of 63966 LinkedIn

Inperken huisarts als verwijzer jeugdhulp mag niet

Huisartsen zijn nog steeds de belangrijkste verwijzers voor jeugdhulp. In de recent gesloten bestuurlijke afspraken over de 613 miljoen euro extra voor de jeugdzorg voor dit jaar tussen kabinet en VNG, is afgesproken dat gemeenten de medische verwijsroute nu al mogen versmallen. Huisartsen en specialisten mogen jongeren alleen nog verwijzen naar door gemeente gecontracteerde aanbieders. ‘Dat is in strijd met de Jeugdwet.’

Huisartsen zijn nog steeds de belangrijkste verwijzers voor jeugdhulp. In de recente bestuurlijke afspraken over de 613 miljoen euro extra voor de jeugdzorg tussen kabinet en VNG, is vastgelgd dat gemeenten de medische verwijsroute mogen versmallen. Huisartsen en specialisten mogen jongeren alleen nog verwijzen naar door gemeente gecontracteerde aanbieders. ‘Dat is in strijd met de Jeugdwet.’

Artikel 2.6

Dat stelt Renske Imkamp, advocaat-partner bij Van der Woude de Graaf advocaten. Ze snapt dat het voor gemeenten zuur is dat ze de rekening moeten betalen voor jeugdhulptrajecten waar een huisarts of andere wettelijke verwijzer naar heeft doorverwezen en dat gemeenten daar dus geen grip op hebben. In artikel 2.6 van de Jeugdwet staat echter expliciet dat gemeenten zich daar toch naar moeten voegen. Dat artikel luidt: Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts. ‘Als de huisarts een jongere verwijst naar gespecialiseerde jeugdhulp staat de noodzaak daarvan buiten discussie. Het college hoeft het er niet mee eens te zijn, maar dit is in de Jeugdwet geregeld’, aldus Imkamp. Als ouders met een niet-gecontracteerde aanbieder in zee wilen gaan, kunnen ze daarvoor bij de gemeente een persoosngeboden budget (pgb) aanvragen. Een gemeente mag in dat geval wel de pgb-voorwaarden beoordelen.  

 

Amendement

Die medische verwijsroute door de huisarts is in de Jeugdwet vastgelegd via een door het CDA-ingediend amendement, dat met 149 van de 150 stemmen in oktober 2013 door de Tweede Kamer werd aangenomen. ‘Als gemeenten zeggen dat ze dit niet meer willen gaan doen, kunnen ze hoog en laag springen, maar dan handelen ze in strijd met de Jeugdwet’, benadrukt Imkamp. In de praktijk komt ze wel eens tegen dat gemeenten deze passage uit de Jeugdwet aan hun laars lappen. ‘Gemeenten ontkennen dan dat huisartsen zelf mogen bepalen of en welke hulp een jongere nodig heeft. Ze willen eerst zelf onderzoek doen om daarna te beoordelen of het voorgeschreven traject wel nodig is.’

 

Onjuist

In de bestuurlijke afspraken tussen VWS en VNG staat dat het versmallen van de medische verwijsroute binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk is. Dat is dus onjuist, aldus Imkamp. Ook de suggestie van de commissie Sint om de medische verwijsroute door de huisarts in te perken, strookt niet met de huidige Jeugdwet. De commissie heeft op verzoek van rijk en gemeenten maatregelen in kaart gebracht die kunnen leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. ‘Het verwijsrecht van wettelijke verwijzers zou in ieder geval expliciet ingeperkt moeten worden tot de afbakening van de Jeugdwet’, aldus de commissie in haar onlangs verschenen rapport ‘Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’. ‘Als een nieuw kabinet dit voorstel overneemt, moet eerst de Jeugdwet worden aangepast’, benadrukt Imkamp.

 

Niet twijfelen

‘Wat medisch is, moet medisch worden doorverwezen. Er moet dan niet worden getwijfeld aan de kennis van de huisarts’, stelt het CDA-Kamerlid René Peters. Zijn partijgenoot Mona Keijzer was destijds de indiener van het amendement. ‘Opvoedondersteuning is echter geen medisch probleem.’ Hij is sterk voorstander van een afbakening van de Jeugdwet, een van de andere suggesties van de commissie Sint. Toch snapt hij de aanbeveling van de inperking van de medische verwijsroute van de commissie Sint wel. ‘Daar moeten we nog eens goed over nadenken.’

 

Jeugd-ggz naar Zvw

Als de jeugd-ggz uit de Jeugdwet wordt gehaald en naar de Zorgverzekeringswet (Zvw) wordt overgeheveld – een wens van D66 – is die inperking van de medische verwijsroute niet meer zo urgent, stelt D66-Kamerlid Rens Raemakers. Kijkend althans naar manieren om de gemeentelijke tekorten op de jeugdzorg terug te dringen. ‘Ook voor D66 was destijds het toevoegen van die medische verwijsroute in de Jeugdwet een belangrijk punt.’ Hij snapt dat gemeenten naar mogelijkheden zoeken om grip op de kosten te krijgen. ‘Je moet het probleem dan echter bij de wortel aanpakken.’ Wat zijn partij betreft, is het schrappen van die route geen populaire maatregel, maar ook geen taboe bij eventuele onderhandelingen voor een nieuw kabinet.

 

38 procent door huisarts

De meeste jeugdhulptrajecten starten nog altijd na verwijzing door een huisarts, zo bleek vorige week gepubliceerde CBS-cijfers over 2020. Wel is het percentage wat afgenomen: van 38 procent in 2019 naar 36 procent vorig jaar. Het aandeel verwijzingen door gemeenten name toe van 32 naar 34 procent. Mogelijk dat 2020 een wat vertekend beeld geeft, omdat er fors minder jeugdhulptrajecten (12 procent) zijn gestart. Het CBS acht het aannemelijk dat corona vorig jaar heeft geleid tot die lagere instroom.

 

AfbeeldingBron: CBS

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Om meer grip te krijgen op de verwijzingen van huisartsen zou het (wellicht) beter kunnen zijn om dit als volgt te regelen:
1. de verwijzing loopt via een landelijk coördinatieloket met professionals (doorgeefluik voor het totale werkterrein) of
2. de verwijzing loopt via een gemeentelijk/regionaal/provinciaal coördinatieloket.
Door Kees Romeijnders (voorzitter stichting Functioneringsprofiel) op

Het gaat op de eerste plaats om tevreden cliënten, ouders, leerkrachten en zorg professionals. Daarnaast om geen wachttijden, first time right en maatwerk tegen structureel lagere kosten. Dat is al enkele jaren realistisch.

Door statistiek waar we echt niets aan hebben (thuiswerker) op
Het draait niet om het percentage van het aantal trajecten, maar om het percentage van de totale kosten over de complete looptijd van een traject. Verwijst de huisarts bijvoorbeeld naar veel duurdere en/of langere trajecten? Of juist naar korte/dure, korte/goedkope of goedkope/lange trajecten? Is een lang traject per definitie slechter dan een kort? Trek bijvoorbeeld de vergelijking met een langdurige maar minder ingrijpende fysiobehandeling+oefentherapie+aanpassingen in leven vs. een operatie met revalidatie. Wat is het rendement van de risico's en mate van interventie? Niet alle problemen worden groter met de tijd en niet alle problemen vragen om een actieve interventie. Sommige juist meer en dieper dan men eigenlijk zou willen toegeven... Allemaal zinvolle vragen die beantwoord moeten worden voordat aan de cijfers uit dit stuk ook maar enige betekenis kan worden toebedeeld.