of 59345 LinkedIn

‘Gevoel volgen’ kost gemeenten bakken geld

Het sociaal domein staat onder enorme druk. Dat het sociaal domein zo zonder enorme druk staat, is vooral te wijten aan de verkeerde hulp die veel inwoners krijgen. Dat stelt onderzoeker Floris Lazrak in een essay in Binnenlands Bestuur. Simpel meer geld is volgens hem niet dé oplossing.

Het sociaal domein staat onder enorme druk. Dat het sociaal domein zo zonder enorme druk staat, is vooral te wijten aan de verkeerde hulp die veel inwoners krijgen. Dat stelt onderzoeker Floris Lazrak in een essay in Binnenlands Bestuur. 

Simpel meer geld is volgens hem niet dé oplossing. Hij pleit ervoor dat gemeenten allereerst beter uitzoeken wat écht werkt en dan dat doen, opdat een toekomstbestendig sociaal domein een werkend sociaal hart krijgt.

In 2019 begroten gemeenten voor het sociaal domein in totaal 24,8 miljard euro, gemiddeld bijna 1.400 euro per inwoner. Geld dat wordt uitgegeven aan wijkteams en inkomensondersteuning, maar ook aan behandelingen voor kinderen met zware en ingewikkelde psychische problemen. Desondanks lukt het volgens Lazrak onvoldoende om inwoners (weer) echt perspectief te bieden. ‘En bij degenen waar dat wel zo is, is het de vraag of dat dankzij of ondanks de geboden hulp is’, aldus de onderzoeker die is verbonden aan AEPB en de VU.

Verkeerde intuïties
In het sociaal domein is volgens hem het merendeel van de aangeboden hulp gebaseerd op het gevoel dat het werkt. Als voorbeeld noemt hij onder andere dat het beter zou zijn om integraal te werken, ‘want schotten tussen beleidsterreinen belemmeren de hulpverlening.’ Tegelijkertijd is volgens hem duidelijk dat doen wat niet werkt juist die mensen schaadt die de hulp het hardst nodig hebben. ‘Laten we een conservatieve schatting maken. Stel dat door verkeerde intuïties een kwart van het geld wordt besteed aan niet-werkende of zelfs contraproductieve hulp. In dat geval verspillen gemeenten jaarlijks minimaal 6,2 miljard euro. Met weten wat werkt is te beoordelen of met hetzelfde geld maar andere maatregelen meer kan worden bereikt’, aldus Lazrak. ‘De discussies binnen het sociaal domein draaien te veel om het tekort aan geld. Het echte probleem is dat met het geld dat gemeenten wél uitgeven mensen niet echt worden geholpen.’

Wantrouwen
Binnen het sociaal domein lijkt veel wantrouwen te bestaan als het draait om doeltreffendheid en doelmatigheid. Dat wordt geassocieerd met sturen op cijfers, onnodige en overbodige regels, administratieve taken, vermindering van de professionele handelingsvrijheid en een hoge verantwoordingslast. Maar is dit wantrouwen terecht, zo vraagt Lazrak zich af. ‘Van doelmatigheid wordt gedacht dat het ten koste gaat van de kwaliteit van de hulpverlening, vanuit de intuïtie dat meer ondersteuning beter is. Een brede overzichtsstudie van de Universiteit van Maastricht van 180 wetenschappelijke publicaties naar de inzet van verzorgend en verplegend personeel in verpleeghuizen stelt echter dat meer handen niet leidt tot een verbetering van kwaliteit van zorg of van leven. In een tijdsgewricht waarin de burger zich laat leiden door emoties en feiten ter discussie stelt, is het niet vreemd om kennis te wantrouwen. Maar als dat ervoor zorgt dat mensen die het niet redden worden opgezadeld met hulp die niet werkt, waarom hebben dan juist zo velen in het sociaal domein moeite met sturing op doeltreffendheid en doelmatigheid? Zelfs als daarmee het welbevinden van die mensen op het spel wordt gezet.’

Cognitieve dissonantie
Dat veel mensen in het sociaal domein moeite hebben met sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid, kan volgens hem worden verklaard vanuit hun cognitieve dissonantie, waarbij keuzes en gevolgen die onprettig voelen, worden weggeredeneerd.

Discussies zijn in dit veld ideologisch van aard en richten zich voornamelijk op ‘intuïties’. Tegelijkertijd wordt het door de toenemende kosten van het sociaal domein juist belangrijker om te doen wat werkt. Enerzijds omdat vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen ons voor een enorme opgave stellen. Anderzijds omdat
er sprake lijkt van een welzijnsparadox: ondanks de toenemende welvaart hebben steeds meer inwoners een steuntje in de rug nodig. Zo kent de jeugdzorg een forse volumegroei, maar ook een toename van de gemiddelde trajectduur met 50 procent in de afgelopen vijf jaar. De recente stelselwijziging die minister De Jonge (VWS) heeft aangekondigd lijkt zich echter meer te richten op het monster van Frankenstein en de daarmee samenhangende bureaucratie dan op de structurele oorzaken van de volumegroei en de twijfelachtige doeltreffendheid.

Leed besparen
Gemeenten moeten, zo bepleit Lazrak, samen ‘evidence based pionieren’, dus zich samen inzetten voor experimenten gericht op causale verbanden. ‘Alleen met samenwerking, transparantie en kwetsbaar opstellen wordt duidelijk welke maatregel onder welke omstandigheden effect heeft. Gemeenten moeten structureel evalueren, vastleggen en rapporteren hoe hun hulp doelen en maatschappelijke effecten bereikt. Alleen dán ontdekken we de echt werkzame bestandsdelen. Werkt bepaalde hulpverlening niet dan mag geen inwoner daar meer de dupe van zijn. Dat bespaart zowel leed als geld.’

Lees het volledige essay in Binnenlands Bestuur nr. 22 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Leuke publicatie met op zichzelf een goede insteek, maar teveel gebaseerd op aannames en veronderstellingen die niet met cijfers worden onderbouwd en hard gemaakt. Wetenschappelijk gezien is de inhoud van dit artikel dan gebaseerd op drijfzand.