of 61869 LinkedIn

Beroep op hulp bij huishouden blijft stijgen

In de eerste helft van dit jaar is het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen met vijf procent gestegen ten opzichte van het eerste zes maanden van 2019. De groei wordt vooral veroorzaakt door de toename in hulp bij het huishouden. Dat steeg met 16 procent.

In de eerste maanden van dit jaar is het gebruik van Wmo-maatwerkvoorzieningen met vijf procent gestegen ten opzichte van het eerste half jaar van 2019. De groei wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal cliënten dat hulp bij het huishouden ontvangt. Dat steeg met 16 procent.

Hulpmiddelen

Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde voorlopige cijfers van het CBS. Ruim 1,1 miljoen mensen maakten de eerste zes maanden van dit jaar gebruik van een Wmo-maatwerkvoorziening. In het eerste halfjaar deden 445.000 duizend mensen een beroep op hulp bij het huishouden; een jaar eerder ging het om 382.000 mensen. Bij andere Wmo-maatwerkvoorzieningen, zoals hulpmiddelen, was sprake van een stijging van maximaal 1,5 procent.

 

Hoge inkomens

Bij alle inkomensgroepen is sprake van een stijging van het beroep op de huishoudelijke ondersteuning. De grootste stijging is zichtbaar bij de hoge inkomens. Daar steeg het beroep op de huishoudelijke hulp met 45,2 procent, al gaat het om relatief weinig mensen. Bij de middeninkomens is sprake van een stijging van 25,2 procent en bij de lagere inkomens van 9,3 procent.

 

Onderlinge verschillen

In ruim acht op de tien gemeenten steeg het aantal cliënten dat hulp bij het huishouden krijgt minimaal vijf procent, maar de onderlinge verschillen zijn groot. Daarvoor zijn meerdere oorzaken, stelt het CBS. De vergrijzing speelt een belangrijke rol, maar ook de gemeentelijke beleidskeuzes. Veel gemeenten bieden huishoudelijke ondersteuning, of onderdelen daarvan, als algemene voorziening aan. Andere gemeenten zijn weer strenger in de toegang tot een Wmo-maatwerkvoorziening. Zij dringen aan op de zelfredzaamheid van de burger en/of het benutten van zijn sociale netwerk, aldus het CBS.     

 

Oldambt

Ook het aantal inwoners dat gebruik maakt van Wmo-maatwerkvoorzieningen – inclusief de huishoudelijke hulp – loopt landelijk sterk uiteen, zo blijkt uit de CBS-cijfers. Dat varieert van 20 tot ruim 100 cliënten per 1.000 inwoners. Oldambt spant de kroon met 117 inwoners met een Wmo-maatwerkvoorziening per 1.000 inwoners, gevolgd door Stadskanaal (114 per 1.000) en Enschede (103 op de 1.000). Landsmeer telt met 20 op de 1.000 het minst aantal inwoners met een Wmo-maatwerkvoorziening, gevolgd door Blaricum (21 op de 1.000) en Eemnes (22 op de 1.000).

 

Afbeelding 

Bron: CBS

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Huishoudens met een hoog inkomen betalen via ons evenredig werkend belastingstelsel ook veel belasting. Daarnaast worden hogere inkomens al op veel andere aspecten in de publieke sector extra aangeslagen. Het einde is zoek als het extra belasten van hogere inkomens steeds verder wordt doorgevoerd. M.i. ontkomen we er overigens n de nabije toekomst niet aan om fors in het Sociaal Domein te snijden. De private sector zal dan niet meer in staat zijn om alle huidige publieke voorzieningen overeind te houden. Kortom, nu bezuinigen op het Sociaal Domein is beter dan straks geen maatwerk meer kunnen leveren voor sociaal zwakkeren. Derhalve o.a. huishoudelijke hulp WMO beperken tot de minima.
Door anand (adviseur) op
wat is in dit geval de definitie van hoog inkomen?
Door F. Scheerder (controller) op
Het verbaast mij niets dat de vraag naar de hulp bij het huishouden (Wmo) wederom is gestegen. Dit is het gevolg van de invoering van het abonnementstarief, waardoor deze zorg - zeker voor de midden- en hoge inkomens - goedkoop is in te kopen. Deze toename moet door de gemeenten bekostigd worden, terwijl daartegenover te beperkte rijksmiddelen staan met alle gevolgen van dien. Dit is een goed voorbeeld van dwaling van rijksbeleid dat overigens haaks staat op de decentralisatiegedachte. Het lijkt me verstandig dat het toekomstige, nieuwe kabinet zich achter de oren krabt en het abonnementstarief gewoon weer aanschaft. Als het Rijk deze taak aan de gemeenten wil overlaten, dan moet daar wel voldoende beleidsvrijheid tegenover staan. Huishoudens met een hoog inkomen hebben voldoende middelen om dit soort zorg - middels een hogere eigen bijdrage - in te kopen als zij dat wensen.