of 59147 LinkedIn

Koolmees geeft gemeenten huiswerk inburgering mee

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D66) wil dat gemeenten ter voorbereiding van het nieuwe inburgeringsstelsel optimaal gebruik maken van de huidige mogelijkheden. De kennis die daarbij wordt opgedaan, moet bijdragen aan het nieuw te vormen beleid.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees (D66) wil dat gemeenten ter voorbereiding van het nieuwe inburgeringsstelsel optimaal gebruik maken van de huidige mogelijkheden. De kennis die daarbij wordt opgedaan moet bijdragen aan het nieuw te vormen beleid.

Overgangsproblematiek minimaliseren

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Koolmees dat hij wil dat de overgangsproblematiek bij de beoogde ingang van het nieuwe stelsel in 2020 zo klein mogelijk is. Hij moedigt gemeenten daarom aan om optimaal gebruik te maken van de ruimte die zij nu al hebben om inburgeraars naar een goede taalcursus en betaald werk te begeleiden. Gemeenten moeten volgens Koolmees bijvoorbeeld volop gebruik maken van middelen om inburgeraars coaching aan te bieden.

 

Afspraken in vroegtijdig stadium

Ook kunnen gemeenten het nu al verplichte Participatieverklaringstraject, waarin inburgeraars leren over de ‘kernwaarden van de Nederlandse samenleving’, alvast meer verbinden met activiteiten die de inburgering en re-integratie richting betaald werk bevorderen. Gemeenten worden ook opgeroepen om in een vroeg stadium al afspraken met statushouders te maken over inburgering en arbeidsparticipatie. Het taakstellingsvolgsysteem stelt gemeenten in staat om daarvoor contact op te nemen met statushouders terwijl zij nog in een asielzoekerscentrum verblijven.

 

Taaleis

Daarnaast wijst Koolmees gemeenten op de mogelijkheden van de taaleis in de Participatiewet. Zo stelt die gemeenten in staat om de voortgang in het leren van de Nederlandse taal te monitoren. Ook kunnen mensen met een ontheffing van de inburgeringsplicht als zij een bijstandsuitkering ontvangen toch worden verplicht om hun taalniveau op te vijzelen of een re-integratietraject te volgen.

 

Populatieanalyse

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaat samen met de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in kaart brengen in hoeverre er een populatieanalyse gemaakt kan worden van de inburgeringsplichtigen vanaf 2013. Gemeenten hebben volgens Koolmees behoefte aan zo’n analyse en bovendien ontbreekt er voorlopig ook nog een totaalbeeld. De minister zegt voornamelijk bezorgd te zijn over de groep die bijna aan het leenplafond van 10.000 euro zit maar nog niet aan de inburgeringsplicht voldoet.

 

Overleg met gemeenten over ondersteuning en pilots

Het ministerie van SZW overlegt met de VNG en Divosa over ondersteuning voor gemeenten die al in de geest van het toekomstige inburgeringsstelsel aan de slag zijn, bijvoorbeeld door met een intake, simultane inburgering en re-integratie richting werk, of ontzorging te werken. Koolmees wil de ontwikkelingen in die gemeenten volgen in een monitoringsonderzoek. De VNG, Divosa en SZW zitten ook met elkaar om de tafel voor overleg over pilots en manieren om snel bruikbare resultaten op tafel te hebben.

 

