of 61043 LinkedIn

Arbeidsmarktpositie van migranten blijft achter

Nederland scoort internationaal slecht als het gaat om de arbeidskansen van mensen met een migratieachtergrond. Als samenleving hebben we veel te winnen bij sterker integratiebeleid op de arbeidsmarkt: een groter arbeidspotentieel, lagere uitkeringslasten, meer kansengelijkheid en sociale cohesie.

De kloof op de arbeidsmarkt tussen mensen met en zonder een migratieachtergrond is nog altijd groot en hardnekkig. Om het gat te dichten, zullen gemeenten aan de slag moeten met intensieve begeleiding voor statushouders en bijstandsgerechtigden. Een investering daarin kan het arbeidspotentieel vergroten en uitkeringslasten besparen.

Dat stellen onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) op basis van een gezamenlijke publicatie die donderdag verschijnt.

Slecht nieuws
Nederland scoort internationaal slecht als het gaat om de arbeidskansen van mensen met een migratieachtergrond. Als samenleving hebben we veel te winnen bij sterker integratiebeleid op de arbeidsmarkt: een groter arbeidspotentieel, lagere uitkeringslasten, meer kansengelijkheid en sociale cohesie. Gemeenten spelen daarin een sleutelrol.

Onderzoeker Egbert Jongen (CPB) begint met het slechte nieuws: 'Er zijn hardnekkige verschillen in de arbeidsmarktparticipatie tussen mensen met en zonder een migratieachtergrond in Nederland.' Hoewel het gat de afgelopen twintig jaar kleiner is geworden, is het verschil nog altijd 8 procentpunt (bij mensen met een niet-westerse migratieachtergrond).

Willen, kunnen, mogen
Daarmee doet Nederland het in internationale vergelijkingen niet goed. 'Dat was wel even slikken', aldus Jongen. 'Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat migranten die in het verleden zijn gekomen vrij laag opgeleid waren. Verder blijkt ook dat migranten uit landen komen waar ideeën over verdeling van arbeid en zorg wat anders zijn. Maar ook geven veel mensen aan dat ze te maken hebben met discriminatie op de arbeidsmarkt.'

Het probleem - en dus ook de oplossing - ligt volgens onderzoeker Sander Muns (SCP) in 'een samenspel van willen, kunnen, mogen'. Beter beleid zou ervoor moeten zorgen dat mensen met een migratieachtergrond geprikkeld worden om te willen werken, kansen krijgen om te kunnen werken en mogelijkheden hebben om te mogen werken.

Het vergroten van arbeidsparticipatie is goed voor de doelgroep zelf, maar ook voor de maatschappij als geheel, benadrukt Jongen: 'We hebben nu al tekorten in de zorg en de techniek, dus we hebben dat arbeidspotentieel nodig.’ Bovendien kan werkloosheid leiden tot slechtere gezondheid en het gevoel er niet bij te horen, wat ongelijkheid en polarisatie in de samenleving versterkt.

Intensieve begeleiding
Vooral als het gaat om het vergroten van mogelijkheden om te kunnen werken, heeft de gemeente een belangrijke rol. Binnenkort wordt de gemeente, onder de nieuwe Wet inburgering, verantwoordelijk voor de begeleiding van nieuwkomers. Daarbij is maatwerk - hoe afgekloven de term ook is - het sleutelwoord, zegt Jaco Dagevos, SCP-onderzoeker en hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Onderzoeken in binnen- en buitenland tonen aan dat intensieve en persoonlijke begeleiding op de lange termijn het meeste rendement opleveren.

Dat betekent dat de gemeente, op het moment dat een nieuwkomer een asielaanvraag doet, zo snel mogelijk moet beginnen met het werken aan taal, opleiding en toeleiding naar werk. Hoogleraar Dagevos noemt de gemeente Amsterdam als goed voorbeeld, waar taallessen en voorbereiding op de arbeidsmarkt samengaan. Jobcoaching is daar vaak één-op-één. Dagevos adviseert om de caseloads van werkconsulenten laag te houden: 'Werkconsulenten hebben soms wel tweehonderd mensen onder hun hoede. Dertig tot veertig mensen is op lange termijn veel efficiënter.'

Tekst loopt door onder afbeelding.
Afbeelding
Bron: CBS. Bewerking: CPB.

