of 63606 LinkedIn

Koudwatervrees bij aanbesteding zorg

Bekostiging en inkoop van alle nieuwe taken binnen het sociaal domein (Wmo 2015, jeugdzorg) leveren gemeenten veel hoofdbrekens op. Omdat ze niet goed overzien wat er op ze afkomt, spelen ze op safe en gaan ze veelal met de huidige aanbieders en hun beproefde producten in zee. Dat stelt Marcel Stuijts, directeur (en oprichter) van Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob).

Inkoop en bekostiging van alle nieuwe taken binnen het sociaal domein (Wmo 2015, jeugdzorg) leveren gemeenten veel hoofdbrekens op. Omdat gemeenten niet goed overzien wat er op ze afkomt, spelen ze op safe en gaan ze veelal met de huidige aanbieders en hun beproefde producten in zee.

Overgangsjaar

De markt en de aanbieders zijn voor gemeenten nu nog veelal onbekend terrein, de kosten hoog en de (politieke) risico’s groot. 2015 wordt dan ook door veel gemeenten als overgangsjaar gebruikt. Dat stelt Marcel Stuijts, directeur (en oprichter) van Bureau Inkoop en Aanbestedingen Zuidoost-Brabant (Bizob). ‘Gemeenten kunnen nog niet goed overzien wat er precies op ze afkomt, welke zorg en ondersteuning nodig is en welke zorgaanbieders dat op welke manier kunnen leveren.’ Als de gemeenten het speelveld, de zorgbehoevenden, aanbieders en het aanbod beter kunnen doorgronden, gaat dat zeker veranderen, voorspelt Stuijts. ‘Pas dan breekt de periode van transformatie aan.’


Innovatie

De regio Nijmegen start in januari al wel met die transformatie. ‘Ons uitgangspunt is dat we per januari 2015 niet alleen de transitie, maar ook de transformatie vormgeven’, benadrukt de Nijmeegse wethouder Bert Frings (zorg & welzijn, GroenLinks). Innovatie staat volgens Frings hoog in het vaandel in de negen gemeenten van de regio Nijmegen (Druten, Beuningen, Wijchen, Nijmegen, Heumen, Groesbeek, Ubbergen, Millingen aan de Rijn, Mook en Middelaar). Mede daarom is een deel van het beschikbare budget gereserveerd voor kleine, lokale aanbieders. Hiermee komen de gemeenten in de ogen van Frings tegemoet aan de veelgehoorde kritiek dat kleine, innovatieve aanbieders bij de decentralisaties geen voet tussen de deur krijgen. Maar ook bij de aanbesteding van de ‘bulk’ van de Wmo 2015 en de jeugdzorg worden aanbieders − naast kwaliteit, ontschotting en samenwerking − geselecteerd op innovatie.


Gebiedsgerichte aanbesteding

Bij die ‘bulk’ moet worden gedacht aan specialistische ontwikkelingsgerichte dagbesteding, kortdurend verblijf en ambulante trajecten. Die worden gezamenlijk en gebiedsgericht worden aanbesteed. De regio is in zeven percelen opgedeeld, die afzonderlijk maar als delen van een groter geheel worden aanbesteed. De aanbieder, of het consortium van aanbieders, tekent voor het hele palet aan zorg en ondersteuning.


Sociale participatie

De gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem besteden onder de noemer ‘Sociale Participatie’ de Wmo 2015, een deel van de ‘oude’ Wmo/welzijnstaken en de Participatiewet maatschappelijk gezamenlijk aan. De drie gemeenten gaan met één aanbieder – of combinatie van aanbieders − in zee. Een bewuste keuze. ‘Door het in één pakket, integraal aan te besteden krijgen onze inwoners die ondersteuning nodig hebben, straks ook één integraal aanbod’, verduidelijkt Rike van Oosterhoudt, programmamanager bij de gemeente Alphen aan den Rijn en tevens projectleider voor het inkooptraject van de drie samenwerkende gemeenten.


Ruimte aan het veld

Voor de aanbesteding sociale participatie gaan de drie gemeenten geen dik bestek schrijven, waarin alle ins en outs staan beschreven. ‘We geven veel ruimte aan het veld. We sturen op visie en voorwaarden, maar niet op het ‘hoe’. Dat is niet onze expertise, maar die van de aanbieders’, aldus Van Oosterhoudt. ‘Wij kunnen bijvoorbeeld niet beoordelen of het goed is om dementerenden samen met mensen met een verstandelijke beperking dagbestedingsactiviteiten te laten doen of juist niet.’

 

Lees het hele artikel in Binnenlands Bestuur nr 10 van deze week

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Frits van Vugt (adviseur en onderzoeker sociaal domein) op
Omdat gemeenten niet goed overzien wat er op ze afkomt, spelen ze op safe en gaan ze veelal met de huidige aanbieders en hun beproefde producten in zee. Dat stelt Marcel Stuijts van het inkoopbureau Zuidoost-Brabant, en ik denk dat hij gelijk heeft.
We zagen het al bij de jeugdzorg waarbij bijna alle jeugdregio's in hun transitiearrangement kozen voor (continuering van de) bestaande instellingen, zoals het bureau jeugdzorg, zonder veel ruimte te laten voor kleinere aanbieders. Deels werden ze daartoe aangezet door staatssecr. Van Rijn, die met 'zachte landing' niet de continuïteit van zorg voor burgers, maar het voortbestaan van bestaande zorginstellingen beoogde, vanwege zijn zorg voor frictiekosten.

Maar ook bij de Wmo dreigt de status quo het te winnen, zonder dat gemeenten goed kijken naar alternatieven. Door een 'bulk' aan activiteiten aan te besteden, zoals Nijmegen doet, krijgen kleine innovatieve aanbieders geen reële kans.
Het gevaar bestaat dat door de markt op deze manier voor nieuwelingen 'op slot' gaat, zodat over een jaar (of twee) deze allemaal verdwenen zijn en alleen de gevestigde partijen onderling de dienst uit maken. Aanbestedingsexperts waarschuwen hier al voor.
Gemeenten, kijk verder dan je neus lang is, zou ik zeggen. En zorg dat je een gemêleerde markt aan aanbieders blijft houden zodat je keuzes blijft houden! Er zijn verschillende vormen hoe je dat zou kunnen doen.
Door H. Wiersma (gepens.) op
Voor de transitie van deze 3D-operatie is tenminste 2 jaar nodig. Daarom en in het kader van de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur behoort het Rijk deze overgang ook minstens 2 jaar financieel te garanderen. Nog afgezien van inflatoire invloeden en extra geld voor nieuw beleid.
Door a. Buchinhoren (Hoofd zorg) op
deel de visie van de heer Stuijts. Vind de term "Koudwatervrees" in de kop van dit artikel dan ook misplaatst.