of 59123 LinkedIn

Aandacht nodig voor 18-minners en dementerenden

Er is speciale aandacht nodig voor jongeren die vanaf hun achttiende niet meer onder de Jeugdwet vallen. Ook moet meer aandacht en inzet komen voor toenemende dementie en het stijgende middelengebruik. Dat zijn enkele aanbevelingen uit een evaluatie van de Wmo en jeugdhulp die Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hebben laten uitvoeren.

Er is speciale aandacht nodig voor jongeren die vanaf hun achttiende niet meer onder de Jeugdwet vallen. Dat kan bijvoorbeeld door, als de hulpbehoevende jongere zestien is, samen toekomstplannen te maken. Ook moet meer aandacht en inzet komen voor toenemende dementie en het stijgende middelengebruik.

Evaluatie

Dat zijn enkele aanbevelingen uit een evaluatie van de Wmo en jeugdhulp die de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne hebben laten uitvoeren. De bevindingen van de evaluatie worden gebruikt voor de vernieuwing van het Wmo- en jeugdbeleid van de drie gemeenten. Dat moet begin volgend jaar klaar zijn.

 

Korte lijnen

Uit de evaluatie komt naar voren dat de decentralisaties in de Voornse gemeenten tot op heden redelijk goed zijn verlopen. ‘Er is niets mis gegaan, er zijn weinig klachten en er is niemand tussen wal en schip geraakt. Verder zijn er korte lijnen, waardoor bewoners over het algemeen snel en dichtbij geholpen kunnen worden. De hulpverleners zijn goede professionals’, aldus de evaluatie. Wel moet de echte transformatie nog beginnen.

 

Toegang

Brielle heeft de toegang en zijn gebiedsteam wat beter op orde dan de andere twee gemeenten. Daar is ‘de onderlinge afstemming en samenwerking over de hele breedte van het sociaal domein iets minder ver ontwikkeld. Dit uit zich met name in ruis rondom de toegang en het gebiedsteam.’ De organisatie en aansturing van de toegang en de gebiedsteams moet beter, zo luidt een van de conclusies. ‘Bij zowel de betrokken medewerkers als de zorgaanbieders bestaat er onduidelijkheid over wat het gekozen model is en hoe het behoort te werken. Er is meer richting en aandacht nodig.’


Inzicht in resultaten

Er moet ook meer inzicht komen in de resultaten. Dan kunnen de drie gemeenten ‘meer grip krijgen op hun zorgverlening en sturen op de beleidsmatige keuzes die worden gemaakt’. Door het voorveld (onderwijs en welzijn) beter te betrekken, kan nog meer worden gedaan aan preventie en vroegsignalering. Over de toegang tot hulp kan nog beter worden gecommuniceerd.

 

Kruisbestuiving

Gemeenten moeten hun rol als verbinder in het sociaal domein nadrukkelijker uitoefenen. Gemeenten moeten daartoe zichtbaarder regie voeren, initiatief nemen en meer sturen op samenwerking tussen partijen. ‘Zo is er meer kruisbestuiving nodig tussen nulde-, eerste- en tweedelijns zorg. De gemeenten moeten deze uitwisseling meer initiëren en faciliteren.’ De samenwerking tussen het sociaal domein en de rest van de gemeentelijke organisatie moet worden verbeterd. ‘Zorg dat binnen de gemeenten er integraler wordt samengewerkt en schotten doorbroken worden, vooral tussen sociaal domein en de rest van de gemeente’, aldus een van de aanbevelingen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Keijzer op
Hoe vaak hebben we niet gehoord dat genoemde groepen tussen wal en schip raken? Jaren terug al!

Met het stijgen van de gemiddelde leeftijd en met het vervroegen van de volwassen leeftijd had elk persoon met gezond verstand dit sowieso al kunnen voorspellen!

Altijd weer achter feiten aanlopen en niets en niemand is aanspreekbaar voor falend beleid. Zo zijn onze manieren geworden op vele niveaus en zelfs in EU. We gooien er steeds weer studies tegenaan, maar het is een botsautootjes beleid. Stuiten we ergens tegenaan, dan is het op hoop van zegen hoe daarna het vehikel rijdt.

Blijft men bezig met rapporten maken? Dat kost dat niet jaar na jaar? In elke gemeente kan men een persoon aanwijzen die objectief eens gaat praten met wat mensen uit de doelgroep en hun naasten en met wat mensen uit het veldwerk. Dan kunnen verantwoordelijken knelpunten zo oppakken. Maar nee, blijkbaar vindt men dat te confronterend en moet het weer van de zoveelste studie komen met aanbevelingen.

Het is per definitie niet goed dat onder hetzelfde dak alles bedisseld wordt. Kritiek intern wordt dan al gauw gedoofd. Met kritiek van buiten heeft men veel ervaring opgedaan, om die effectief te ondermijnen en daarbij dienen alle gelederen van belang, gesloten te blijven, hetgeen in de praktijk ook veelal gebeurt.

Een onafhankelijke zorg coördinator naast de huisarts is de enige zinnige oplossing als het gaat om effectief, objectief, vakkundig maatwerk met niet meer kostdan strikt nodig is. Landelijk systeem liefst. In de wijk en dus laagdrempelig. Die indiceert, controleert en bijstuurt.

Daarnaast een SIB. Sociaal Incasso Bureau met 3 poten: vrijwillig- en verplicht budgetbeheer en voor sociale leningen. Waar het mis gaat wordt bijtijds naartoe gegaan en bijgestuurd. Andere hulp eventueel ingeschakeld.

Daarnaast kleinschalige wooneenheden in de wijk voor kwetsbare mensen, die het klokje rond hulp bij de hand nodig hebben. Die ook voor mensen in de wijk zelf wat kunnen betekenen. Tijdelijke opvang bij ziekte of om de mantelzorg even te kunnen ontlasten etc. Huisarts is voor medische zorg verantwoordelijk en wijkverpleging voor die zorg. Thuiszorg voor de rest.

Bij al deze 3 punten kan het eigen netwerk ook ingeschakeld worden bij geschiktheid daarvoor.