of 62812 LinkedIn

38 Brabantse gemeenten: drugsgebruik ‘denormaliseren’

In de politieregio Oost-Brabant gaan 38 gemeenten samen optrekken in handhaving, vergunningverlening en beleid in aansluiting op een vierjarige campagne om drugsgebruik onder jongeren te denormaliseren.

In de politieregio Oost-Brabant gaan 38 gemeenten samen optrekken in vergunningverlening, handhaving en beleid in aansluiting op een vierjarige campagne om drugsgebruik onder jongeren te denormaliseren.

Meer overlast

‘Drugsgebruik is steeds normaler geworden en veroorzaakt steeds meer overlast in de regio’, aldus projectleider Lieke Vogels van het regioproject. Deze 38 gemeenten in Noord-Brabant merkten dat er een toename is in overlast bijvoorbeeld in het verkeer, maar dat ook op andere gebieden de veiligheid in gevaar komt, zoals meer criminaliteit, milieudelicten en meer verslaving. ‘Men ziet dat er een verschuiving is in normalisering. Drugs waren altijd al onderdeel van de maatschappij, maar je merkt dat hoe er over gesproken wordt het steeds normaler wordt.’

Samenwerking
Reden voor de gemeente om daar iets aan te doen en dan het liefst samen met andere gemeenten, zodat er een krachtig signaal kan worden afgegeven. In het project ‘Wat doet drugs met jou?’ werken naast 38 gemeenten ook politie, twee ggd’s en Novadic-Kentron, een hulpinstantie met expertise in drugs- en alcoholverslavingen, mee. ‘Het project komt voort uit preventie, als gezondheidsvraagstuk’, vertelt Vogels.

Denormalisering
Het project is ontstaan in de regio Brabant-Zuidoost. Wethouder Theo Maas (PvdA) van de gemeente Someren en voorzitter van de Stuurgroep regioproject, is een van de trekkers van het project. In de regio Brabant-Noord ontstond tegelijkertijd een soortgelijk initiatief en zo zijn de krachten gebundeld tot een regio van 38 gemeenten. Zij gaan samenwerken in handhaving, vergunningverlening (bijvoorbeeld op evenementen en horecabeleid) om een waterbedeffect te voorkomen en consequenter op te treden. ‘Het doel is denormalisering. Dat krijg je niet in een paar jaar voor elkaar, maar willen we bereiken via drie pijlers: communicatie en interventie, een monitor drugsgebruik en gemeentelijke samenwerking.’

Monitor
Er wordt een hoofdcampagne uitgerold met mogelijke interventies, zoals bijvoorbeeld voorlichting, acties op scholen en evenementen of  met een game. De monitor, gesteund door het ministerie van VWS, moet een beeld gaan geven van hoe het met de norm is gesteld. Ook moet duidelijk worden op welke groepen op welke momenten de campagne zich moet richten. Momenteel is al een onderzoek gaande onder jongeren tussen de 16 en 27 jaar gericht op de taal die jongeren hanteren voor de campagneboodschap. ‘Maar de monitor is breder. Die moet inzicht geven in de norm en in mogelijke interventies.’

Wat is nou de norm?
Waarom gebruiken jongeren drugs en wie bepaalt eigenlijk de norm zullen gespreksonderwerpen zijn. ‘Wat is nou die norm? Het is belangrijk ons eerst te richten op bewustwording en het gesprek erover aangaan op schoolniveau en op andere niveaus. Per 1 september zijn we al met de doelgroep in gesprek. Het is de bedoeling die kennis te bundelen en te gebruiken voor de vierjarige campagne.’ Alcohol, een van de meest gebruikte drugs, is geen onderdeel van de campagne. ‘Dat is zeker ook heel belangrijk, maar daar wordt al veel op ingestoken via andere initiatieven, zoals het Nationaal Preventieakkoord. Deze campagne richt zich op minder vaak voorkomende en illegale drugs.’

Powersessies
Jongeren denken dus zelf ook mee over de campagne, ze zijn al betrokken bij het formuleren van de hoofdboodschap, maar worden ook via straatinterviews bevraagd. ‘We houden powersessies online en interviewen ook ouders over hoe dit onderwerp leeft en welke taal bij jongeren aansluit.’ Verder krijgen jongerenwerkers een rol in het project, naast ambtenaren en de deskundigen van Novadic-Kentron. ‘De kracht project is het verbinden van kennis en ervaring. Jongerenwerkers staan natuurlijk dichtbij de doelgroep.’

Toolkit

Vanaf maart moet de communicatie rond de campagne beginnen. Het projectteam kijkt nog naar een mogelijke voorbeeldgemeente, maar dat kan ook een school of vereniging zijn. ‘We doen dit vanuit de noodzaak om van onderop te beginnen en te kijken hoe het daar wordt ontvangen. Zo bouwen we aan een toolkit waar alle deelnemende gemeenten gebruik van kunnen maken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.