of 60831 LinkedIn

De Dinges: een sleutelfiguur in re-integratie

Niemand weet precies wat de Dinges doet – vandaar de naam – maar iedereen weet dat de Dinges een sleutelfiguur in re-integratiebeleid is.

In het onlangs verschenen boek Met andere ogen trekken onderzoekers lessen uit de eerste vijf jaar Participatiewet. Waar eerdere evaluaties vooral over de meetbare, landelijke resultaten gingen, zoomt dit boek in op wat er op de lokale schaal, in de praktijk, gebeurt. Zo stuitte de onderzoekers op een nieuw fenomeen: de Dinges.

Leven in de brouwerij
‘De Participatiewet is mislukt’, was de korte en krachtige samenvatting die eind vorig jaar in veel media verscheen naar aanleiding van de eindevaluatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Volgens Hans Bosselaar, onderzoeker op het gebied van sociale zekerheid en participatie aan de Vrije Universiteit, is die conclusie te kort door de bocht.

De bevinding van het SCP dat de Participatiewet de cijfermatige ambities niet heeft waargemaakt, die klopt weliswaar. Maar achter die cijfers ligt een complexe werkelijkheid van nieuwe processen en nieuwe samenwerkingen. ‘Er is leven in de brouwerij gekomen’, schrijft Bosselaar in Met andere ogen, het onlangs uitgekomen boek dat hij samenstelde.

Bosselaar wilde niet de abstracte kant van de kosten en de opbrengsten belichten, maar de praktische kant van de werkelijkheid die ‘terugpraat’ tegen beleidsmakers. Want de tegenvallende resultaten wekken wellicht de indruk dat er in gemeenteland niks gebeurt. In tegendeel, laat Met andere ogen zien: er zijn allerlei nieuwe processen in gang gezet.

Sleutelfiguur

In de zoektocht naar die nieuwe dynamiek stuitte Bosselaar op een onbekend fenomeen: de Dinges. Niemand weet precies wat de Dinges doet – vandaar de naam – maar iedereen weet dat de Dinges een sleutelfiguur in re-integratiebeleid is.

Wat maakt een Dinges tot een Dinges? Ten eerste heeft een Dinges een duidelijke visie van wat het probleem is – ‘het échte probleem, niet het systeemprobleem’, benadrukt Bosselaar – en wat in de lokale context de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn. Bosselaar: ‘Een Dinges heeft dus zelf een heel duidelijke opvatting over wat er speelt. Het zijn veelal professionals die de lokale situatie en de doelgroep heel goed kennen, die weten wie de werkgevers zijn en wat voor type werk er is.’

Zonder oordeel

Ten tweede heeft een Dinges een enigszins zakelijke blik: het gaat in de eerste plaats om een match tussen de werkzoekende en een werkgever. De Dinges veroordeelt het gedrag van de hulpvrager niet en probeert dat ook niet te beïnvloeden, maar gaat binnen de bestaande situatie op zoek naar passend werk. Empathie is daarbij belangrijker dan sympathie.

Bosselaar noemt een voorbeeld: een werkzoekende jongere komt vaak te laat op zijn werk aan omdat hij moeite heeft met vroeg opstaan. ‘De oplossing van de Dinges: banen zoeken voor die jongere die pas vanaf 11 uur beginnen. Heel simpel, zonder oordeel. In de wereld van werk en inkomen gaat het veel over gedragsbeïnvloeding, nudging, maar de Dinges zegt: dat gedrag komt wel als ik die match heb. Maar dan moet je dus wel de werkgevers goed kennen.’


Ongeleid projectiel
De Dinges in kwestie gaat ook ‘gewoon’ bij haar cliënten op bezoek, zegt Bosselaar. ‘Ze gaat op de bank zitten, kijken wie er nog meer in dat huis woont. Als je het aan de gemeente vraagt, dan zeggen ze: dat mag niet, je moet altijd met z’n tweeën op bezoek… maar zij zegt: ik doe het gewoon.’

Is een Dinges dan een ongeleid projectiel, onmogelijk aan te sturen of te controleren? Bosselaar: ‘Het is niet zozeer dat ze de regels aan hun laars lappen, het is vooral dat ze meer bezig zijn met de bedoeling van de wet dan de letter van de wet. Veel regels zijn dan ook interne regels, van de uitvoeringsdienst zelf, en daar kun je het over hebben.’

Last van juristen
In een ‘opleiding tot Dinges’ die Bosselaar heeft ontwikkeld, merkt hij dat mensen vaak ten onrechte denken dat regels in steen gebeiteld zijn. ‘Die zeggen bijvoorbeeld: ik heb last van de juristen binnen de gemeente. De jurist zit bij wijze van spreken op andere verdieping. Daar praat je niet mee, daar ben je boos op.’ Maar als je ‘je Dinges aanzet’ en in gesprek gaat met de jurist, blijkt er vaak veel meer mogelijk te zijn. Daarbij is de uitdaging om iedereen, inclusief de baas en de collega’s, mee te krijgen. Voor een manager is het soms heel lastig te accepteren dat iemand zijn eigen agenda beheert en niet altijd achter zijn bureau zit’, weet Bosselaar.

Het werk van een activeringsprofessional is dan ook niet makkelijk, erkent Bosselaar. Toch kunnen activeringsprofessionals hun innerlijke Dinges ‘wakker maken’, daar is hij van overtuigd. ‘Je kunt een Dinges worden. Maar sommige mensen hebben hun Dinges-potentie een beetje verstopt.’

Een uitgebreidere versie van dit artikel verscheen in Binnenlands Bestuur nr. 14 (gratis inlog).

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Manuel (wetsanalist bij een provider) op
Uit landelijke cijfers (meten is weten) blijkt dat de Pwet mislukt is maar lokaal is er leven in de brouwerij gekomen? Dat die leven in de brouwerij opgeteld tot landelijke cijfers komen en dus tot "niets leiden" wordt maar weggelaten. Want als een jongere te laat op zijn werk komt omdat zijn levensritme anders is, dan zoek je toch gewoon een baan waar hij om 11.00 kan beginnen? Weet jij er één?
Ach, boeken moeten ook verkocht worden.