of 61441 LinkedIn

Gooi het stelsel niet op de schop; leer van elkaar

Een discussie over een nieuwe stelselwijziging in het sociaal domein is zonde van de energie. De inzet moet worden gericht op het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. Natuurlijk moeten knelpunten worden opgelost, maar gemeenten en de uitvoeringspraktijk moeten het er vooral ook met elkaar over hebben hoe de praktijk kan worden verbeterd. ‘Leren van elkaar is zo belangrijk.’

Een discussie over een nieuwe stelselwijziging in het sociaal domein is zonde van de energie. De inzet moet worden gericht op het verbeteren van de uitvoeringspraktijk. Natuurlijk moeten knelpunten worden opgelost, maar gemeenten en de uitvoeringspraktijk moeten het er vooral ook met elkaar over hebben hoe de praktijk kan worden verbeterd. ‘Leren van elkaar is zo belangrijk.’

Knelpunten

Die hartenkreet uit Eelco Eerenberg, de Utrechtse wethouder jeugd en jeugdzorg (D66). Hij reageert daarmee op het maandag verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waarin wordt geconcludeerd dat de decentralisaties maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en arbeidsparticipatie niet hebben gebracht wat ervan werd verwacht en wat ermee werd beoogd. Gemeenten ondersteunen kwetsbare burgers niet beter dan het rijk of de provincie dat voorheen deden. ‘Laat het stelsel met rust. Er zijn nog genoeg mogelijkheden om het huidige stelsel te verbeteren', stelt Eerenberg. Dat zegt ook het SCP. 'Lang niet alles gaat goed, zoals in de jeugdbescherming, en knelpunten moeten urgent worden opgepakt’, benadrukt de wethouder. ‘Maar laten we niet opnieuw bestuurlijke, abstracte discussies over verantwoordelijkheden en stelsels gaan voeren. Als we dat doen, laten we de praktijk weer aan zijn lot over.’

 

Gideonsbende

Liever ziet Gerbrich Kuperus, directeur maatschappelijke ontwikkeling van de gemeente Utrecht, dat gemeenten nog meer dan nu van elkaar leren en elkaar inspireren. De gemeente roept gemeenten, los van het SCP-rapport, op een Gideonsbende te vormen, die kernvragen van het maatschappelijk debat uitwerkt en zorg dat het debat gevoerd gaat worden. Utrecht denkt daarnaast aan de oprichting van een diverse ‘commissie van wijzen’ die vanuit de bedoeling kijkt naar de wijze waarop integraliteit en maatwerk beter kan worden georganiseerd. Ook moet de samenwerking tussen gemeenten en rijk worden herijkt. Het rijk moet sturen op het waartoe en gemeenten op het wat en hoe. En in plaats van dat gemeenten bij het rijk lobbyen, zou het rijk dat juist bij gemeenten moeten doen. Het rijk zou een lobby-agenda moeten maken met wat het bij gemeenten voor elkaar moet krijgen, in plaats van andersom.

 

Prikkelen

‘Het zijn ideeën om te prikkelen en reacties op te roepen’, aldus Kuperus. Dat doet de gemeente in een speciaal e-magazine dat vrijdag via de website van de gemeente en de eigen netwerken wordt verspreid. ‘De afgelopen twee jaar zijn veel gemeenten op zoek naar inspiratie’, vult Joop van der Zee aan, adviseur betekenisvol sturen bij maatschappelijke ontwikkeling en nauw betrokken bij de totstandkoming van het e-magazine. ‘Het is een manier om anderen te inspireren en het is ook een oproep om kennis en ervaring uit te wisselen.’

 

