of 63623 LinkedIn

Aantal werkende statushouders neemt af

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock

Door de coronacrisis is de groei van het aantal werkende statushouders gestokt, maar de groei vlakte al voor de coronacrisis af, blijkt uit de Divosa Benchmark Statushouders. Eind 2019 werkte nog 30,5 procent van de statushouders die sinds 2014 naar Nederland zijn gekomen. In de eerste helft van 2020 was dat nog 29,1 procent.

Stagnatie al voor coronacrisis
De groei van het aantal werkende statushouders stagneerde al in de herfst van 2019, dus al vóór de coronacrisis in maart 2020. Vervolgens zette de daling in tot 1,4 procent. Het gaat vooral om mensen die 2014 en 2015 een verblijfsstatus kregen. In de eerste maanden van de coronacrisis verloren met name de statushouders met kleine banen tot 0,3 fte hun werk. Ook voor de crisis bleken zij al zeer kwetsbaar op de arbeidsmarkt, blijkt uit onderzoek van het SCP en het CPB. Statushouders hebben een zwakke positie op de arbeidsmarkt, omdat zij nu eenmaal vaak in flexibele banen werken.

Meer fulltime
Gemeenten die meedoen met de Divosa Benchmark herkennen de terugloop in het aantal werkende statushouders, bijvoorbeeld in de toerismesector, omdat het werk op vakantieparken is weggevallen. Een gemeente stelt dat de uitstroom naar werk ook stokt, omdat er door de coronacrisis nagenoeg geen werkervaringsplekken meer waren voor statushouders. Daarentegen gaan in de eerste helft van 2020 ook meer statushouders fulltime werken. Het percentage werkende statushouders met een fulltime baan neemt toe van 37,7 procent eind 2019 naar 44,6 procent half 2020. De daling van het aantal kleine banen wordt dus gedeeltelijk gecompenseerd door de stijging van het aantal grote banen.

Stabilisatie in de bijstand

Uit de Divosa Benchmark blijkt verder dat het percentage statushouders in de bijstand sinds de uitbraak van corona gelijk is gebleven. Zowel in het eerste kwartaal van 2020 als in het tweede kwartaal van 2020 is dit 56,9 procent, terwijl daarvoor dit percentage daalde. Dat het percentage statushouders in de bijstand gelijk is gebleven, terwijl het percentage werkenden daalt, valt te verklaren doordat veel statushouders met korte, parttime contracten ook gebruik maken van een bijstandsuitkering. De coronacrisis heeft ertoe geleid dat zij hun werk moesten inleveren, maar hun (aanvullende) uitkering behielden.

Meer onderwijs
De daling van het aantal werkende statushouders lijkt medio 2020 nog beperkt. De vraag is hoe de trend voor statushouders zal doorzetten in de tweede helft van 2020. In de jaren hiervoor bleek juist een toename van het aantal statushouders dat in Nederland integreert: in 2019 werkte 30,5 procent van de statushouders tegenover 23,4 procent in 2018. Het aantal statushouders in de bijstand daalde in 2019 van 70,6 procent naar 58,3 procent. En statushouders volgen ook meer onderwijs. Het gaat dan om door het rijk bekostigd onderwijs, zoals een vo-, mbo-, hbo- of universitaire opleiding. Dat is in de eerste helft van 2019 nog 13,5 procent van de statushouders van 18 tot 65 jaar en dat stijgt in de eerste helft van 2020 naar 17 procent.

Nieuwe Wet inburgering
Gemeenten hebben nu een belangrijke rol in het begeleiden van statushouders naar werk en participatie, maar als de nieuwe Wet inburgering in 2022 van kracht gaat, krijgen zij de regie over de volledige inburgering. Samen met de VNG en het ministerie van SZW zegt Divosa gemeenten aan te moedigen om de inburgeraars die per 1 juli 2021 instromen, waar mogelijk te begeleiden ‘in de geest van de nieuwe wet’. Daarvoor komt ook een extra ondersteuningsaanbod vanuit Divosa en de VNG.

166 gemeenten
In het onderzoek gaat het om statushouders tussen 18 en 65 jaar die vanaf januari 2014 een verblijfsvergunning ‘asiel’ hebben gekregen en ingeschreven zijn bij de gemeente. Dit kunnen dus mensen zijn die al een paar jaar in een gemeente wonen, maar ook pas een maand. Het CBS legt in een recente publicatie de focus op de groep die tussen 2014 en 2015 een verblijfsstatus kreeg, maar de Divosa Benchmark Statushouders rapporteert dus over de hele groep statushouders die sinds 2014 in Nederland is. De benchmark is een initiatief van Divosa, BMC en Stimulansz. Met de cijfers krijgen 166 gemeenten inzicht in de situatie van statushouders. Door de cijfers met elkaar te vergelijken en verhalen erachter te delen, kunnen gemeenten van elkaar leren en hun inburgeringsbeleid verbeteren.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.