of 60264 LinkedIn

Gemeenten moeten meldpunt ‘verwarde personen’ hebben

Gemeenten moeten een eigen meldpunt hebben waar mensen meldingen kunnen maken over personen met verward gedrag. Als dat niet kan, moeten gemeenten zich aansluiten bij een regionaal meldpunt. Aan die wettelijke verankering wordt nu gewerkt.

Gemeenten worden wettelijk verplicht een eigen meldpunt te hebben waar mensen meldingen kunnen maken over personen met verward gedrag. Als dat niet kan, moeten gemeenten zich aansluiten bij een regionaal meldpunt. Aan die wettelijke verankering wordt nu gewerkt.

Landelijk nummer

Dat schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) aan de Tweede Kamer. In het najaar wordt de naam bekend gemaakt van het landelijke nummer waarop meldingen kunnen worden gedaan over mensen met verward gedrag. Het Landelijk Meldnummer niet-acuut (0800-1205) is sinds 1 juli beschikbaar. Het landelijk nummer schakelt door naar de regio. Bijna negen op de tien gemeenten zijn via een regionaal of lokaal meldpunt aangesloten op het Landelijk Meldnummer.

 

Achtervang

Voor de gemeenten waar nog geen meldpunt is, fungeert MIND Korrelatie de eerste periode als achtervang. Blokhuis gaat in gesprek met gemeenten die nog niet zijn aangesloten, omdat hij het van belang acht dat er ‘op korte termijn een volledig dekkend, landelijk netwerk van gemeentelijke en regionale meldpunten is.’ Het, inmiddels opgeheven, Schakelteam Personen met verward gedrag heeft altijd gepleit voor een landelijk meldnummer waar ofwel de persoon met verward gedrag of zijn omgeving terecht kan.

 

Risicotaxatie

Aan alle zorg- en veiligheidshuizen wordt later dit jaar een integrale risicotaxatie-instrument beschikbaar gesteld voor de groep van 1.500 mensen met een psychische stoornis die ernstig gevaarlijk, agressief en/of ontwrichtend gedrag vertoont. Deze groep vormt een hoog maatschappelijk (veiligheids)risico. De zorg- en veiligheidshuizen moeten risicotaxaties uitvoeren en deze groep personen langdurig monitoren. Nu worden risicotaxaties nog niet op een en dezelfde wijze uitgevoerd. Blokhuis vindt dat dit wel op een eenzelfde manier moet gebeuren.

 

Financieringspotjes

Eind dit jaar moet in alle regio’s een werkende aanpak ‘in de steigers’ staan om de overgang tussen verschillende zorgvormen (op- en afschalen) soepel te laten verlopen. Daartoe moet een zogeheten ketenveldnorm worden geïmplementeerd. Dit houdt in dat personen met verward gedrag nauwlettend worden gevolgd door een regionaal aangewezen aanbieder van geestelijke gezondheids- of gehandicaptenzorg. Die moet de juiste zorg op het juiste moment regelen, en moet daarbij niet in de weg worden gezeten door verschillende financieringspotjes. Als er onduidelijkheid over is, betaalt VWS in eerste instantie de rekening. Later wordt uitgezocht of toch de gemeente (Wmo) de rekening moet betalen, of bijvoorbeeld de zorgverzekeraar. ‘Het mag niet zo zijn dat als de middelen en financiering voorhanden zijn, het zorg- en ondersteuningsaanbod er is en het bestuurlijk commitment ook, dat er toch mensen verstoken van zorg of ondersteuning blijven. Dit met alle maatschappelijke risico’s van dien’, aldus Blokhuis.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.