of 63082 LinkedIn

Het gevecht om het arme gezin

Armoede is een veelkoppig monster, met veel bestrijders. Soms lopen die elkaar voor de voeten, zoals Zaanstad heeft gemerkt. ‘Wie samenwerkt, kan meer doen dan hier en daar pleisters plakken.’

Armoede is een veelkoppig monster, met veel bestrijders. Soms lopen die elkaar voor de voeten, zoals Zaanstad heeft gemerkt. ‘Wie samenwerkt, kan meer doen dan hier en daar pleisters plakken.’

Lastig

‘Heel even had ik de indruk dat alle particuliere organisaties op het gebied van armoedebestrijding met elkaar in de clinch lagen’, zegt Khaan Kük, steunfractielid van de lokale fractie van DENK in Zaanstad. ‘Bij nader inzien bleek dat nogal mee te vallen. De meeste organisaties willen graag hun krachten bundelen. Maar er zijn ook groepen die samenwerken lastig vinden.’

Oud zeer
Daar zit oud zeer, weet de jonge Zaankanter. ‘Sommige groepen zijn afsplitsingen van bestaande stichtingen, die nu een andere koers hebben gekozen. Het is voorgekomen dat hun vrijwilligers elkaar dingen misgunden of zelfs zwartmaakten. Of ze probeerden elkaar sponsoren af te pakken en die te bewegen de ‘concurrentie’ niks te geven.’ Een rimpeling, vindt Kük. ‘Uiteindelijk staan al die clubjes voor hetzelfde: het helpen van mensen die in armoede leven. Die extra hulp kunnen we in Zaanstad goed gebruiken.’


Korte lijntjes
Kük drong erop aan dat de gemeente meer dan voorheen het voortouw neemt bij het bij elkaar brengen van verschillende organisaties die armoede bestrijden. ‘Ze hoeven wat mij betreft niet bij elkaar op de koffie te komen. Maar het zou mooi zijn als ze elkaar weten te vinden en door één deur kunnen. De gemeente heeft naar ons idee de rol om dat contact te bevorderen. De lijntjes kort houden, daar gaat het mij om.’     


Geen vanzelfsprekendheid
Wethouder Songül Mutluer (armoede, PvdA) denkt er niet anders over en prijst het initiatief van DENK. Volgens haar staat in Zaanstad het thema armoede prominent op de agenda. ‘Maar de inspraak van initiatieven in de gemeenteraad, na de notitie van DENK, legde wel iets bloot. Namelijk dat samenwerking geen vanzelfsprekendheid is.’

Bijstandsnorm
Haar gemeente telt bijna 8.000 huishoudens die leven van maximaal 110 procent van de bijstandsnorm, en dat op een bevolking van 157.000 inwoners. Ongeveer 10 procent van de huishoudens moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. Van de kinderen groeit 13 procent op minimumniveau, enkele procenten meer dan het landelijk gemiddelde.

Eerder begonnen
Met actieve vroegsignalering van oplopende betalingsachterstanden bij zorgverzekeraars, energieleveranciers en woningverhuurders is in Zaanstad eerder begonnen dan nu verplicht is. ‘Op basis van signalen van het CAK [dat gegevens bijhoudt over wanbetalers en onverzekerden, red.] schrijven we huishoudens aan die zes keer een rekening niet betaalden.’

Hele klus
Maar het blijft een hele klus werkende armen op te sporen, beseft Mutluer. ‘Helaas kun je niet iedereen bereiken die je zou willen. Anders dan mensen met een uitkering zitten werkende armen niet in ons bestand. Wel maken ze gebruik van de hulp van particuliere stichtingen. We hebben alle partijen in de stad nodig om de vicieuze cirkel van armoede te bereiken.’


Privacywetgeving

Een hindernis voor meer samenwerking is volgens Verspeek de privacywetgeving. ‘Beneficiant A helpt dezelfde mensen als beneficiant B, zonder dat van elkaar te weten. Lijsten kunnen op grond van de wet niet zomaar worden uitgewisseld. De Voedselbank beschikt over een klantenbestand van mensen onder een bepaalde inkomensgrens. Wie niet in die database staat en hulp behoeft, moet zich telkens bij een ander loketje melden.’

Iets soepeler
Op de stoel van de overheid wil Verspeek niet gaan zitten. ‘Het zou echter fijn zijn als de AVG iets soepeler was voor organisaties die in feite hetzelfde doel hebben.’ Een van de oplossingen is volgens haar een stadspas die toegang geeft tot een aantal voorzieningen. Een groeiend aantal gemeenten verstrekt die als inkomensondersteunende maatregel.

Drempelverlagend
‘Pashouders hoeven daarna niet iedere keer hun financiële situatie uit de doeken te doen. Dat werkt drempelverlagend en dat is goed, want mensen wachten gemiddeld veel te lang voor ze aankloppen om hulp.’   Zaanstad kent zo’n stadspas nog niet, maar er wordt hard aan gewerkt, vertelt Songül Mutluer. Naar verwachting kan de pas in 2022 worden ingevoerd. ‘Inwoners kunnen daarmee gebruik maken van gemeentelijke financiële regelingen en sport of cultuur.’

Gratis beschikbaar
Op basis van de wensen van de gemeenteraad is een voorstel uitgewerkt waarin de stadspas gratis beschikbaar komt voor minima tot 110 procent van het bijstandsniveau. ‘Als college willen we dat graag uitbreiden tot 120 procent van het bijstandsniveau. Zo bereiken we ook de werkende armen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.