of 59162 LinkedIn

Jeugdzorgregio’s vallen uiteen

De 42 jeugdzorgregio’s die in 2015 – verplicht – zijn gevormd, vallen op diverse plekken uiteen. De tekorten op de jeugdhulp zouden wel eens de katalysator voor meer breuken kunnen zijn, schat onderzoeker Niels Uenk (PPRC) in.

De 42 jeugdzorgregio’s die in 2015 – verplicht – zijn gevormd, vallen op diverse plekken uiteen. Gemeenten kiezen om diverse redenen voor andere, vaak kleinere, samenwerkingsverbanden. De tekorten op de jeugdhulp zouden wel eens de katalysator voor meer breuken kunnen zijn.

Nóg duurder

‘Gemeenten gaan namelijk op zoek naar nieuwe manieren om tekorten tegen te gaan. Als in die grote jeugdhulpverbanden de meningen verschillen over de te volgen route – en dat is geen vreemd scenario –, dan kan dat leiden tot uiteenvallen van de verbanden’, verwacht onderzoeker Niels Uenk (PPRC). ‘De paradox is dat het de zorg nóg duurder maakt, omdat dit, onvermijdelijk, de administratieve lasten verder opstuwt.’

 

Ambulante jeugdhulp

Recent werd bekend dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant gaan stoppen met de gezamenlijke inkoop van de ambulante jeugdhulp. Helmond splitst zich met negen andere gemeenten waaronder Asten en Deurne af van de regio Eindhoven en gaan samen verder. De bovenregionale vormen van jeugdhulp worden wel nog vanuit Eindhoven ingekocht. ‘Afgelopen jaren is de regionale samenwerkingsstructuur kwetsbaar en complex gebleken', schrijft het Helmondse college aan de raad. 'Zowel op inhoud als op proces is versteviging gewenst om de bestuurlijke ambities te kunnen realiseren en een goede vertaalslag te kunnen maken van regionale doelen naar het beleid van de aangesloten gemeenten en vice versa.’ De tekorten in de regio spelen ook een rol bij het besluit. 


Opgesplitst

Eerder viel de regio Drenthe uiteen in twee nieuwe regio’s, weet Uenk. Ook in Midden-Limburg hebben de samenwerkende gemeenten zich begin dit jaar opgesplitst in de Midden-Limburg oost (Roermond e.o.) en west (Weert, Nederweert en Leudal). ‘We hebben ons opgesplitst omdat we sinds januari op resultaat sturen en niet meer op prijs’, verduidelijkt een woordvoerder van Weert. ‘Aanbieders krijgen bij deze systematiek dan echt een andere rol.’  

 

Minder robuust

Uit eerder dit jaar gepubliceerd onderzoek naar gemeentelijke zorginkoop (jeugdhulp en Wmo) van het NJi en PPRC kwam naar voren dat de samenwerkingsverbanden ‘minder robuust’ zijn dan bij de start van de decentralisatie in 2015. Bij bijvoorbeeld de inkoop van ambulante jeugdhulp en dyslexie zijn er inmiddels meer samenwerkingsverbanden dan de 42 oorspronkelijke jeugdhulpregio’s, zo blijkt uit het onderzoek. ‘Een andere visie en andere wijze van bekostiging zijn redenen waarom andere jeugdhulpregio’s worden gevormd’, weet Marloes Driedonks van het NJi, betrokken bij het onderzoek. ‘Bijvoorbeeld in het geval als gemeenten niet meer op prijs gaan afrekenen, maar kiezen voor resultaatbekostiging. Een andere reden kan zijn dat regio’s inhoudelijk andere keuzes maken in de inrichting van het jeugdstelsel.’ Ook zijn destijds de 42 jeugdhulpregio’s gevormd, terwijl de samenstelling daarvan historisch wellicht niet altijd logisch was, stelt Driedonks.


Zelfstandig inkopen

De 42 jeugdhulpregio’s moesten elk voor een periode van drie jaar een regionaal transitie-arrangement opstellen, maar ook ‘gedurende deze drie jaar zijn er zo her en der regio’s gewijzigd’, weet Uenk, eveneens bij het genoemde onderzoek betrokken. Zo zijn volgens hem Hollands Kroon en Alphen aan den Rijn grote delen van jeugdhulp zelfstandig gaan inkopen in respectievelijk 2016 en 2017.

 

Onwenselijk

‘Het is overigens een beweging die vanuit zorgaanbieders zeer onwenselijk wordt geacht’, stelt Uenk. ‘Vooral omdat dit de versnippering en administratieve lasten enorm gaat opdrijven. Aanbieders krijgen te maken met meer verschillende aanbestedingen, maar vooral ook meer verschillende productstructuren, tarieven, uitvoeringseisen, et cetera.’ Driedonks sluit zich daarbij aan. ‘Ze moeten aan nog meer aanbestedingen meedoen, krijgen te maken met nog meer verschillende regels en verantwoordingseisen; kortom de administratieve lastendruk neemt alleen maar toe.’ Daarnaast is (boven)regionale samenwerking nodig voor het borgen van specialistische functies voor kwetsbare kinderen, voegt Driedonks daaraan toe.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Inez (Partner van) op
@Roel van der Swam:
Het gaat hier om externe bureaucratie, niet de interne van de organisatie zelf.
De overhead is voor kleine organisaties groter doordat ze met steeds meer verschillende partijen te maken krijgen. Interactie met een aantal losse gemeentes is altijd meer overhead dan met één samenwerkingsverband.
Door Roel van Swam (raadslid VVD-Apeldoorn) op
De standaard reactie van de heer Uenk dat kleinere organisaties een hogere overhead kennen wordt lang niet altijd ondersteund door de praktijk: we zien juist vaak dat de grote molochen de bureaucratie en regeldruk opstuwen, terwijl kleinere organisaties met een minumum aan papierwerk kunnen werken en zich snel en adequaat kunnen aanpassen aan zich wijzigende omstandigheden.
Door romeijnders (voorzitter) op
Jammer dat gemeenten niet overgaan tot echte innovaties zoals werken met het FunctioneringsProfiel, daarmee zouden we samen veel meer met veel minder kunnen doen!
Door Inez (Partner van) op
Als iemand zich afvraagt waarom er tekort is aan specialistische jeugdzorg, dit is een belangrijke reden. Al die specialisten moeten met steeds meer partijen contracten afsluiten. En sommigen hebben eisen zoals dat de aanbieder in de regio moet zitten - zeldzamere specialisaties vallen zo af.