of 64740 LinkedIn

Kamerleden stellen inkomstenverrekening aan de kaak

Met de Kamervragen reageren de parlementariërs op berichtgeving, onder andere van Binnenlands Bestuur, over gemeenten die door de rechter zijn teruggefloten vanwege de manier waarop ze inkomsten van bijstandsgerechtigden verrekenden met de uitkering.

Kamerleden Senna Maatoug (GroenLinks) en Gijs van Dijk (PvdA) willen meer duidelijkheid over hoe gemeenten omgaan met het verrekenen van inkomsten uit werk met de bijstandsuitkering. Ze willen onder andere weten hoeveel gemeenten er een werkwijze op nahouden die in strijd is met de wet en de rechtspraak.

Teruggefloten
Met de Kamervragen reageren de parlementariërs op berichtgeving, onder andere van Binnenlands Bestuur, over gemeenten die door de rechter zijn teruggefloten vanwege de manier waarop ze inkomsten van bijstandsgerechtigden verrekenden met de uitkering. Die zaken zijn geen uitzonderingen, zegt juridisch adviseur Peter Kamp tegen Gemeente.nu: ‘Bij het verrekenen van inkomsten uit arbeid met de bijstand, zie ik gemeenten stelselmatig fouten maken.'

In strijd
Kamerleden Maatoug (GroenLinks) en Van Dijk (PvdA) willen daarom weten hoe vaak het voorkomt dat gemeentelijke verordeningen Participatiewet in strijd zijn met de wet en de rechtspraak. Ook stellen ze voor dat de staatssecretaris één werkwijze voor de inkomstenverrekening wettelijk vastlegt. De Kamerleden kaarten verder aan dat het werken vanuit de bijstand in zes op de tien gevallen voor financiële problemen zorgt. Of de staatssecretaris dat een probleem vindt, willen ze weten, en of het beleid bijdraagt aan die problemen.

Fictief verrekenen
De rechtszaken die in de Kamervragen worden genoemd, gaan over twee knelpunten in de inkomstenverrekening: het fictief verrekenen en de tijdelijke inkomstenvrijlating. Fictief verrekenen houdt in dat de gemeente het inkomen uit werk van tevoren inschat en op basis daarvan de bijstandsuitkering aanpast. De Centrale Raad voor Beroep (CRvB) oordeelde in 2016 dat dat niet mag, maar toch gebeurt het nog. Dat bevestigt bijvoorbeeld de website van de gemeente Rotterdam.

Vrijlating
De vrijlatingsregeling bepaalt dat een deel van de inkomsten uit arbeid niet meegerekend wordt als inkomen. Dit om de stap naar (deeltijd) werk aantrekkelijker te maken. De gebruikelijke werkwijze van gemeenten was om in eerste instantie het recht op bijstand te bepalen zonder inachtneming van de vrijlatingsregeling. Alleen als dat recht er was, werd de vrijlating van het inkomen afgetrokken. De rechtbank Rotterdam en de CRvB bepaalden dat dat andersom moet: de vrijlating moet eerst moet worden afgetrokken van het inkomen voordat het recht op bijstand wordt berekend. Op die manier blijft de prikkel om te werken behouden in gevallen waarbij het inkomen net iets boven het bijstandsniveau uitkomt.

Amendement
Parlementariërs Maatoug en Van Dijk wijzen in hun vragen ook op een voorstel van de Landelijke Cliëntenraad, dat er iets vergelijkbaars als de beslagvrije voet zou moeten komen voor mensen die werken naast een uitkering. Met andere woorden: een gegarandeerd minimum waar mensen niet onder mogen vallen. Ook vragen ze de staatssecretaris om een eerder ingediend amendement van Kamerlid Van Dijk in overweging te nemen. Dat voorstel zou de tijdelijke vrijlatingsregeling van 25 procent van het verdiende loon vervangen door een structurele vrijlating van 50 procent van het salaris. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Dat is een goede actie. Om concurrentie en ongewenste sociale mobiliteit tussen gemeenten te voorkomen is een uniforme behandeling van alle Nederlanders noodzakelijk. Anders wordt het wild west en gaat het sociaal stelsel uiteindelijk naar de knoppen.
Door Manuel (wetsanalist bij een provider) op
Te stellen vragen sympathiek en aandacht vragen voor deze problematiek goed. Helaas alleen volstrekt geen kennis van wet en problematiek. Teveel info om beknopt te reageren dus middels enkele opmerkingen maar de situatie schetsen.
Aangehaalde zaak fictief verrekenen wat kinderachtig. Deze geeft geen goed beeld, immers die gemeente wacht 1 maand bij correcties. Zolang kan natuurlijk een bijstandsklant niet wachten op een nabetaling, een evidente fout van die gemeente.
Bij continue vrijlating 50% gaat niemand méér uren werken en blijven mensen voor de rest van hun leven in de (aanvullende) bijstand, een extra doelgroep voor gemeenten. Mag je bovendien aan de buurman uitleggen waarom hij met minder inkomsten maar nog boven de bijstandsnorm véél minder te besteden heeft dan iemand met vrijlating in de bijstand in een gelijke inkomenssituatie. Denk verder ook eens na over gevolgen mogelijke huur- en zorgtoeslag, ik kan voorspellen dat dat niet goed gaat (met enge terugvorderingen als gevolg). Recente uitspraak CRvB zegt het al, is recent. En wel heel bijzonder voor ingewijden, zij richt zich op de letterlijke wettekst en niet op de bedoeling van de wetgever. Ongeacht politieke kleur, moet toch vreemd zijn dat met een inkomen boven de bijstandsnorm deze gewoon kan doorlopen bij een vrijlating. Wetteksten vrijlating zijn trouwens inhoudelijk identiek aan die van de Abw uit de vorige eeuw (en WWB deze eeuw)! Dus onverwacht en baanbrekend (of dwalend) is hier van toepassing.
Bij uitbetaling salaris en bijstand rond de 24ste mogen de Kamerleden mij eens uitleggen hoe/wat/waar. Of bij werken via een uitzendbureau met een 4 weekse uitbetaling en ontvangst salaris op 3 november. Wat gaan we dan doen met de bijstand in maand oktober?
Oftewel een complex probleem, zomaar wat roepen (zonder inhoudelijke kennis) is bijna ongepast.