of 59318 LinkedIn

‘Instellingen Gülenbeweging staan integratie niet in de weg’

Fethullah Gülen
Fethullah Gülen
Instellingen die gelieerd zijn aan de Fethüllah Gülenbeweging, staan integratie van moslims in de Nederlandse samenleving niet in de weg. Integendeel: ze bevorderen schoolprestaties en arbeidsparticipatie.

Op verzoek van de Tweede Kamer stelde Martin van Bruinessen, hoogleraar vergelijkende studie van moderne islamitische samenlevingen, een rapport op over de Fethüllah Gülenbeweging in Nederland.

 

Aanleiding was een uitzending van NOVA in 2008 over schoolinternaten waar kinderen van Turkse afkomst geïndoctrineerd zouden worden met anti-westerse ideeën. De Gülenbeweging, een conservatiefislamitische en Turks-nationalistische stroming die zich actief bezighoudt met onderwijs en daarvoor ook subsidies van de Nederlandse overheid ontvangt, zou uit zijn op islamisering van de samenleving en slecht zijn voor de integratie in Nederland.

 

Van Bruinessen concludeert: ondanks een diep-religieuze motivatie van de aanhangers van de beweging, staan de Güleninstellingen de integratie niet in de weg, maar bevorderen het schoolsucces en de arbeidsparticipatie van hun doelgroep.

 

In de internaten en de studentenhuizen heerst een streng regime. Een van de leefregels luidt: “Ga alleen de deur uit als het strikt noodzakelijk is”. Toch concludeert u dat Gülen de integratie in Nederland bevordert.

 

‘Voor alle instellingen van Gülen geldt dat ze leerlingen helpen vooruit te komen in de Nederlandse maatschappij. Pupillen worden met grote inzet begeleid en gecoacht, zodat ze goede schoolresultaten behalen en later een prima baan kunnen vinden. Jongeren worden weliswaar afgeschermd van wat wordt gezien als de gevaren van de Westerse samenleving - seks, drank, drugs, kleine criminaliteit - maar als je kijkt waar ze na hun school of studie terechtkomen, dan blijken opvallend veel van hen werk te vinden buiten de specifiek Turkse sector. Verschillende van mijn respondenten zouden graag meer contacten hebben met autochtone Nederlanders, maar die houden dat vaak af.’

 

U beschrijft in uw rapport de idee van de ‘gouden generatie’: een voorhoede van goed opgeleide, vrome moslims die van onderop de samenleving moet veranderen. Het doel van het onderwijs is dus niet emancipatie van de Turkse gemeenschap als geheel, maar de meest getalenteerde leerlingen een duwtje te geven.

 

‘Op de internaten zaten, zeker in de hogere groepen, inderdaad vooral havo- en vwo-kinderen. Dat was aanvankelijk niet de bedoeling, de oprichters zeggen juist de kinderen met leer- en gedragsproblemen te hebben willen bereiken. Kennelijk is dat niet gelukt. Op de huiswerkinstellingen zitten vooral de middenmoters, leerlingen van vmbo-t- en havo-niveau. Zwakke leerlingen zien ze niet echt als hun doelgroep, dat klopt.’

 

De - gesubsidieerde - huiswerkinstellingen en de scholen voor basis- en voortgezet onderwijs zijn in naam seculier maar dienen wel als kweekvijver voor de ‘gouden generatie’ van vrome moslims.

 

‘Alle Güleninstellingen, ook de scholen en de huiswerkinstituten, dienen als plaatsen waar potentiële aanhangers worden gerecruteerd. Tegelijk ben ik ervan overtuigd dat goed onderwijs langzamerhand ook een doel op zichzelf wordt voor de mensen die ermee bezig zijn. Een schooldirecteur kan vanuit een diep-religieuze motivatie zijn werk begonnen zijn, maar op zeker moment, in de praktijk van alledag, wil hij gewoon vooral een heel goede school runnen.’

 

U kreeg niet gemakkelijk toegang tot de internaten, huiswerkinstellingen, studentenhuizen en scholen die u wilde onderzoeken.

 

‘Nee, men was huiverig, zeker in het begin. Ons werd de toegang niet geweigerd maar het was duidelijk dat ze geen zin hadden om buitenstaanders toe te laten. Het was gemakkelijker geweest als we gewoon hadden kunnen binnenlopen en de instellingen in bedrijf hadden kunnen zien, maar in plaats daarvan hebben we ervoor gekozen om mensen te interviewen die betrokken zijn of ooit geweest zijn bij de Gülenbeweging, zoals oud-leerlingen van de internaten.’

