of 59345 LinkedIn

Gemengde reacties op ‘regeling onderkant arbeidsmarkt’

De Wet werken naar vermogen, de in het regeerakkoord aangekondigde ‘één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt’, wordt in gemeenteland verdeeld ontvangen.

De inkt van het bestuursakkoord was nog niet droog of staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) openbaarde zijn Wet werken naar vermogen. De Wwnv zorgt voor ‘ontschotting’ van de diverse regelingen voor de bijstand, Wajong (jonggehandicapten) en de sociale werkvoorziening (SW); een speerpunt van het kabinet.
Binnenlands Bestuur vroeg een voor- en een tegenstander om een eerste reactie. 

Tégen

Rinda den Besten, PvdA-wethouder Utrecht: ‘Dit plan is desastreus. Gemeenten gaan echt leeglopen, met name op de sociale werkvoorziening.’

‘Aan de doelstelling dat meer mensen in de sociale werkvoorziening “buiten” moeten gaan werken, werken we van harte mee. Maar zoals De Krom het stelt; dat van de 100 duizend mensen die nu in SW-bedrijven werken, 66 duizend uit het regime van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) kunnen, en dat na een periode van 5 jaar tweederde aan het werk is bij een gewone werkgever, dat is allemaal wensdenken. Die inschattingen zijn veel te positief. Ze zijn nergens op gebaseerd.’ ‘De salariskosten van huidige Wsw’ers liggen vast en vormen een enorm deel van het budget. Gemeenten moeten verder lonen gaan aanvullen. Voor mensen die bijvoorbeeld bij de plantsoenendienst en in de postsortering werken, moet begeleiding worden betaald. Ten slotte hebben bijna alle SW-bedrijven momenteel tekorten. De 400 miljoen euro die De Krom heeft toegezegd om de pijn in de SW-sector te verzachten, mag niet gebruikt worden om die tekorten weg te werken. Wij zien tekorten ontstaan en groter worden, en dan?’ ‘Door de Wet werken naar vermogen gaan veel mensen met vermogen juist niet werken. De mensen die door de huishoudtoets geen recht meer hebben op een inkomen, komen niet meer in ons systeem. Aan die grote verdwijntruc werken wij niet mee.’ ‘Sneu is dat mensen niet weten wat ze boven het hoofd hangt. Oude gevallen zijn gespaard dankzij de PVV. Nieuwe gevallen gaan er enorm op achteruit. Die krijgen niets of bijstand, wat ook nog 10 procent minder wordt in 10 jaar. Onze wachtlijsten stromen vol, met mensen die hopen dat ze nog net safe zijn. Als gemeenten door h ebben wat de omvang is van deze bezuinigingen, schat ik in dat ze tegen het bestuursakkoord gaan stemmen.’ 

Vóór

Myra Koomen, CDA-wethouder Enschede: ‘Ik ben blij met deze wet, maar het wordt passen en meten.’

‘Ik ben blij met de Wet werken naar vermogen, vooral vanwege het systeem van de loondispensatie. Ook ben ik blij met de aangekondigde commissie die de overgang van de Sociale Werkvoorziening zal begeleiden, want het wordt geen piece of cake.’ ‘Enschede was al lang genoodzaakt om op een andere manier naar de onderkant van de samenleving te kijken. Sinds 2004 hebben we ieder jaar
een tekort op het inkomensdeel van het budget voor de Wet werk en bijstand. Tegelijkertijd
besteden we uit het werkdeel, van 26, 27 miljoen euro, jaarlijks 12 miljoen aan salarissen van 437 mensen met een oude Melkertbaan. Dat grote bedrag leidde niet tot reïntegratie. Voor 5 duizend andere mensen hadden we maar 5 miljoen euro over. Daarom besloten we te stoppen 4 jaar
geleden en zo participatiebudget vrij te spelen.’ ‘Met verschillende bedrijven hebben we afspraken; mensen kunnen als leerling instromen en later een contract krijgen. Ook werken inmiddels duizend mensen met behoud van uitkering. De meesten zijn daar ontzettend gelukkig mee; ze hebben weer contact met andere mensen. Zodra we “loonwaarde” kunnen gebruiken (red. zie kader), doen we dat, fantastisch als mensen een echt salaris krijgen.’ ‘Gemeenten staan voor een zware opgave. Het wordt passen en meten. Tegelijkertijd is de tijd rijp om het systeem om te buigen. Iedereen kon dit voelen aankomen. Uiteindelijk zal de meerderheid van de gemeenten vóór zijn. Het alternatief is onaantrekkelijk: geen loondispensatie, geen commissie en niet die goede relatie met het ministerie van Sociale Zaken.’


Wet werken naar vermogen

De Wet werken naar vermogen (Wwnv) is één regeling voor arbeidsbeperkten en ‘gewone’
werklozen, uit te voeren door gemeenten. Op 8 juni stemmen gemeenten over het conceptbestuursakkoord, waavan de Wwnv onderdeel uitmaakt. Die stemming gaat dus ook over de wet, want die roept veel verzet op. De G4 bijvoorbeeld zijn tegen. De 400 miljoen euro die staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) wil toezeggen om het bezuinigingsleed in de sector van de sociale werkvoorziening (SW) te verzachten, vinden de grote steden veel te weinig.

Wat houden de plannen in? In grote lijnen komt het erop neer dat ook arbeidsgehandicapten onder de regels gaan vallen die nu gelden voor de bijstand: iedereen wordt geacht te werken zoveel als hij of zij kan. Wie toch werkloos is, ontvangt 70 procent van het minimumloon. Anders dan bij huidige Wajongers (jonggehandicapten) en mensen werkzaam in de SW wordt rekening gehouden met vermogen, zoals een huis of inkomen van een verdienende partner, uitgezonderd mensen die helemaal nooit meer kunnen werken. Zij krijgen geen partner- en vermogenstoets en blijven vallen onder de Wajong.

Een tijdelijke uitzondering maakt het kabinet ook voor huidige werknemers in de SW en huidige Wajongers. Ook zij krijgen geen vermogens- of partnertoets en houden grotendeels hun rechten. Nieuw is ‘loondispensatie’. Dit houdt in dat werkgevers arbeidsbeperkten minder mogen betalen, afhankelijk van hun ‘loonwaarde’. De gemeente vult dat loon dan aan, aanvankelijk tot bijstandsniveau, maar dat wordt meer. Als de arbeidsbeperkte blijft werken ‘naar vermogen’ groeit
de aanvulling. Na maximaal 9 jaar zit hij dan op mininumloon. Veel is nog onduidelijk, bijvoorbeeld wat er gebeurt als iemand buiten zijn schuld niet naar vermogen werkte.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.