of 59162 LinkedIn

Bijstandstekorten moeten door kabinet bijgepast

Het kabinet moet de tekorten op de bijstandsbudgetten van 2016 en 2017 alsnog compenseren. Dat vinden vrijwel alle gemeenten.

Het kabinet moet de tekorten over 2016 en 2017 op de bijstandsbudgetten alsnog compenseren. Dat vinden vrijwel alle gemeenten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en gemeentekoepel VNG zijn echter akkoord gegaan met een ‘semi-compensatie’ van in totaal 180 miljoen euro. Gemeenten zijn daarover niet tevreden. De tekorten over 2016 en 2017 bedroegen tezamen 553 miljoen euro.

Lastig vaststellen

Het ministerie van SZW heeft gezegd dit jaar 80 miljoen en volgend jaar 100 miljoen euro in de gemeentelijke bijstandskas te laten zitten, ook al is dit bedrag, volgens ramingen over het aantal bijstandsgerechtigden van het CPB, niet nodig. In hoeverre dit als voldoende compensatie te beschouwen voor de tekorten over 2016 en 2017 is lastig vast te stellen, stelt Gerber van Nijendaal, plaatsvervangend secretaris van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). ‘Het lijkt erop dat de toevallig ruimere raming van SZW voor het macrobudget 2018 en 2019 ten opzichte van de raming van het CPB nu als tegemoetkoming wordt gezien voor eerdere tekorten.’ Vrijwel alle gemeenten hebben de afgelopen jaren te maken gehad met tekorten op het BUIG-budget. Als gevolg van de tekortschietende macrobudgetten hebben veel gemeenten een beroep op de vangnetregeling moeten doen, aldus Van Nijendaal.

Gemeenten die een beroep doen op de vangnetregeling moeten vijf procent van het tekort zelf betalen. Dat gaat komend jaar omhoog naar 7,5 procent. De bedragen die via de vangnetuitkering worden betaald, worden twee jaar later afgetrokken van het macrobudget.

 

Eenmalig afkopen

De ROB adviseerde in juni onder meer over hoe om te gaan met de tekorten op de bijstandsbudgetten (BUIG) over 2016 en 2017. Het ROB adviseerde het rijk deze tekorten eenmalig af te kopen. Niet het volledige tekort, maar in elk geval de omvang van het extra beroep van gemeenten op de vangnetregeling.

 

Tegenbod

Het kabinet is hierin niet mee gegaan. Het ‘tegenbod’ van 180 miljoen euro is door de VNG geaccepteerd en naar de leden toe verdedigd. ‘Bij de vaststelling van het macrobudget 2018 en 2019 wijkt SZW ten gunste van gemeenten af van de raming van het CPB. De afwijking zit op de raming van de beleidseffecten. Dit leidt in 2018 en 2019 tot een macrobudget dat 80 miljoen euro respectievelijk 100 miljoen euro hoger uitvalt. De afwijking van de CPB-raming is een financiële tegemoetkoming en voorkomt dat tekorten uit het verleden doorwerken’, zo heeft de VNG aan haar leden laten weten.

 

Onvoldoende onderhandelingsresultaat

Gemeenten zijn echter niet tevreden. ‘Ten onrechte presenteerde het VNG-bestuur dat als een voldoende resultaat’, stelt de Heerlense wethouder Peter van Zutphen (SP) op zijn Facebookpagina. De 180 miljoen euro is ‘maar één derde van de geleden schade’. Ruim 98 procent van de gemeenten stelt dat het voordeel over 2018 en 2019 ‘voortvloeit uit de gebruikelijke ramingssystematiek BUIG en onterecht als compensatie voor tekorten in het verleden wordt aangemerkt’. Dat staat verwoord in een door de Groningse wethouder Mattias Gijsbertsen (GroenLinks) ingediende, en breed ondertekende, motie. Deze is vrijdag, op de buitengewone Algemene Ledenvergadering van de VNG, vrijwel unaniem aangenomen. Ook stellen de gemeenten in de motie dat het risico reëel is dat het budget 2019 neerwaarts wordt bijgesteld als gevolg van de lagere uitgaven in 2018. Het overschot van 100 miljoen euro zal er in werkelijkheid niet zijn.

 

Daadwerkelijke compensatie

De gemeenten hebben de VNG opgedragen alsnog het kabinet over te halen de aanbevelingen van het ROB over te nemen, dus de tekorten over 2016 en 2017 daadwerkelijk te compenseren. Dat moet voor juni zijn geregeld.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Het lijkt dringend noodzakelijk om een compleet nieuw verdeelmodel voor het Sociaal Domein (incl. jeugd) te maken, waarbij ook rekening wordt gehouden met volumegroei (zo nodig met verrekening achteraf). Daarnaast zou moeten worden onderzocht of de drempels in (sommige) gemeenten niet moeten worden aangepast.