of 61043 LinkedIn

Inspecties: verbetering jeugdzorg blijft uit

Kinderen die een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel hebben, worden nog steeds niet tijdig en goed geholpen. Er is onmiddellijk actie nodig. Deze nieuwe noodkreet uiten de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid.

Kinderen die een kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel hebben, worden nog steeds niet goed en tijdig geholpen. Het afgelopen jaar is er onvoldoende gebeurd voor deze kinderen. Er is onmiddellijk actie nodig. Gemeenten, lokale teams, gecertificeerde instellingen en zorgaanbieders moeten, ondersteund door het rijk, samen aan de bak om de juiste zorg voor deze kwetsbare kinderen te regelen.

 

Noodkreet

Deze nieuwe noodkreet uiten de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid in de donderdagmiddag verschenen ‘Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’. De inspecties stellen vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde zijn gebracht. Er is onvoldoende gebeurd om de acute, ernstige situatie die de inspecties in november vorig jaar constateerden op korte termijn op te lossen. De situatie is eerder verslechterd dan verbeterd. Als er door betrokken partijen, waaronder gemeenten, niet snel een doorbraak wordt geforceerd, dreigen de inspecties met ingrijpen en handhaven. ‘We hopen dat het net zo ver hoeft te komen’, aldus een woordvoerder van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

 

Forse ingrepen

De voortgangsrapportage is een vervolg op het alarmerende rapport ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ van november vorig jaar. Dat rapport was destijds voor minister De Jonge (VWS) en Dekker (VenJ) aanleiding om forse ingrepen in de Jeugdwet aan te kondigen. Het wetsvoorstel daartoe is in voorbereiding en wordt rond de jaarwisseling naar de Raad van State gestuurd.

 

Niet acceptabel

De inspecties oordeelden bijna een jaar geleden dat de manier waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De overheid nam onvoldoende haar verantwoordelijkheid om kwetsbare kinderen te beschermen. Het gaat om kinderen waarvan de (kinder)rechter vaststelt dat het niet goed met ze gaat omdat ze bijvoorbeeld worden verwaarloosd of mishandeld of omdat ze strafbare feiten plegen. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd. Noodzakelijke hulp voor deze kinderen en hun ouders moest zonder vertraging worden verleend en hulp die door de rechter werd opgelegd, moest per direct beschikbaar zijn, stelden beide inspecties in november.

 

Innovatie

De situatie is er na elf maanden niet beter op geworden. Hoewel de inspecties zien dat gemeenten en instellingen structurele verbetering en innovatie in de jeugdbeschermingsketen willen realiseren, duurt het te lang voordat concrete verbeteringen worden doorgevoerd en ten goede komen aan kwetsbare kinderen. Datzelfde geldt voor de inspanningen van het rijk om de jeugdbeschermingsketen structureel te veranderen.

 

Verslechterd

In mei dit jaar waren er nog bijna 800 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel zonder vaste jeugdbeschermer, stellen de inspecties in hun voortgangsrapportage. ‘De beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp voor kinderen met complexe problematiek (waaronder kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel) is eerder verslechterd dan verbeterd.’ Ook de verbeterplannen die de jeugdhulpregio’s met de gecertificeerde instellingen hebben opgesteld, leiden onvoldoende tot de verbeteringen op korte termijn. Tussen gemeenten en rijk is sprake van een patstelling over wie de rekening voor de noodzakelijke verbeteringen moet betalen.

 

Doorbraak nodig

Er is nu een doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel, benadrukken de inspecties. Zij verwachten dat gemeenten, lokale teams, gecertificeerde instellingen en zorgaanbieders ‘onmiddellijk na het uitbrengen van deze tussenrapportage starten met een onorthodoxe actiegerichte aanpak en dat zij hierin ondersteund worden door het rijk.’ Gemeenten, zorgaanbieders en professionals bij gecertificeerde instellingen moeten de ruimte krijgen om voor deze kinderen met elkaar te doen wat nodig is. ‘De aanpak moet ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet (binnen zes weken, red) en dat tijdig passende hulp wordt ingezet (binnen drie maanden, red) die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd’, aldus de inspecties.

 

Voldoende hulpaanbod

De inspecties benadrukken dat het hele netwerk aan de slag moet. ‘Jeugdbeschermingsinstellingen kunnen dit niet alleen. Zij hebben de gemeenten nodig, omdat die verantwoordelijk zijn voor voldoende hulpaanbod. Zij hebben zorgaanbieders nodig die deze kinderen zonder vertraging de juiste hulp bieden. En de lokale teams kunnen een rol vervullen in het directe contact met het gezin. Alleen samen kunnen de partijen zorgen voor passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel.’

 

Aanwijzing

De inspecties gaan de acties van de betrokken partijen op de voet volgen. Als er niet snel resultaten worden geboekt, zullen maatregelen worden genomen. Gedacht kan worden aan verscherpt toezicht of aan een aanwijzing. Daarbij kan de inspectie een jeugdhulpaanbieder verplichten maatregelen te nemen om de zorg te verbeteren.

 

Fundamentele verandering

In een reactie stelt Jeugdzorg Nederland de zorgen van de inspecties te delen. De brancheorganisatie heeft bij gemeenten en het rijk aangedrongen op afspraken. 'Dat is gelukt voor de korte termijn', aldus voorzitter Hans Spigt. 'De komende tijd wordt in de regio per kind gekeken welke hulp nodig is en hoe die zo snel mogelijk kan worden ingezet. Daar moeten we nu direct mee aan de slag.' Voor de kinderen van de toekomst is echter meer nodig, benadrukt Spigt. 'We blijven aandringen op fundamentele verandering van het stelsel.'

 

Weg met marktwerking

Jeugdzorg Nederland wil naast verplichte samenwerking door gemeenten en een sterke rol voor de Jeugdautoriteit, af van de marktwerking voor de jeugdbescherming. In plaats daarvan moeten landelijke tarieven en een landelijk verantwoordingskader komen. Voor de jeugdhulp moet worden gekeken naar tariefdifferentiatie. Spigt: 'Organisaties die cruciale jeugdhulp bieden voor de meest kwetsbare kinderen moeten betaald krijgen naar hun systeemfunctie.'

 

Structureel meer geld

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) omarmt de oproep van de inspecties om een onorthodoxe doorbraakaanpak te organiseren. ‘In deze aanpak moeten professionals van gecertificeerde instellingen (GI’s), jeugdhulpaanbieders en gemeenten in staat worden gesteld om een doorbraak te forceren voor kinderen die te lang moeten wachten. We roepen gemeenten op om hier stevig de vinger aan de pols te houden.’ Een dergelijke aanpak is nodig, stelt de VNG, maar vraagt veel van professionals, GI’s, jeugdhulpaanbieders en gemeenten. ‘Dit onderstreept de noodzaak voor meer structurele middelen voor gemeenten.’

 

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.