of 62236 LinkedIn

Gemeenten bestraffen bijstandsfraude op grote schaal

Totaalcijfers over de omvang van ‘bijstandsfraude’ zijn lastig te vinden, maar door gemeenten wordt volop gesanctioneerd. ‘Linkse’ gemeenten lijken, ondanks de strenge wetgeving, wat minder streng dan ‘rechtse’.

Keiharde cijfers over de totale omvang van ‘bijstandsfraude’ zijn lastig te vinden, maar door gemeenten wordt op grote schaal gesanctioneerd. ‘Linkse’ gemeenten lijken, ondanks de strenge wetgeving, wat minder streng dan ‘rechtse’. Burgers die zo'n sanctie aanvechten, krijgen veelal nul op het rekest.

Inlichtingenplicht

In het geruchtmakende ‘boodschappengate’ in de gemeente Wijdemeren was sprake van schending van de inlichtingenplicht. De al wat oudere kwestie kwam in december in het nieuws en werd door velen uitgelegd als een voorbeeld van bot en Scrooge-achtig overheidshandelen. De zaak draait om een vrouw uit deze gemeente die 7.000 euro bijstand moet terugbetalen, omdat haar moeder af en toe levensmiddelen voor haar kocht. De Wijdemeerse tekende zonder succes bezwaar aan tegen de beschikking en ging in beroep. De bestuursrechter stelde de gemeente in het gelijk.

 

Zeven procent

Hoe vaak komt het tot overtredingen als in het bovengenoemde geval? In 2019 ontdekten gemeenten overtredingen van de inlichtingenplicht bij zeven procent van hun bijstandsbestand (bron: Divosa, Benchmark Werk en Inkomen, Jaarrapportage 2019). Het totale aantal bijstandsontvangers tot de AOW-leeftijd over dat jaar bedroeg 413.000, zo blijkt uit CBS-cijfers, hetgeen betekent dat rond de 29.000 van hen de inlichtingenplicht zou hebben geschonden. Daarbij ging het bijvoorbeeld om het verzwijgen van inkomsten, samenlevings- of adresfraude, of het niet melden van buitenlands bezit. Ook het niet melden van giften, hoe klein soms ook, kan worden uitgelegd als schending van de inlichtingenplicht en kan grote gevolgen hebben. De Divosa-cijfers zeggen niet alles, want niet alle gevallen waarin informatie is achtergehouden, worden immers ontdekt.


Bezwaar en beroep

Tot bezwaar en beroep door inwoners die zich onterecht benadeeld voelen, komt het vaak niet eens. Bert Marseille, hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet veel empirisch onderzoek in het sociaal domein. Voor de Raad voor de Rechtsbijstand onderzoekt hij bij zestien gemeenten de wijze waarop wetten worden uitgevoerd, evenals de mate waarin gesanctioneerd wordt. Veel gemeenten houden dat niet precies bij. En als het wel gebeurt lopen definities volgens de hoogleraar vaak uiteen. Daarom huivert hij om cijfers te noemen.

 

Navlooien bankrekening

Wel neemt hij voor zijn rekening ‘dat door gemeenten op grote schaal wordt gesanctioneerd’. Waarbij de Participatiewet binnen het sociaal domein ‘de meest conflictueuze is, die leidt tot de meeste beroepszaken.’ Met als kanttekening: ‘Die wet is streng, maar desondanks gaat de ene gemeente er anders mee om dan de ander. Een gemeente met een wat linkser college zal in de uitvoering minder streng zijn dan een van rechtser signatuur. Ik kom ook gemeenten tegen, waar bij wijze van spreken een ambtenaar alle stortingen op een bankrekening navlooit.’ Of burgers in beroep gaan, hangt volgens hem sterk af van de wijze waarop besluiten worden uitgelegd. ‘Krijgt iemand niet meer te horen dan dat 1.600 euro wordt teruggevorderd, zonder toelichting, dan is zo iemand waarschijnlijk sneller geneigd het besluit aan te vechten.’ 


Geen dringende reden

Advocaat en handhavingsspecialist Thomas Sanders deed voor zijn promotieonderzoek onderzoek naar bestuursrechtelijke ‘herstelsancties’. In totaal vrat hij zich door 5.257 gepubliceerde uitspraken uit de periode 2013-2018, over terugvorderingen op grond van de Participatiewet. ‘In 722 van die zaken is getoetst of er sprake was van een dringende reden om van terugvordering af te zien, de enige reden waarom je als gemeente niet zou moeten terugvorderen. In géén van de door mij bekeken gepubliceerde gevallen zag de rechter zo’n dringende reden.’ Burgers die de inlichtingenplicht schenden, zijn volgens hem snel uitgepraat, aldus Sanders. ‘Voor gemeenten die willen terugvorderen, is de inlichtingenplicht de makkelijkste grondslag. De wet is uitgevoerd en daarmee is de kous meestal af.’