Utrechts model

De gemeente Utrecht neemt met het e-magazine het initiatief daartoe. Zo wordt onder meer uitgebreid de sturingsfilosofie – ook wel bekend als het ‘Utrechtse model’ – toegelicht en ervaringen uit de praktijk in beeld gebracht. Daarin hebben de afgelopen jaren veel gemeenten interesse in getoond. Utrecht concludeerde al ruim voor de decentralisaties van 2015 dat het op de ‘oude’ manier van sturen niet zou lukken om professionals de ruimte te geven en te doen wat nodig is. ‘In het sociaal domein hebben we last gehad van het marktdenken en het doorgeschoten new public management’, aldus Kuperus. ‘Die sturingsfilosofie vanuit de vorige eeuw was niet goed bruikbaar voor de uitdagingen in het sociaal domein, omdat het uitgaat van maatschappelijke effecten en resultaten die een-op-een een gevolg zijn van jouw interventies. Het veronderstelt een causaliteit tussen dat wat je doet en dat wat het vervolgens oplevert. En het gaat er vanuit dat je die causaliteit kunt meten en dat je op basis van die metingen je interventies kunt bijsturen. Behalve dat de echte werkelijkheid veel complexer is dan die een-op-een verbinding tussen je interventie en de resultaten, is het echte leven ook niet maakbaar.’

 

Klant centraal

Deze manier van verantwoorden levert daarnaast voor hulpverleners een berg aan administratieve lasten op. ‘We wilden weer terug naar die uitvoeringspraktijk en ruimte bieden aan die professional’, vult Van der Zee aan. ‘We wilden ervoor zorgen dat die professional niet verstrikt raakt in of belast wordt met administratieve processen die hem belemmeren in plaats van ondersteunen. En we wilden de klant weer centraal stellen.’

 

Reflectie

In de Utrechtse sturingsfilosofie, die samen met partners en professionals uit de stad is ontwikkeld, staan de opgaven in het sociaal domein centraal. Eigenlijk is de filosofie uit vier bouwstenen opgebouwd, verduidelijkt Van der Zee. Er zijn kernwaarden geformuleerd, waarvan de maatschappelijke bedoeling staat voorop, er een is. Dan zijn er heldere kaders nodig; bijvoorbeeld financiële en wettelijke. Een derde is data en de vierde is de dialoog. ‘Samen leren’, aldus Van der Zee. ‘Het hebben van gegevens is belangrijk, maar die zijn betekenisloos zolang je daar met elkaar niet het goede gesprek over hebt georganiseerd. Die reflectie is ontzettend belangrijk: halen we onze ambitie, blijven we binnen de kaders en werken we volgens onze leidende principes.’ ‘Ons model is heel erg gericht op ontwikkelen, verbeteren en leren. Veel sturingsmodellen zijn gericht op verantwoording en “afrekenen”’, vult Kuperus aan. Dat leren en verbeteren gebeurt samen met de partners in de stad.

 

Lichtere jeugdhulp

En werpt het vruchten af? ‘Het is lastig om causaal de impact van je sturingsfilosofie in kaart te brengen’, stelt Van der Zee. ‘De hele manier van werken is gericht om onze ambitie en het werken op basis van de leidende principes te realiseren.’ Er zijn zes leidende principes: de leefwereld centraal, doen wat nodig is, ruimte voor professionals, uitgaan van mogelijkheden, zo nabij mogelijk en eenvoud. Wel staat vast dat bijvoorbeeld de buurtteams jeugd en gezin veel meer kinderen bereiken dan het landelijk gemiddelde. En minder dan het landelijk gemiddelde doen Utrechtse jongeren een beroep op gespecialiseerde jeugdhulp. ‘Het bereik van het buurtteam jeugd en gezin is een indicator dat het werken volgens die leidende principes goed lukt. Het SCP zegt dat het niet lukt om de beweging naar voren te maken en dat het niet lukt om goedkopere of lichtere jeugdhulp in te zetten. Onze ervaringen zouden signalen kunnen zijn dat het wel kán.’

 

Bewust kiezen

Kuperus snapt dat het praten over sturingsmodellen niet heel erg aantrekkelijk is, ‘maar het kan heel erg helpen bij het fundamenteel nadenken over hoe je de zorg en ondersteuning wilt regelen en op basis daarvan keuzes maakt. Je moet bewust kiezen, het moet je niet overkomen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Eindelijk ook eens een kritisch rapport van het SCP over het sociaal domein. Na jaren rapporteren over de gelukkige Nederlander komen ze tot de ontdekking dat dit ook maar betrekkelijk is en niet voor iedereen geldt. De kunst is echter om binnen de (beperkte) publieke middelen iedereen aan zijn trekken te laten komen. Dat is met het huidige VVD-Kabinet nou niet bepaald het geval. Zou het niet eens tijd worden dat 'vriendje' Rutte er mee stopt?