of 59250 LinkedIn

Hoe meer zorgaanbieders, hoe meer prikkels

Gemeenten die bij veel aanbieders zorg inkopen, prikkelen deze aanbieders om goede kwaliteit te leveren. Dat is goed voor gemeenten en cliënten. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in zijn Policy Brief ‘Naar een effectieve inkoop binnen het sociaal domein’.

Gemeenten die bij veel aanbieders zorg inkopen, prikkelen deze aanbieders om goede kwaliteit te leveren. Dat is goed voor cliënten én gemeenten. Dat concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in zijn woensdagmiddag verschenen Policy Brief ‘Naar een effectieve inkoop binnen het sociaal domein’.

Geen strenge selectie

Er zijn gemeenten die veel aanbieders contracteren voor zorg en ondersteuning die vanuit de Wmo 2015 en/of de jeugdzorg wordt geleverd. Het Zeeuws model en bestuurlijk aanbesteden zijn daarvoor veelgebruikte methodes onder de Wmo 2015. Daarbij laat de gemeente alle aanbieders toe die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Andere gemeenten kiezen er voor om bij slechts een of een paar aanbieders zorg en ondersteuning in te kopen.

Volgens het CPB is er voor gemeenten veel te winnen door vooraf geen strenge selectie van aanbieders te hanteren. Bij een ruim aanbod van aanbieders moeten aanbieders hun best doen om cliënten voor zich te winnen, wat kwaliteitsverhogend kan werken, zo stelt het CPB. Ruim inkopen kan daarnaast kostenbesparing voor gemeenten opleveren, omdat het minder tijd en moeite kost om te bepalen welke aanbieders geschikt zijn.

 

Mitsen en maren

Aan de voordelen van veel aanbieders zitten wel mitsen en maren, tekent het CPB daarbij aan. Zorggebruikers moeten ten eerste zicht hebben op de kwaliteitsverschillen tussen aanbieders. Als zij dat ontberen, kan een cliëntondersteuner of mantelzorger helpen om bij een geschikte aanbieder terecht te komen. ‘Ook kunnen gemeenten via een website inwoners op de hoogte stellen van de scores van aanbieders op verschillende monitoringsinstrumenten’, aldus het CPB. Daarnaast moeten er voldoende zorggebruikers per gemeente zijn, zodat er ook daadwerkelijk plek is voor meerdere aanbieders.

Gemeenten moeten bovendien de kostprijs van aanbieders goed kunnen inschatten. ‘Bij een te hoog tarief blaast zij teveel lucht in de markt, waardoor de financiële huishouding van de gemeente onder druk komt te staan. Bij een te laag tarief komen aanbieders in financiële moeilijkheden en bestaat het risico dat aanbieders concessies moeten doen aan de kwaliteit’, aldus het CPB.

 

Eenvoudige taken

Huishoudelijke hulp, begeleiding (bepaalde groepen) en ambulante jeugdhulp voldoen in de optiek van het CPB het beste aan deze voorwaarden. ‘Het gaat hier om relatief eenvoudige taken waarbij de cliënt zelf of anders de cliëntondersteuner dan wel mantelzorger zicht heeft op de kwaliteit. Ook kennen deze voorzieningen veel gebruikers per gemeente.’ Gemiddeld zijn er in een gemeente per duizend inwoners 10 cliënten (individuele) begeleiding en 21 cliënten huishoudelijke hulp.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Annemiek (ICmedewerker) op
Niet hoe meer prikkels, maar hoe meer concurrentie tussen de zorgaanbieders. Concurrentie op zich is niet slecht; maar helaas gaat die in dit geval niet op de hoog mogelijke kwaliteit van het product maar op zo laag mogelijke lonen. Het einde is dat de zorg voortaan wordt uitgevoerd of door gratis mantelzorgers, of door bijna gratis beroepskrachten. E wie zou daar nou iets mee opschieten? In elk geval niet de zorgbehoeftige medemens. Conclusie: de vermarkting van de zorg is het slechtste beleid ooit.