of 59345 LinkedIn

Haagse centrale aanpak multiprobleemgezinnen levert 1,8 miljoen euro op

Een door één regisseur geleide aanpak van multiprobleemhuishoudens levert de gemeente Den Haag netto 1,8 miljoen euro op. Dat blijkt uit een onderzoek dat komende week wordt gepresenteerd.

Volgens Den Haag is het voor het eerst dat het rendement van ‘sociaal casemanagement’, waarbij huishoudens met problemen op verschillende terreinen worden begeleid door één coördinator, in een geldbedrag wordt uitgedrukt.

Uit een recente studie bleek al dat begeleiding van multiprobleemhuishoudens met één plan en regisseur effectief is en geld bespaart. Zes gemeenten, waaronder Den Haag, namen in samenwerking met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid, Welzijn en Sport deel aan het experiment ‘Achter de voordeur’ (zie het gelijknamige kader hieronder). Naast de vraag of de aanpak effectief is, wilde Den Haag begin 2010 ook weten wat sociaal casemanagement oplevert in euro’s.

Lia Kroon, directeur bij de Haagse dienst sociale zaken en werkgelegenheid: ‘Ten tijde van een bezuinigingsopgave en een discussie over welke taken de gemeente wel of niet moet uitvoeren, wilden we eens de kosten en baten uitrekenen.’ Het is volgens haar ‘altijd ingewikkeld om geld voor het sociale domein los te krijgen, omdat dat vaak wordt beschouwd als een soort luxe. Wanneer je geld in een gebouw steekt heb je iets tastbaars, maar nu zie je dat investeringen op sociaal gebied geld oplevert.’

Dat de investeringen in sociaal casemanagement op jaarbasis 1,8 miljoen euro opleveren (zie voor de rekenwijze ‘Opbrengsten versus kosten’, hieronder) noemt Kroon positief. ‘De veronderstelling dat een centrale aanpak van multiprobleemhuishoudens werkt, blijkt te kloppen. Het is pragmatisch en doeltreffend.’

Kroon vindt wel dat de besparingen nog niet helemaal op de juiste plek terechtkomen. Uit het onderzoek, uitgevoerd door economisch adviesbureau LPBL, blijkt dat zorgverzekeraars het meeste profiteren van de aanpak (2 miljoen euro). Daarover wil Kroon met de verzekeraars gaan onderhandelen. Ze hoopt dat de verzekeraars in de toekomst meer willen bijdragen aan gemeentelijke preventie van problemen bij huishoudens.

Het ‘maatschappelijk rendement’ van de Haagse aanpak is volgens LPBL 50 procent; ofwel elke euro die wordt geïnvesteerd, levert anderhalve euro op. In het onderzoek voor de gemeente Den Haag wordt benoemd hoe: minder zorg- en welzijnstrajecten, minder schooluitval, minder huisuitzettingen en hogere slagingspercentages van reïntegratietrajecten. Daarnaast boekt het bureau ook ‘immateriële effecten’ in, die uitgedrukt worden in geld. Voorbeelden van immateriële effecten: meer gezonde levensjaren voor mensen in de doelgroep en leefbaarder wijken.

Asfalt

Volgens Merei Lubbe, partner bij LPBL, zijn die ‘immateriele effecten’ niet vergezocht. Het bureau berekent het rendement van ‘sociaal casemanagement’ via dezelfde methodiek als een investering in infrastructuur. Lubbe zegt dat het maatschappelijke rendement moet worden beschouwd als ‘de toegevoegde waarde van een project of interventie voor de hele maatschappij. Investeringen om multiprobleemhuishoudens te helpen doe je niet direct voor financieel gewin, maar om de kwaliteit van leven van mensen te verbeteren. Omdat budgetten onder druk staan moet je als sociale sector echter je cijfers op orde hebben, anders leg je het af tegen andere sectoren.’

Het onderzoek van LPBL is gebaseerd op steekproeven en inschattingen van experts. Effectmetingen op langere termijn zijn volgens de onderzoekers nodig om met meer zekerheid het rendement te onderbouwen. Daarnaast is de invloed van de sociaal casemanagers op bijvoorbeeld de vermindering van het aantal intensieve zorgtrajecten en het voorkomen van terugval in de problematiek ‘minder zeker’. Ook Den Haag houdt nog een slag om de arm. Volgens Lia Kroon zal pas over een paar jaar definitief geconcludeerd kunnen worden hoe ‘duurzaam’ de aanpak met sociaal casemanagers is. ‘In 2013 of 2014 kunnen we vaststellen hoeveel gezinnen zijn teruggevallen.’   

