op heden blijkbaar voldoende
adequaat om te gaan met de gevolgen van krimp.
Krimp leidt dus niet automatisch tot kwaliteitsverlies."

Er zijn ook juist veel argumenten om kleine scholen wel in stand te houden, zoals thuisnabij onderwijs met veel persoonlijke aandacht en mogelijkheden voor differentiatie.

Dat de burgemeester vervolgens aangeeft dat de denominatie een bemoeilijkende rol speelt, zegt dan wellicht meer iets over zijn bestuurlijke kwaliteiten als bruggenbouwer dan over die van het onderwijs. Ik merk hier in Tholen juist steeds meer een houding die uitgaat van samenwerking met respect voor elkaars identiteit.
Door Netty Weijenberg (Fractievoorzitter GroenLinks) op
Altijd goed om na te denken over alternatieven. Door de bestuurders wordt overigens weer eens gesteld dat het voor de onderwijskwaliteit beter is als kleine scholen sluiten (of samenwerken). Dat is nooit uit onderzoek naar voren gekomen, wel is gebleken dat goede docenten een voorwaarde zijn voor de kwaliteit van een school. Trouwens wat is groot? In Drenthe vindt men een basisschool met 200 leerlingen al een aardig grote school...
Het valt me eigenlijk tegen dat er voor de traditionele oplossing van vergroten wordt uitgegaan. Een echt bestuurlijke oplossing; ben benieuwd hoe het onderwijzend personeel er tegen aan kijkt.