 

Was dat voldoende om uw onderzoeksopdracht goed te kunnen uitvoeren?

 

‘Het rapport geeft naar mijn idee een evenwichtig beeld. Ik denk dat we door diepte-interviews met een breed scala aan betrokkenen een betere indruk hebben gekregen dan mogelijk zou zijn geweest met een paar bezoeken aan internaten.’

 

Ze konden nu wel dingen voor u verborgen houden, bijvoorbeeld dat de oudere jongens en meisjes in de huiswerkinstituten gescheiden les krijgen, zoals is gebleken uit eerder onderzoek van Binnenlands Bestuur.

 

‘Dat de internaten en de studentenhuizen strikt volgens sekse gescheiden zijn is duidelijk, maar bij de huiswerkinstituten zaten de leerlingen door elkaar toen ik er was. Overigens vind ik dit niet zo’n enorm belangrijk punt.’

 

U schrijft over de internaten dat ze niet meer bestaan ‘voor zover de onderzoekers hebben kunnen vaststellen’.

 

‘Het schijnt dat er intussen weer een internaat in bedrijf is. Dat hoorde ik nadat ik half september het rapport had afgeleverd, en ik heb nog niet kunnen achterhalen of het klopt.’

 

Heeft u iets gemerkt van antiwesterse ideeën die zouden worden verspreid?

 

‘Niet op het niveau dat een begeleider ten overstaan van een groep kinderen een anti-westers verhaal houdt. Wel is het zo dat de beweging voortkomt uit een conservatieve, xenofobe traditie. Aan de oudere generatie kun je dat nog merken, maar de jongeren gaan geleidelijk anders denken.’

 

Uw conclusies zijn tamelijk mild. Had u tijdens het schrijven van uw rapport het anti-islam-klimaat in Nederland in uw achterhoofd?

 

‘Ik heb op mijn tenen gelopen, dat mag duidelijk zijn. Ik draag niet graag bij aan een verdere stigmatisering van moslims. Wel heb ik negatieve berichten zoveel mogelijk nagetrokken, verhalen over dwang en intimidatie bijvoorbeeld, maar die vielen niet hard te maken. Veel meer dan sociale controle en groepsdruk ben ik niet tegengekomen.’

 

Minister Donner van Binnenlandse Zaken (CDA) schrijft naar aanleiding van het rapport van Van Bruinessen namens het kabinet aan de Tweede Kamer dat er ‘sprake is van een ondoorzichtige organisatiestructuur’. Ook meldt Donner dat er ‘aanleiding is voor versterkte aandacht en gevoeligheid voor eventuele signalen die duiden op druk op ouders die neerkomt op sociale dwang’.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door daesinator (TEKENAAR) op
Fettullah gulen is een bekende wetenschapper wereldwijd.Zijn broep is imam bm aar in turkije zijn er veel imams.Hij helpt mensen wetenscpappelijke kennis vooor de mensheid/
Door ofluogurk (imam) op
Ideraan weet wat Fetfullah Gulen denkt over Nederlanders en niet gelovigen.Daar heb geen AiVD onderzoek voor nodig.
Beste wat kunt doen de boeken van heilige Gulen lezen en kijken naar het gedrags van sarkits kijken.
Door elmer (teoloog) op
Geachte heer Ozkan,
Wat vindt of denkt geachte heer Gulen over/van Nederlanders,weet u dat toevallig?
Want naar mijn opvatting is de heer Gulen een toleranta man.
Door Muaz Özkan (niet relevant) op
Mijn reactie zal kort zijn: 2 rapporten en een AIVD onderzoek is achter de rug. Allen overwegend positief, maar als je alleen al de vraagstelling bekijkt van BB is de conclusie duidelijk: Je kunt nog zo goed integregen als je wilt, dan nog hoor je er niet bij (althans volgens BB).
Door Kardes (student) op
Weet deze onderzoeker wat hij heeft onderzocht? Als hij niet weet ,we numen in het Turks Fetfullahcilar ,Nurcular of Hoca efendin Cemati,Gulen Cemati of malum cemaat.
Weet deze onderzoeker wat een cemaat (gesloten gemeenschap) is of Tarikat ,Nur tarikati (ustad saidi Nursi of Bediu Zaman Saidi Nursi.Maar deze onderzoeker heeft geen onderzoek gedaan alleen maar met sekteleden kennis gemaakt, Klopt het??