of 64740 LinkedIn

Beschermd Wonen in vogelvlucht

In dit artikel komen in vogelvlucht de belangrijkste ontwikkelingen voor gemeenten voor het beschermd wonen langs. Binnen vijf minuten weet jij meer over de inhoudelijke en financiële doordecentralisatie, de overgang van een historische naar een objectieve verdeling van de financiële middelen en het nieuwe woonplaatsbeginsel.

Beschermd wonen: de verantwoordelijkheid van 43 centrumgemeenten
Sommige volwassenen kunnen door problematiek of stoornissen niet meer thuis wonen. Voor deze volwassenen bestaat de mogelijkheid om in een instelling of wooninitiatief in een kamer te wonen en te participeren in dagbesteding. Dit is beschermd wonen. Vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) zijn sinds 2015 43 centrumgemeenten (de grootste gemeente in een regio) verantwoordelijk voor het toekennen van deze vorm van zorg aan een cliënt. 

 

Ook zijn centrumgemeenten verantwoordelijk voor het betalen van deze vorm van zorg. De centrumgemeenten ontvangen hiervoor vanuit het Rijk elk jaar een budget. De grootte van dit budget is in 2015 vastgesteld door te kijken naar hoeveel cliënten in een (regio van) gemeente(n) verbleven in beschermd wonen. Oftewel, een historische verdeling van de financiële middelen. De werkelijke kosten die een centrumgemeente maakt zijn vaak niet gelijk aan het budget dat zij ontvangt vanuit het Rijk. Daarom maken gemeenten in een regio onderling afspraken over een (jaarlijkse) verrekening van een tekort of overschot op dit budget. 

 

Doordecentralisatie nodig!
In het toekomstbeeld van beschermd wonen is het uitgangspunt de sociale inclusie van cliënten. Het doel is om beschermd wonen te transformeren naar een beschermd thuis. Cliënten moeten zoveel mogelijk in hun eigen wijk en bij voorkeur ambulant geholpen worden. Dat betekent dat het zorglandschap opnieuw ingericht moet worden.  


In 2015 heeft een adviescommissie een rapport uitgebracht onder de noemer “van beschermd wonen naar een beschermd thuis”. In dit rapport wordt een “doordecentralisatie” van financiële middelen geadviseerd om het transformatiedoel te behalen. Dat betekent dat het budget vanuit het Rijk niet meer beschikbaar wordt gesteld aan de centrumgemeente, maar aan de individuele gemeenten. De redenering is dat doordecentralisatie een nauwe aansluiting bij lokale voorzieningen en inzet op preventie en herstel beter faciliteert. 

 

Van historische verdeling naar een objectieve verdeling
Daarnaast is de overstap van een historische naar een objectieve verdeling van de financiële middelen wenselijk. De kosten die in het verleden zijn gemaakt zijn dan niet langer meer het uitgangspunt. Dat zou gemeenten namelijk te weinig prikkelen om te werken aan het transformatiedoel. In de nieuwe situatie wordt de grootte van het budget bepaald door feitelijke kenmerken, zoals het aantal inwoners en het gemiddelde inkomen van de inwoners in een gemeente.

  

Het woord “objectief” kan daarin misleidend zijn. Het kan de indruk wekken dat je eenvoudig tot een verdeling van het budget komt. In werkelijkheid is het ingewikkeld om te beslissen welke feitelijke kenmerken wel en niet belangrijk zijn en hoe zwaar ze mee moeten tellen voor een “eerlijke” of “goede” verdeling. In vakjargon: het is niet makkelijk om een valide set van objectieve maatstaven en bijbehorende gewichten vast te stellen voor een verdeling waarin de incentives optimaal verankerd zijn. 

 

Een gekke situatie in 2022
Vanaf 2022 is sprake van een inhoudelijke doordecentralisatie van beschermd wonen. Dat betekent dat gemeenten vanaf dan onder andere individueel verantwoordelijk zijn voor het werken aan het transformatiedoel. De doordecentralisatie van de budgetten is echter uitgesteld naar 2023. Dat hangt samen met het uitstellen van de herijking van het gemeentefonds van 2022 naar 2023. Via het gemeentefonds stelt het Rijk de financiële middelen beschikbaar aan de gemeenten voor een groot gedeelte van haar taken. Omdat het gemeentefonds de belangrijkste bron van inkomsten is kijken gemeenten met haviksogen naar een eventuele nieuwe verdeling. Bovendien zijn er extra spanningen ontstaan omdat gemeenten in de afgelopen jaren met steeds meer moeite een sluitende begroting kunnen opstellen. En dat heeft weer te maken met stijgende kosten voor jeugdzorg, waar gemeenten vanaf 2015 vanuit de Jeugdwet verantwoordelijk voor zijn.  

 

Nieuw woonplaatsbeginsel vanaf 2023
En welke gemeente is dan (financieel) verantwoordelijk voor een cliënt? De gemeente van herkomst of de gemeente waar een cliënt naartoe verhuisd voor het beschermd wonen? Tot nu toe was dat de gemeente waar een cliënt verblijft voor het beschermd wonen. In 2020 heeft het AEF in opdracht van het ministerie van VWS een rapport uitgebracht waarin wordt geadviseerd om dit aan te passen. Met de invoering van een nieuw woonplaatsbeginsel moet de gemeente van herkomst gedurende een aantal jaren meebetalen aan de kosten. Zo blijft een prikkel aanwezig voor alle gemeenten om in te zetten op preventie. 


Het invoeren van een nieuw woonplaatsbeginsel is ook nodig om te voorkomen dat gemeenten geen voorzieningen beschermd wonen op hun grondgebied willen (ontwikkelen). Nieuw aanbod kan immers leiden tot een instroom van dure inwoners. En het is juist van belang dat gemeenten met weinig voorzieningen zich extra gaan inspannen om een passend aanbod te organiseren. De adviescommissie uit 2015 stelde namelijk vast het aanbod van beschermd wonen erg ongelijk is verdeeld over het land. Dit betekent dat een cliënt vaak moet verhuizen voor het beschermd wonen en dat strookt natuurlijk niet met het transformatiedoel: zo thuis mogelijk. Ook het invoeren van het nieuwe woonplaatsbeginsel is uitgesteld naar 2023. 

 

Meer weten?

Meer weten over datagedreven werken binnen Beschermd Wonen, of interesse in een impactanalyse voor jouw gemeente? Neem dan contact op met Wietse de Boer via 06-48064651 of wietse.deboer@vandamoosterbaan.nl. Je kan je ook direct inschrijven voor onze laatste masterclasses datagedreven werken binnen MOBW op 27 oktober.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingVan Dam & Oosterbaan 

Euclideslaan 201

3584 BS Utrecht

085 112 43 71

www.vandamoosterbaan.nl

info@vandamoosterbaan.nl

Online masterclasses

Gemeentelijk informatiehuishouding (verder) op orde!

Het nut van datagedreven werken

 

Meld je nu aan voor onze online masterclasses!

Datum:

Tijd:

Onderwerp:

27-10-2021

09:00-11:00

Masterclass MOBW

02-11-2021

10:00-12:00

Masterclass Jeugddomein

16-11-2021        

13:00-14:30        

Masterclass Veiligheid & Ondermijning

Whitepapers

Bloggers