of 59162 LinkedIn

Gesteggel over reële tarieven huishoudelijke hulp

Gemeenten en minister De Jonge (VWS) staan lijnrecht tegenover werkgevers en vakbonden als het gaat om reële tarieven voor de huishoudelijke hulp. Gemeenten zeggen reële prijzen voor huishoudelijke hulp te betalen. Werkgevers en bonden stellen dat het te vroeg is om die conclusie te trekken

Gemeenten en minister De Jonge (VWS) staan lijnrecht tegenover de werkgevers en vakbonden in de thuiszorg als het gaat om reële tarieven voor de huishoudelijke hulp. Gemeenten zeggen reële prijzen voor huishoudelijke hulp te betalen. Werkgevers en bonden menen dat het te vroeg is om die conclusie te trekken.

Regiegroep

De ‘ruis’ over de reële tarieven is vorige week ontstaan. Minister De Jonge stelde in antwoord op Kamervragen dat het beeld dat branche-organisatie BTN schetst - dat driekwart van de gemeenten geen reële prijs voor de huishoudelijke hulp betaalt - niet strookt met de onderzoeksbevindingen van de regiegroep monitoring reële prijs. Die is in het leven geroepen om meldingen te onderzoeken als  gemeenten zich niet houden aan de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële tarieven Wmo. De Jonge baseert zijn uitspraken op dertien meldingen (waarbij 27 gemeenten betrokken zijn) die door de regiegroep zijn afgehandeld.


Topje ijsberg

Werkgevers en bonden zeggen dat de minister voorbarig is met zijn uitspraken. ‘Die dertien meldingen zijn het topje van de ijsberg’, stelt Hans Buijing, bestuurder van BTN. ‘Bij ons zijn er minstens veertig meldingen binnengekomen.’ Het gaat daarbij om meer dan veertig gemeenten, omdat diverse gemeenten de huishoudelijke hulp gezamenlijk aanbesteden. De Jonge put daarnaast uit de meldingen die in de periode december-eind februari zijn behandeld, voegt Buijing daaraan toe. ‘Ik verwacht zeker nog tien tot twintig meldingen’, stelt Jacqueline Joppe, vice-voorzitter van ActiZ en lid van de regiegroep. ‘In veel gemeenten lopen de aanbestedingen nog.’ De regiegroep gaat tot 1 januari door.


Veto

Bovendien is er regelmatig geen gedeeld advies over het voorleggen van meldingen aan een externe deskundige. Zo’n ‘veto’ binnen de regiegroep betekent dat een melding niet nader wordt onderzocht door emeritus hoogleraar inkoopmanagement Jan Telgen. In de regiegroep zitten vertegenwoordigers van de werkgevers (BTN, Actiz), vakbonden (CNV, FNV) en gemeenten (VNG en G40). ‘Er zijn tientallen meldingen bij de regiegroep binnengekomen, maar er zijn er tot nu toe slechts een aantal behandeld’, aldus Buijing. Vooral de gemeenten liggen nogal eens dwars, aldus Buijing. De VNG herkent dat beeld niet. ActiZ wel, maar stelt dat ‘we met elkaar ook wel een hele ingewikkelde, bureaucratische procedure hebben afgesproken’.

 

Vast tarief

‘Werkgevers willen een vast tarief dat voor het hele land geldt. Dat kan helemaal niet’, stelt een adviseur van de VNG. ‘Per regio en per aanbieder verschilt de kostprijs, en dat is waarmee rekening moet worden gehouden volgens de AMvB,’ aldus de adviseur. ‘We willen geen vast tarief, maar wel een reëel, kostprijsdekken tarief’, stelt Joppe. Dat moet volgens haar tussen de 26 euro en 27,50 euro liggen. Joppe stelt dat gemeenten weliswaar steeds meer begrip tonen voor de noodzaak tot goede tarieven, ‘maar dat begrip vertaalt zich nog lang niet altijd in reële tarieven. Gemeenten zeggen dat ze daar geen geld voor hebben.’  

 

Rekentool

Sinds juni 2017 is de AMvB reële prijs Wmo van kracht. Gemeenten die vanaf dat moment de huishoudelijke hulp opnieuw aanbesteden, moeten daarvoor een reële prijs betalen. Daar is geen concreet bedrag aan ‘gehangen’. Er is een rekentool ontwikkeld om de kostprijs te berekenen. ‘Die rekentool moet vaker worden gebruikt. Juist om de huidige discussie te voorkomen’, stelt Joppe. BTN werkt aan een site waarop de tarieven voor huishoudelijke hulp van alle gemeenten worden gepresenteerd.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Interessant is ook het volgende:
1. wat zijn de financiële voorwaarden om via de gemeente/gemeenschappelijke instelling aan huishoudelijke hulp te komen?
2. wat is de eigen bijdrage van een hulpvrager in relatie met het inkomen/vermogen?
3. als E 25 tot E 26 een reële kostprijs per uur is. Welke gemeenten/gemeenschappelijke instellingen betalen dan minder en welke meer? Kortom, maak alle tarieven openbaar.
4. waar is een kostprijs van E 26 tot E 27,50 gebaseerd?