of 59162 LinkedIn

Gemeenten lopen achter met uitvoering Participatiewet

In de uitvoering van de Participatiewet blijven gemeenten achter bij de verwachtingen die bij de invoering zijn gesteld. Tegelijkertijd blijft de doelgroep gestaag groeien. Dat blijkt uit de 'Landkaart van de Participatiewet' van bureau Berenschot waarvoor de 35 centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s zijn onderzocht.

Gemeenten blijven in de uitvoering van de Participatiewet achter bij de verwachtingen die bij de invoering zijn gesteld. Tegelijkertijd blijft de doelgroep gestaag groeien. Dat blijkt uit de 'Landkaart van de Participatiewet' van bureau Berenschot waarvoor de 35 centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s zijn onderzocht. 'De komende collegeperiode is bepalend voor het slagen van de Participatiewet.'

Prestaties onder verwachting

Gemeenten helpen meer mensen met een arbeidsbeperking aan werk dan voor de decentralisaties, maar moeten flink aan de bak om de bij de invoering gestelde verwachtingen waar te kunnen maken, zeker nu de doelgroep de komende tijd blijft groeien. Gemeenten waren verantwoordelijk voor 103.000 mensen in de Wsw. Volgens het ministerie van SZW is de verwachting dat 225.000 mensen met een arbeidsbeperking een beroep zullen doen op de Participatiewet. Dat aantal komt bovenop het aantal mensen dat een beroep doet op de dienstverlening via de Wet werk en bijstand. De omvang van de nieuwe doelgroep is kleiner dan het verwachte aantal, maar het aantal stijgt wel sterker dan dat het aantal Wsw’ers daalt. Gemeenten ondersteunen nu dus meer mensen met een arbeidsbeperking dan voorheen onder de Wsw. Met het huidige tempo wordt dat verschil jaarlijks groter. 

Den Haag uitschieter loonkostensubsidie
Verder blijven loonkostensubsidie en nieuwe beschutte banen achter. Maar liefst driekwart van alle gemeenten slaagt er niet in de taakstelling nieuw beschut werk te realiseren. Ook het totaal aantal verstrekte loonkostensubsidies ligt rond de helft van het vooraf verwachte aantal. Slechts 41 van de 380 gemeenten weten wel het verwachte of een groter aantal loonkostensubsidies te verstrekken. De gemeente Den Haag is de uitschieter met 132 boven verwachting, gevolgd door Noordoostpolder (40) en Grootegast (28). De andere grote stad die boven verwachting scoort is Den Bosch (1). In totaal hebben 222 gemeenten meer dan de helft minder loonkostensubsidies dan verwacht. 43 gemeenten blijken helemaal geen loonkostensubsidie te verstrekken.


Re-integratie loont
Sommige gemeenten zien de loonkostensubsidie als een interessant re-integratie-instrument om mensen een stap richting arbeidsmarkt te krijgen. Per saldo leidt het ook tot een interessante businesscase, want de kosten zijn lager dan de opbrengsten en besparingen op de BUIG. Omdat in veel gemeenten de financiële tekorten oplopen, bestaat het risico dat gemeenten op de rem trappen en hun ambities temperen. ‘Een uitkering verstrekken is goedkoper dan actief re-integratiebeleid, klinkt het dan. Dat kan op korte termijn zo zijn, maar op de lange termijn loont het vrijwel altijd om te investeren in het naar werk begeleiden van mensen. Dat vraagt om een langetermijnvisie en het meerjarig inzichtelijk maken van financiële effecten’, aldus Martin Heekelaar, sectorleider sociaal domein bij Berenschot en een van de opstellers van het onderzoek.

 

Den Haag ook meeste beschutte plekken
De in 2017 ingevoerde taakstelling nieuw beschutte plekken, die de aanvankelijke ambitie van de Participatiewet feitelijk naar beneden heeft bijgesteld, wordt niet gerealiseerd. In totaal zijn er 33 gemeenten die conform de taakstelling of daarboven realiseren. Opnieuw spant Den Haag de kroon met 180 plekken. Dat is 53 meer dan de taakstelling van 127. Ook Wageningen (41 meer) scoort goed. Het blijkt dat de gemeenten die het beste presteren dit vanuit sociale overwegingen doen, maar sommigen geven aan dat er in tegenstelling tot veel anderen, wel een sluitende businesscase mogelijk is. Meer dan 300 gemeenten zitten nog niet op de helft van het aantal te realiseren beschutte werkplekken. Kortom, gemeenten zijn flink bezig met het realiseren van werkplekken met een loonkostensubsidie, waaronder nieuw beschut, maar het huidige tempo is onvoldoende om op de verwachte aantallen bij de invoering van de Participatiewet te komen. 


Komende collegeperiode bepalend 
In de publicatie stelt hoogleraar Paul de Beer dat veel beleidseffecten van de Participatiewet nog onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt. Dat vraagt van gemeenten openheid over resultaten en de bereidheid van elkaar te leren. Prestaties moeten worden gevolgd en knelpunten transparant in beeld worden gebracht. Op basis daarvan kan het gesprek plaatsvinden met de rijksoverheid, zodat waar nodig bijsturing kan plaatsvinden. De komende collegeperiode is bepalend voor het slagen van de Participatiewet, concluderen de opstellers. Gemeenten moeten laten zien dat ze met relatief beperkte middelen grote groepen zo regulier mogelijk aan de slag kunnen helpen. ‘Met veel nieuwe wethouders op dit thema wordt dat een spannende opgave’, aldus Heekelaar.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht