of 63908 LinkedIn

Hoe langer in Nederland, hoe minder vertrouwen

De cijfers ondersteunen de assimilatietheorie, die stelt dat migranten zich door de tijd heen aanpassen aan de cultuur van het aankomstland.

Niet-westerse migranten hebben over het algemeen meer vertrouwen in publieke instituties dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Maar het vertrouwen brokkelt af naar mate de migranten langer in Nederland verblijven.

Integratie
De 'vertrouwenskloof' wordt dus kleiner. In die zin is er sprake van integratie, menen onderzoekers van het CBS, die de nieuwe cijfers woensdag publiceren. De houding van niet-westerse migranten gaat immers meer lijken op die van mensen met een Nederlandse achtergrond.

Ambtenaren
Het CBS keek naar de mate van vertrouwen in verschillende publieke instituties. De verschillen door de tijd heen blijken het grootst te zijn bij de politieke instituties. Onder niet-westerse migranten die minder dan vijf jaar in Nederland verblijven, heeft bijvoorbeeld 58 procent vertrouwen in ambtenaren, terwijl dat bij mensen met een Nederlandse achtergrond voor slechts 45 procent geldt. Maar hoe langer niet-westerse migranten in Nederland verblijven, hoe lager het vertrouwen wordt. Bij de groep die al langer dan 40 jaar in Nederland woont, ligt het vertrouwen zelfs lager dan bij de 'Nederlandse' groep: 43 procent.

Tweede Kamer en EU
Voor andere politieke instituties geldt dezelfde trend. Het vertrouwen van niet-westerse migranten in de Tweede Kamer daalt van 62 naar 34 procent naar mate ze langer in Nederland verblijven. Het vertrouwen in de Europese Unie daalt van 68 naar 39 procent. Bij de mensen met een Nederlandse achtergrond ligt het vertrouwen op 40 procent (Tweede Kamer) en 44 procent (EU).

Hoge verwachtingen
Hetzelfde gaat echter niet op voor migranten met een westerse achtergrond. Het vertrouwen van die groep verandert niet of wordt zelfs groter met de tijd. Dat kan volgens de onderzoekers verklaard worden door de zogenaamde verwachtingstheorie. Die gaat ervanuit dat migranten uit landen met zwakkere instituties, die lager scoren op democratie-indicatoren, hoge verwachtingen hebben van het aankomstland. Naar mate de migrant langer in het land verblijft, worden die verwachtingen bijgesteld richting de houding van de inwoners zonder migratieachtergrond. Voor niet-westerse migranten geldt, vaker dan voor westerse migranten, dat ze afkomstig zijn uit landen met een lager democratisch gehalte. Daarom zijn de verschillen bij die groep het duidelijkst zichtbaar.

Discriminatie
De cijfers ondersteunen de assimilatietheorie, die stelt dat migranten zich door de tijd heen aanpassen aan de cultuur van het aankomstland. Maar, schrijven de onderzoekers, het is ook denkbaar dat discriminatie een rol speelt. Het is mogelijk dat migranten meer discriminatie ervaren naar mate ze langer in Nederland wonen, met als gevolg dat het vertrouwen in instituties daalt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
Nadere analyse van de cijfers van de westerse migranten kan mijn beeld mogelijk bevestigen.
Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
Inderdaad Eric, dat is een zeer geforceerd idee.

Wat er gebeurt is a.d.v. de speltheorie en de verzamelingenleer makkelijk te verklaren.

De verschillende modellen van de speltheorie gaan van 0% vertrouwen (prisinors dilemma), naar heel veel vertrouwen (firm but fair).

De vraag is wanneer gedragen burgers zich volgens een model met geen vertrouwen of een model met veel vertrouwen. Ik noem dat strategisch gedrag.

Met de verzamelingenleer is dat zichtbaar te maken.

In hechte groepen hebben leden van die groep er veel belang bij om te investeren in het vertrouwen in andere mensen van die groep. De kans namelijk om vertrouwen te ontvangen is groot. Investeren in vertrouwen is rendabel.
Niet westerse migranten komen uit culturen waar fysieke hechte groepen de norm zijn. Zij scoren daardoor van 'nature' hoog op vertrouwen hebben.

In een versnipperde en gefragmenteerde samenleving als de Nederlandse, is de kans dat een investering in vertrouwen in een ander met wederkerig vertrouwen wordt beantwoord veel kleiner. De kans namelijk om elkaar vaker tegen te komen is namelijk klein. Het 'natuurlijke' gedrag neigt meer naar geen vertrouwen tonen.

Wat verandert is het leven in fysieke hechte groepen. Daardoor verandert het geven van vertrouwen mee.

Wie hier meer over wil weten kan mij een mail sturen toinegoossens@outlook.com
Door Eric (Beleidsmedewerker) op
De laatste alinea - dat discriminatie een denkbare rol zou kunnen spelen - lijkt er m.i. wat geforceerd bijgehaald. Zou het ook kunnen dat het vertrouwen daalt door soortgelijke ervaringen met de instanties als mensen met een Nederlandse achtergrond? Tenslotte kan een te kleine overheid niet aan gerechtvaardigde verwachtingen voldoen. Maar is wel lekker goedkoop zodat er meer overheidsgeld overblijft voor sociale voorzieningen. (Waar een deel van dezelfde migranten blijkbaar in verhoogde mate gebruik van blijven maken.)