Bekijk hier het rapport
-----------------------------------------------------------

Opbrengsten versus kosten

Economisch adviesbureau LPBL gebruikt voor de berekening van rendement van investeringen in de sociale sector dezelfde methodiek als voor de evaluatie van infrastructurele projecten. Het bureau berekent het rendement van ‘sociaal casemanagement’ dus op dezelfde manier als een investering in asfalt. Voor de ‘maatschappelijke kosten- en batenanalyse’ van het sociaal casemanagement in Den Haag heeft LPBL alle opbrengsten tegenover de investeringen gezet. 
 KOSTEN
De aanpak kost per jaar zo’n 2,1 miljoen euro extra vanwege extra personeelskosten (24 fte). Daarnaast worden voor ruim 1,7 miljoen euro aan ‘interventiekosten’ - er zijn dankzij de aanpak 640 extra probleemhuishoudens ‘gevonden’ - gemaakt. Tegenover deze kosten (3,8 miljoen euro) staan financiële en immateriële baten. Volgens LPBL bij elkaar ruim 5,6 miljoen euro. Wanneer daar de kosten vanaf worden getrokken resteert 1,8 miljoen euro. 
FINANCIËLE BATEN
Sommige van de financiële baten zijn evident: met het voorkomen van een verblijf in de noodopvang wordt volgens LPBL 1,2 miljoen euro bespaard. Verder zijn door de aanpak bijvoorbeeld minder zorgen welzijnstrajecten nodig, hoeven politie en justitie minder vaak in actie te komen, neemt de schooluitval af, worden huisuitzettingen voorkomen en hebben reïntegratietrajecten een hoger slagingspercentage dan voorheen. Voor deze ‘financiële baten’ boekt LPBL ruim 4,4 miljoen euro in.
 IMMATERIËLE EFFECTEN
Daarnaast zijn er nog ‘immateriële effecten’, die LPBL uitdrukt in euro’s. Zo komen door de Haagse aanpak 170 extra huishoudens in een financieel stabiele situatie terecht. Doordat zij minder stress ervaren zouden daarmee 65 ‘gezonde’ levensjaren worden ‘gewonnen’. Uitgaande van 20 duizend euro per gezond levensjaar, levert dat de maatschappij ‘ruim een miljoen euro aan baten op’, aldus LPBL. Nog een voorbeeld: minder probleemhuishoudens betekent minder overlast en dus een ‘verbeterde buurt’, schrijven de onderzoekers. Dat leidt tot hogere huizenprijzen, goed voor een ‘maatschappelijke baat’ van 120 duizend euro. Deze immateriële baten zijn bij elkaar goed voor ruim 1,2 miljoen euro. Ook als die baten niet worden meegerekend, pakt de aanpak volgens LPBL positief uit: aan ‘financiële baten’ levert de aanpak immers 4,4 miljoen euro op, tegen 3,8 miljoen euro aan kosten. Dan zou een rendement van 600 duizend euro resteren.

-----------------------------------------------------------

Achter de voordeur

Amsterdam, Den Haag, Nijmegen, Eindhoven, Groningen en Enschede deden mee aan het 2,5 jaar durende experiment ‘Achter de voordeur’. Doel was om te onderzoeken hoe multiprobleemgezinnen effectiever geholpen kunnen worden. Bij gezinnen met veel verschillende problemen zijn vaak veel verschillende hulpverleners betrokken, van schuldhulpverlening tot opvoedondersteuning. Lia Kroon, directeur bij de dienst sociale zaken en werkgelegenheid van Den Haag, kent een gezin waarbij op een gegeven moment 28 hulpverleners betrokken waren. ‘De klant werd heen en weer geslingerd.’ Dat moet anders, vond de gemeente, en stelde ruim twintig ‘sociaal casemanagers’ aan. Zij maken na een huisbezoek per gezin één plan van aanpak. De sociaal casemanager moet de hulpverlening coördineren. Gemiddeld is een sociaal casemanager tussen de 3 en 6 maanden bij een multiprobleemhuishouden betrokken. De gemeenten die deelnamen aan ‘Achter de voordeur’ ontwikkelden allemaal een eigen aanpak. In tegenstelling tot andere gemeenten hebben de sociaal casemanagers in Den Haag geen ‘doorzettingsmacht’, vertelt Kroon. In Enschede bijvoorbeeld wordt het overdragen van bevoegdheden van hulpverleners juist als een ‘belangrijke voorwaarde voor succes’ gezien.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.