Rendement
Het bieden van intensieve begeleiding en maatwerk kost geld, maar het betaalt zich ook terug in lagere uitkeringslasten, zeggen de onderzoekers. 'Iedere persoon die je uit de bijstand haalt, levert je toch geld op aan de marge', aldus Jongen. En dat geldt niet alleen voor statushouders, maar ook voor mensen in de bijstand, een doelgroep die relatief veel mensen met een migratieachtergrond bevat.

Verder kan het plaatsingsbeleid van statushouders ook slimmer. Jongen: 'Nu wordt er gekeken: waar is er nog woonruimte? Je kan beter kijken naar de aansluiting van iemands vaardigheden op de lokale arbeidsmarkt.' Dagevos: 'Internationaal onderzoek laat zien dat landen met gericht plaatsingsbeleid het beter doen.'

Bijverdienen
Als het gaat om het motiveren van mensen met een migratieachtergrond om te willen werken, adviseren de onderzoekers om financiële prikkels in te zetten. Jongen: 'Als je werk financieel aantrekkelijker maakt, heeft dat een groter effect op mensen met een migratieachtergrond dan op mensen met een Nederlandse achtergrond.' Daarin zijn twee smaken te onderscheiden: het versoberen van de bijstandsuitkering of het verhogen van de beloning voor werk. Jongen: 'Je hebt de wortel- en de stokvariant.' Welke van die twee de voorkeur heeft, hangt van politieke keuzes af, zegt Jongen. Het verlagen van de uitkering zorgt namelijk ook voor grotere inkomensongelijkheid en armoede.

Een manier om werken aantrekkelijker te maken zonder ongelijkheid te vergroten is door ruimere mogelijkheden voor bijverdienen in de bijstand te bieden. In een experiment in veertien Nederlandse gemeenten bleek bijvoorbeeld dat een premie van 4 euro per gewerkt uur met name voor alleenstaande moeders met een migratieachtergrond een sterke stimulans was om in deeltijd te gaan werken. Hierdoor werden de uitkeringslasten bovendien verlaagd.

Monster
Tot slot lopen mensen met een migratieachtergrond ook tegen discriminatie op de werkvloer aan. Dagevos: De gemeente is een grote werkgever, die kan veel doen in het eigen personeelsbestand. Door de sollicitatieprocedure aan te passen, bijvoorbeeld.' De Vereniging van Nederlandse Gemeenten publiceerde onlangs ook tips om de werkvloer inclusiever te maken.

Het aanpakken van kansenongelijkheid op de arbeidsmarkt vraagt dus inzet op verschillende fronten. ‘Het blijft een veelkoppig monster’, concludeert Jongen. En de urgentie om dat monster aan te pakken zal in de toekomst alleen nog maar groter worden: ‘Het aandeel mensen met migratieachtergrond in de bevolking gaat groeien van 24 procent nu richting de 40 procent in 2060.’


Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Robin (influencer) op
In de grote steden wonen inmiddels meer allochtonen dan autochtonen. Raar dat Nederlands dan gewoon de voertaal nog is; dat kan anders. In New York heb je inmiddels meer Spaans- dan Engels-talige tv-kanalen. Veel Amerikanen spreken ook Spaans.
Door Manu (beleidsadviseur) op

In zou graag eens dezelfde info krijgen, maar nu met een onderscheid in mensen met migratieachtergrond die het inburgerings- en scholingstraject hebben doorlopen en mensen die daarvan zijn vrijgesteld in verband met een associatieverdrag of omdat het al EU burgers zijn,
Wij hebben een jaar geleden Syrische buren in de straat mogen begroeten. Ze zijn pas 5 jaar hier, maar van dat gezin spreekt iedereen vloeiend Nederlands en heeft werk (of volgt een opleiding). Ook de vrouw heeft een parttime baan, de dochter heeft een Nlse vriend, de jongens zijn ontzettend beleefd en nu hebben ze dus hun eerste huis in NL (dus eigenlijk al na 4 jaar). Opmerkelijk is dat het deze mensen was opgevallen dat grote groepen mensen met een migratieachtergrond geen inburgeringsproces hebben moeten doorlopen en ook na 25 jaar nog geen woord NLs spreken. Ze vonden het dus niet gek dat sommige groepen dus niet slagen in NL en ze vonden zelfs dat deze mensen voor problemen zorgen. De heer des huizes werd zelfs echt boos. Ik had daar eerder nog nooit bij stilgestaan, maar mogelijk hebben ze wel een punt.