of 59244 LinkedIn

Bijstand zelfstandigen loont bij startende ondernemers

Uitgaven in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) door gemeenten, zijn maatschappelijk rendabel als daarmee startende ondernemers worden ondersteund. Het maatschappelijk rendement is negatief bij gevestigde ondernemers en oudere ondernemers, concludeert SEO uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uitgaven in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) door gemeenten, zijn maatschappelijk rendabel als daarmee startende ondernemers worden ondersteund. Het maatschappelijk rendement is negatief bij gevestigde ondernemers en oudere ondernemers, concludeert SEO uit onderzoek in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Re-integratievoorziening of vangnet

Financiële ondersteuning volgens het Bbz kan bijvoorbeeld een krediet, een renteloze lening of een uitkering voor levensonderhoud betreffen. Bbz-hulp wordt door gemeenten als re-integratievoorziening verleend aan mensen die vanuit de bijstand een onderneming willen beginnen, of als vangnet aan gevestigde ondernemers met financiële problemen, oudere ondernemers die niet genoeg verdienen en ondernemers die hun bedrijf gecontroleerd willen beëindigen. SEO onderzocht deze vier doelgroepen, met als hoofdvraag of de kosten en uitkeringslasten opwegen tegen de opbrengsten uit arbeid en winsten van de ontvangers.

 

Rendement positief bij starters

Dat blijkt in elk geval zo te zijn bij de doelgroep van startende ondernemers vanuit de bijstand. Over een periode van vijf jaar hebben starters met een Bbz-voorziening een betere arbeidsmarktpositie dan personen met een uitkering zonder Bbz-aanvraag. Bbz zorgt ervoor dat meer mensen aan het werk zijn. Daarnaast zijn er nog niet-meeberekende winsten doordat mensen die vanuit werkloosheid weer aan het werk gaan, er qua gezondheid op vooruit gaan. Gemeenten besparen dankzij Bbz-voorzieningen op de bijstandsuitkeringen en het rijk is minder kwijt aan WW- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Daarnaast vloeien er meer belastinginkomsten in de schatkist.

 

Rendement negatief bij gevestigden en ouderen

Bij de doelgroep gevestigde ondernemers die tijdelijk een steuntje in de rug nodig hebben, is het maatschappelijk rendement negatief doordat zij eerder stoppen met ondernemen dan de controlegroep die uit vergelijkbare ondernemers zónder Bbz-voorziening bestaat. In het eerste jaar na de toekenning stijgt het inkomen van de onderzochte Bbz-groep daarom ook minder snel dan dat van de controlegroep. In de vier jaar daarop stijgt het inkomen van de Bbz-ontvangers juist sneller. Ook de onderzochte oudere ondernemers met Bbz-voorziening stoppen sneller met ondernemen dan de controlegroep. Ook haalt de Bbz-groep minder winst uit de onderneming dan de controlegroep. Ook valt het inkomen uit arbeid lager uit dan dat van de controlegroep. Daardoor is ook bij de doelgroep van oudere ondernemers, het maatschappelijk rendement van Bbz-voorzieningen negatief. Over stoppende ondernemers kunnen de onderzoekers van SEO geen uitspraken doen.

 

‘Inzetten voor diegenen met meeste baten’

Als beleidsaanbevelingen opperen de onderzoekers onder meer dat het maatschappelijk rendement van het Bbz gemaximaliseerd kan worden ‘door het instrument in te zetten voor diegenen die daar het meeste baten bij hebben. Ook kan de registratie van Bbz-kredieten volgens de onderzoekers verbeterd worden. Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) zegt de conclusies mee te nemen in een herijking van het Bbz-beleid en uiterlijk eind maart met een beleidsreactie te komen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Kaatje op
Het lijkt erop dat er voor de groep BBZ/gevestigd ondernemers een onjuiste controlegroep is gekozen.
1: Krediet: Doelgroep voor BBZ krediet/gevestigden zijn ondernemers die in bijstandsbehoeftige omstandigheden dreigen te geraken als ze niet geholpen zouden worden (maar wel een levensvatbaar bedrijf hebben). Deze ondernemers hebben voor en tijdens de aanvraag dus vaak wel een inkomen boven bijstandsniveau (anders is de kans op levensvatbaarheid/ aflossingscapaciteit/toekenning BBZ wel erg gering).
Zonder krediet dreigen zij in de bijstanderecht te komen. Controlegroep zou dus mede/voornamelijk ondernemers met voldoende inkomen/afloscapaciteit, maar zonder vangnet (vermogen, vermogende familie/kringen/bankkrediet) moeten betreffen.
In de zeldzamer gevallen dat er een BBZ krediet inclusief uitkering levensonderhoud wordt vertrekt bij -tijdelijk-onvoldoende inkomen, zou de controlegroep moeten bestaat de controlegroep kennelijk uit ondernemers met vangnet (sociaal/kennissen/vermogen), een groep die niet vergelijkbaar.
Door M.E. de de Nivelle (Bijlesdocente wiskunde/exacte vakken) op
Voor mensen met een medische urenbeperking of een verminderde arbeidsproductiviteit/loonwaarde vanwege een aantoonbare ziekte of handicap is het vaak niet mogelijk om na 5 jaar helemaal uit de uitkering te komen. Ook al zijn hun werkzaamheden wel succesvol. Deze mensen zouden blijvend een aanvullende uitkering moeten kunnen krijgen. Het is beter dat deze mensen gedeeltelijk aan het werk zijn met een aanvulling in plaats van dat ze moeten stoppen met het bedrijf en helemaal in de uitkering komen te zitten. Met een eigen bedrijf kan je iets doen waarin je talenten liggen en je hebt de mogelijkheid om de arbeidsomstandigheden aan te passen aan je beperking. Bijvoorbeeld met werktijden, het nemen van pauzes en klantencontact.