Bevoegdheid tot terugvordering

Tot 2013 gold voor gemeenten geen verplichting maar een bevoegdheid tot terugvordering. Sinds de inwerkingtreding van de wet Aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving (ook wel ‘Fraudewet’), is sprake van een ‘gebonden bevoegdheid’ en daarmee is coulance van de baan. Op grond van het huidige artikel 58 van de Participatiewet leidt schending van de informatieplicht nu áltijd tot een terugvordering, met daar bovenop nog een bestuurlijke boete. De uitkomst van de rechtszaken, in eerste aanleg of in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, is in essentie in vrijwel alle gevallen gelijkluidend, zegt Sanders: ‘In het overgrote deel van zulke zaken blijft de terugvordering in stand. De financiële positie van de belanghebbende speelt daarbij een zeer beperkte rol.’

 

Onevenredig

Komt het na bezwaar en beroep tot een rechtszaak, dan moet de bestuursrechter volgens de Algemene wet bestuursrecht (artikel 3:4) in beginsel meewegen of de gevolgen van een besluit voor de belanghebbende niet onevenredig uitpakt in relatie tot de met het besluit te dienen doelen. Hier schuurt de Awb volgens Sanders met de bepalingen van de Participatiewet. Die wet bepaalt volgens hem dat de bestuursrechter die evenredigheidstoets nu juist niet mag uitvoeren. ‘De wetgever heeft door de huidige verplichte terugvordering in de Participatiewet, die evenredigheidstoets in feite al voor het bestuur en de rechter verricht.’  


Initiatiefwetsvoorstel

De naar de mening van deze partij ‘onbarmhartige’ praktijk van de Participatiewet heeft inmiddels geleid tot een initiatiefwetsvoorstel van de ChristenUnie. Na signalen van wethouders wil de partij gemeenten meer discretionaire ruimte gunnen. Daartoe moet de huidige verplichting tot terugvordering worden vervangen door een niet-verplichtende bevoegdheid. De partij dringt aan op een zo spoedig mogelijke behandeling van het voorstel.

 

Onhandig

Sanders vindt dit wetsvoorstel beter dan een amendement van D66 en CDA met hetzelfde doel. ‘Het geeft het bestuur en de rechter ruimte om eigen afwegingen te maken en ook verantwoordelijkheid voor die afwegingen te dragen’, aldus de advocaat. ‘Het amendement van D66 en CDA daarentegen is in mijn ogen wetgevings-technisch onhandig, omdat het andere bepalingen uit de Participatiewet ongemoeid laat. Dan krijgen we dat gemeenten wel een belangenafweging mogen doen met betrekking tot terugvordering, maar desondanks een bestuurlijke boete moeten opleggen. De gedachte van het amendement is leuk, maar de uitwerking niet denderend.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
@Lezer (Burger).
Zoals vermeld is de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB) een paraplue wet en regelt deze de procedures en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in het bestuursrecht. Zoals ik het altijd heb begrepen is de inhoud van deze wetgeving toepasselijk/toepasbaar op alle wetgeving. Het begrip hardheidsclausule zou in die wetgeving misschien wat kunnen worden aangescherpt. Nu wordt het ook wel genoemd in relatie met het evenredigheidsbeginsel. Overigens geef ik mijn interpretatie graag voor een betere.
Door Lezer (Burger) op
@Soijker. U verwijst naar de hardheidsclausule en de beginselen van behoorlijk bestuur. Daar zit nu juist de pijn in de toeslagen- en de participatiewet. Er is bewust geen hardheidsclausule opgenomen in die wetten. Dus is het alles of niets, ongeacht of het gevolg is dat iemand “fraudeur” wordt, schulden krijgt en uit de schuldhulpverlening gehouden wordt. Tel uit je verlies.
Door Spijker (n.v.t.) op
Als het gaat om echte uitkeringsfraude is er niets mis met een (tijdelijke) korting en/of intrekking van de uitkering. De boetes moeten in verhouding staan met de zwaarte van de uitkeringsfraude en de persoonlijke situatie. In acht behoren te worden genomen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (inclusief fair play en de hardheidsclausule). Overigens geldt hetzelfde voor economische delicten en criminele delicten. M.i. kunnen specifieke wetten niet dominanter worden gemaakt of uitgelegd t.o.v. de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB). Deze wet vormt een paraplu boven andere wetten, ook voor de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
@Tanja, Dank voor deze verwijzing. Dat is helder voor wat betreft het inhoudelijk oordeel van de bestuursrechter. Die dient echter ook te oordelen of het besluit van het bestuursorgaan voldoet aan de Beginselen van Behoorlijk Bestuur. Door dat niet te doen heeft de Raad van State een vakwet belangrijker gemaakt dan de Algemene Wet Bestuursrecht en de daaraan gekoppelde Beginselen van Behoorlijk Bestuur.
Door Tanja (inwoner) op
@Toine Goossens: wat betreft de toeslagenaffaire ligt het genuanceerder dan dat de Raad van State een afweging heeft gemaakt over de dominantie van wetten. Volgens em. hoogleraar Tom Eijsbouts zat de bestuursrechter opzichtig te slapen en had één oplettende rechter al veel eerder het tij kunnen keren. Dat heeft o.a. te maken met de interpretatie van artikel 26 Wet inkomensafhankelijke regelingen. Dat artikel is verkeerd uitgelegd door uitvoeringsinstanties (namelijk dat het gehele bedrag aan toeslag terug gevorderd zou moeten worden wanneer er sprake was van een herziening, terwijl het artikel juist bepaalt dat enkel een teveel ontvangen bedrag terug gevorderd zou moeten worden). Rechters hebben volgens Eijsbouts niet goed hun ogen en oren de kost gegeven. Dat is behoorlijk kwalijk, ook omdat een gedupeerde dan nauwelijks nog recht van spreken heeft, want 'de hoogste bestuursrechter heeft ernaar gekeken'. Mooie dooddoener om recht te praten wat krom is. Het ware beter geweest om de blinddoek eens af te doen. Zie hier: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/rechter …
Door smit (adviseur) op
Als de diverse overheden zich al niet aan de wet houden, waarom is er dan kritiek van die overheden op de ongehoorzame burger.
Verbeter de wereld en begin bij jezelf!
Door Toine Goossens (Toezichthouder gedrag en moraal) op
Twee opmerkelijke zinsneden in dit artikel:

