of 59329 LinkedIn

Burgemeesters mogelijk invloed op recidive

Het aantal delicten dat een ex-tbs’er pleegt is de afgelopen jaren gedaald, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). ‘Het onderzoek geeft geen direct bewijs, maar een plausibele verklaring is dat in diezelfde periode een aantal maatregelen is genomen, zoals de komst van veiligheidshuizen, of dat burgemeesters geïnformeerd worden wanneer een ex-tbs-gestelde zich vestigt in een gemeente’, vertelt wetenschappelijk onderzoeker Klaus Drieschner van het WODC. Het is de eerste keer dat onderzocht wordt hoe hoog de recidive is na uitstroom uit de hele forensische zorg. Voorheen richtte recidiveonderzoek zich vooral op ex-tbs’ers en stelselmatige daders.

Het aantal delicten dat een ex-tbs’er pleegt is de afgelopen jaren gedaald, blijkt uit onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Het is de eerste keer dat onderzocht wordt hoe hoog de recidive is na uitstroom uit de hele forensische zorg. Voorheen richtte recidiveonderzoek zich vooral op ex-tbs’ers en stelselmatige daders.

‘Het onderzoek geeft geen direct bewijs, maar een plausibele verklaring is dat in diezelfde periode een aantal maatregelen is genomen, zoals de komst van veiligheidshuizen, of dat burgemeesters geïnformeerd worden wanneer een ex-tbs-gestelde zich vestigt in een gemeente’, vertelt wetenschappelijk onderzoeker Klaus Drieschner van het WODC.


Minder delicten per tbs'er

Het aantal tbs’ers dat binnen twee jaar na uitstroom een nieuwe strafzaak had is relatief gezien gelijk gebleven, maar het gemiddeld aantal delicten per recidivist is afgenomen van 2,3 naar 1,7. Bij tbs’ers is het aantal recidivisten het laagst: 19 procent. ‘Na een duidelijke daling tussen 2000 en 2009 is de recidiveprevalentie, afgezien van kleinere schommelingen, sindsdien constant gebleven’, schrijft het WODC. Het hoogste percentage recidivisten is te vinden in de groep die in een Inrichting voor Stelselmatige Daders worden geplaatst: 75 procent.

 

Veiligheidshuizen en burgemeesters

‘Hoe is te verklaren dat sinds ongeveer 2010 het percentage recidivisten constant is, terwijl het aantal recidivedelicten per recidivist sterk is blijven dalen?’ vraagt het WODC zich af. Het onderzoek biedt hier geen uitsluitsel voor, maar er worden enkele mogelijke verklaringen aangedragen zoals de landelijke invoering van veiligheidshuizen, waarin samenwerking en informatie-uitwisseling wordt georganiseerd. ‘Een andere mogelijk relevante beleidsmaatregel betreft de geleidelijke invoering van de Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen vanaf 2010, waarmee burgemeesters worden geïnformeerd over ex-tbs-gestelden die zich in hun gemeente vestigen.’

 

Recidivisten en niet-recidivisten

Het WODC onderzocht ook hoe recidivisten zich onderscheiden van niet-recidivisten. Recidive hangt samen met leeftijd, geslacht en geboorteland. ‘Het recidiverisico is hoger voor mannen, voor personen die buiten Nederland zijn geboren en naarmate de leeftijd bij uitstroom uit de forensische zorg lager was.’ Ook het strafrechtelijk verleden en de aanwezigheid van een detentieperiode zijn van invloed.

 

Eerste stap

Volgens het WODC is dit onderzoek een eerste stap van het in kaart brengen van de recidive na forensische zorg. Uit deze cijfers kunnen nog geen conclusies getrokken worden over de effectiviteit van de typen zorg of interventies, maar ze vormen wel een ‘baseline’. Het vijfjarige onderzoeksprogramma, dat begon in 2016, richt zich de komende jaren op herhaalmetingen, uitsplitsing van de cijfers, uitbreiding van het onderzoek en onderzoek naar de invloed van reguliere zorg na afloop van de forensische zorg.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.