Planning

In de Kamerbrief schetst Koolmees bovendien een planning voor de ontwikkeling van het nieuwe inburgeringsstelsel. Aankomend voorjaar wil de minister een wetsconcept klaar hebben. Tussen september en februari 2020 zou het definitieve wetsvoorstel door de Tweede Kamer moeten worden behandeld, waarop de inwerkingtreding van het nieuwe stelsel voor juli 2020 gepland staat.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Koolmees kan wel anders willen maar met top - down beleid bereik je niet veel. Het is beter om over de noodzakelijke aanpak eerst eens goed overleg te voeren met de VNG en gemeenten alvorens nieuw beleid te ontwikkelen en/of implementeren.
Door Marieke Fens op
In het hele inburgeringsbeleid wordt er nergens rekening gehouden met buitenlandse partners met als gevolg hoge studieschulden als gevolg. Tijdens deze kwelperiode hebben we te maken gehad met malafide scholen, schandalige prijzen lessen, geen plaatsen voor het examen, enorme wachttijden op uitslagen, dreigbrieven van DUO ivm eventuele boetes en zo kan ik nog wel even doorgaan. Kortom niet echt succesvol, dit moet en kan anders. Het kan niet zo zijn dat in de wet staat dat men niet mag discrimineren en dit bij de inburgering dus letterijk wordt gedaan!
Door Marieke op
Hij maakt zich zorgen om diegenen die aan het leenplafond van 10000 zitten (zijn vnl statushouders). Je weet wel die 10000 euro die door een school wordt geïncasseerd en die door de inburgeraar NOOIT afgelost hoeft te worden. Rara wie betaalt uiteindelijk deze kosten? ;)
Door Soy Webman (Lid Facebookgroep Inburgeraars 2013-2020) op
Ook nu weer is de buitenlandse partner door de minister vergeten en dan bedoel ik de buitenlandse partner van een oorspronkelijke Nederlander die in Nederland woont.
17 oktober j.l. is bij het ministerie kenbaar gemaakt dat deze groep bestaat en men schrok van de misstanden en was zich niet bewust wat de positie van de buitenlandse partner is.
Ik heb dit visueel zichtbaar gemaakt in een immigratiediagram op https://inburgerervaringen.nl/immigratie-diagram/
Hieruit blijkt dat de verschillen niet alleen financieel ongelijk zijn maar ook het traject wat door de buitenlandse partner moet worden doorlopen.
Maar in de praktijk is het ook nog eens zo dat onze buitenlandse partners repsectievelijk als vluchteling, daarna als asielzoeker en daarna als statushouder worden gezien door de maatschappij en ook naar deze maatstaven worden behandeld door DUO, Gemeente, Opleidingsinstituten. Onze buitenlandse partners worden puur uit winstbejag en voor het gemak toegevoegd aan de statushouders en dat is wettelijk niet correct, respectloos en vernederend.
Door Kim (Persoonlijk begeleider) op
Het hele in inburgeringsbeleid moet aangepakt worden. Hierbij moet de doelgroep Nederlanders met buitenlandse partners niet vergeten worden. Dit is juist de doelgroep die zelf voor alle kosten moet opdraaien (waardoor er enorme schulden ontstaan). Dit is de doelgroep die (redelijk snel) werk vind en naast hun (fulltime) baan moet inburgeren, lessen moet volgen, scholen moet zoeken, vrije dagen moet opnemen van het werk etc. Deze doelgroep wil het liefst snel hun eigen leven opbouwen en vormgeven, maar worden hier tot nu toe keer op keer in tegen gehouden door de wetgeving rondom inburgering. Iedere nieuwkomer moet het niveau A2 halen (in 2020 zelfs B1), ongeacht opleiding, IQ (analfabeet of universitair geschoold). Dit is onmogelijk. Inburgering is nu inWurgering en nieuwkomers ondervinden steeds meer en meer obstakels! Er moet maatwerk geleverd worden en de (bizarre hoge) kosten moeten niet op de schouders van 1 doelgroep terecht komen. Het is nu een groot commercieel beleid, met discriminerende voorwaarden voor onze doelgroep!
Door Janet Huisman Mudibo (Leerkracht ) op
Goed dat de inburgering aandacht krijgt. Persoonlijk mis ik de differentiatie. Er is geen enkele opmerking t.a.v. de mensen met een buitenlandse partner. Terwijl dit een hele specifieke groep is. Ze wonen met een Nederlandse en hebben over het algemeen snel werk. Ze hoeven echter niet te werken. De Nederlandse partner is financieel volledig verantwoordelijk. Toch moeten ze het volledige inburgering traject volgen. Wanneer je volledig werkt is dat niet te doen. Het hele traject moet deze doelgroep zelf bekostigen, examen geld, Nederlandse lessen en vrije dagen opnemen van je werk. Kortom een stressvolle situatie. Maar misschien, nu het teruggeven wordt aan de gemeenten, wordt dat beter? We wachten het af...
Door Jan Timmermann (Pensionado) op
Ik ben bang dat minister Koolmees toch 2 categorieën statushouders overslaat en dat is de groep die heel lang rondzwerft in verschillende centra zonder te weten naar welke gemeente ze worden uitgeplaatst. Met die groep kunnen gemeenten dus niets en ze lopen een vervelende achterstand op in hun integratie.
En de groep statushouders die vanwege bijvoorbeeld medische problemen (nog) niet kan werken en toch verplicht wordt om een taalcursus te volgen en in te burgeren. Beide groepen missen de structuur waarin ze frequent in contact komen met Nederlanders waardoor ze vereenzamen en zoals de statushouder zegt waarvoor ik taalmaatje ben "te veel gaat piekeren".