1. Bert Marseille: 'Of burgers in beroep gaan, hangt volgens hem sterk af van de wijze waarop besluiten worden uitgelegd.'
2. Hier schuurt de Awb volgens Sanders met de bepalingen van de Participatiewet. Die wet bepaalt volgens hem dat de bestuursrechter die evenredigheidstoets nu juist niet mag uitvoeren. ‘De wetgever heeft door de huidige verplichte terugvordering in de Participatiewet, die evenredigheidstoets in feite al voor het bestuur en de rechter verricht.’

Ad. 1.
Ik ben 11 jaar lang lekenrechter in een Raad van Beroep geweest. Ook daar kwam het vaak voor dat de voorzitter een klager uitlegde waarom het bestuursorgaan het betreffende besluit had genomen. Vrijwel altijd hadden de klagers daar vrede mee.

Dat betekent dat veel bezwaar- en beroepszaken voorkomen kunnen worden door te investeren in het uitleggen van het besluit. Er kunnen 2 redenen zijn waardoor deze uitleg in 1e instantie niet valt bij klagers.
1. De betrokken ambtenaar kan zich, vanuit het denken in de eigen systeemwereld, niet verplaatsen in de belevingswereld van klagers. Dan wordt de uitleg 'verkeerd' gestuurd.
2. De klager vertrouwt de ambtenaar niet. Dan komt de uitleg niet aan.

De redelijkheid die klagers tonen bij de uitleg van het besluit door de voorzitter van de Raad van Beroep geeft een indicatie dat uitleg door een neutraal geacht persoon eerder wordt aanvaard. Wellicht speelt daarin ook meer begrip voor de belevingswereld van klagers een rol.
Als burger heb ik bij enkele inspraakbijeenkomsten aan mijn medeburgers uitgelegd hoe de AWB werkt en welke bescherming die geeft tegen onredelijke of onbillijke bejegening. Dat leidde tot een vermindering van de weerstand van burgers tegen de ambtenaren en tot een beter inhoudelijk gesprek.

Ad. 2.
De Raad van State heeft bij de uitspraken over de toeslagenaffaire een afweging gemaakt over de dominantie van wetten. Daarbij heeft zij in 1e instantie een vaktechnische wet bovengeschikt verklaard aan de AWB, om daar vervolgens (als ik dat goed interpreteer), in 2019 op terug te komen en de AWB bovengeschikt aan vaktechnische wetten te verklaren.

De 2e kamer kan in een motie die bovenstelling van de AWB aan vaktechnische wetten simpel in een besluit bevestigen en de minister opdracht te geven dat in de wet te verankeren. Vooruitlopend op het van kracht worden van het besluit kan de bestuursrechter dan, in afwachting van dit/deze besluit/wet, de Beginselen van Behoorlijk Bestuur altijd en op iedere vaktechnische wet van toepassing verklaren.

Op deze manier kunnen de grondbeginselen van de AWB snel en effectief in ere worden hersteld.
Door drs. E. Nabled op
Er mag ook best oog zijn voor de belangen van degenen die dit allemaal op moeten hoesten, namelijk de belastingbetalers, die door de allersterkste schouders ook al in de steek gelaten zijn met allerlei belastingconstructies.
Door B.Janssen (Ambtenaar) op
Fraude heeft al jaren een allergische reactie opgeroepen bij de kamer. Vooral fraude in de sociale zekerheid en door "buitenlanders". Dus werd er rigide wetgeving opgetuigd die gemeenten MOETEN uitvoeren. De 2e kamer heeft dus flink wat boter op het hoofd, dat geldt voor deze wetgeving, maar zeker ook voor de toeslagenaffaire. Bovendien wordt hier met een dubbele maatstaf gewerkt, beroepsfraudeurs als een Wybren van Haga zitten nog gewoon in de kamer. Tsjah eerlijkheid is niet wat de politiek zo boeiend maakt, maar vooral het gedraai en het ontlopen van de eigen verantwoordelijkheid. Geen wonder dat mensen de politiek niet vertrouwen en terecht.