of 63623 LinkedIn

Gebruik van de verwijsindex: nut of noodzaak?

Gebruik van de Verwijsindex Risicojongeren: nut of noodzaak?
Stipter 1 reactie

Op dinsdag 2 maart vond de digitale bijeenkomst DeVirOp van 2021 plaats. Een jaarlijks evenement, georganiseerd door Thorax, rondom de Verwijsindex Risicojongeren. Een gemêleerd gezelschap van regiovertegenwoordigers, zorgaanbieders en softwareleveranciers kwam bij elkaar om samen ervaringen rondom de verwijsindex te delen. Best practices, tips en tricks zijn gedeeld, en ook een discussie over het bestaansrecht van de verwijsindex werd niet geschuwd. Deze discussie werd mede aangezwengeld door het in het voorjaar van 2020 verschenen evaluatierapport: te vinden op de site van Rijksoverheid. Hierin worden een aantal kritische kanttekeningen bij met name het gebruik van de verwijsindex geplaatst.

Conclusie van de deelnemers aan DeVirOp? De verwijsindex is een waardevol instrument dat zijn functie binnen het veiligheidslandschap verdient. Juist door meer gebruik te stimuleren kan de verwijsindex zijn meerwaarde bewijzen. Aansluiten op de verwijsindex is een wettelijke verplichting, maar juist dan is het belangrijk dat dit doelmatig gebeurt.

 

Achtergrond

De Verwijsindex Risicojongeren (verwijsindex) is een landelijk hulpmiddel, bedoeld om de onderlinge samenwerking en afstemming tussen (zorg)verleners rondom jongeren (tot 23 jaar) te versterken. Wanneer een zorgverlener zich zorgen over een jongere maakt, kan hij of zij in de verwijsindex een signaal op deze persoon afgeven. Door deze signalen automatisch met elkaar te vergelijken ontstaan ‘matches’ en is samenloop van verschillende zorgaanbieders rondom één jongere duidelijk.

 

De verwijsindex bestaat al langer maar is in 2015 als onderdeel van Jeugdwet onder de verantwoordelijkheid van gemeenten komen te vallen. Ieder college is wettelijk verplicht het gebruik van de verwijsindex te faciliteren en te bevorderen én daaromtrent afspraken met zorgaanbieders te maken. In de praktijk worden deze afspraken regionaal gemaakt, per ‘convenantgebied’, ook wel verwijsindexregio genoemd. Elk van deze gebieden kent een eigen regionale verwijsindex en sluit via deze regionale index aan op de landelijke VIR.

 

Evaluatie van de verwijsindex

In het voorjaar van 2020 verscheen het rapport van ZonMw rondom de tweede landelijke evaluatie van de verwijsindex. Uit de eerste evaluatie, in 2015, bleek dat het gebruik in veel gebieden achter bleef. De beoogde landelijke dekking werd in de praktijk bij lange na niet gehaald. De cijfers over 2018 laten helaas een vergelijkbaar beeld zien: grote verschillen tussen regio’s in het aantal afgegeven signalen. Een aantal regio’s, waaronder de stadsregio Rotterdam, steken ‘met kop en schouders’ boven de rest uit. Ter onderbouwing: 10 regio’s (van de 42) zijn samen verantwoordelijk voor 56% van de signalen. Ook zijn er veel regio’s waarin in 2018 überhaupt geen meldingen zijn gedaan. Meer recente cijfers laten in 2020 een stijging zien: 70.000 méér signalen dan in 2018, met ook 30% meer gezinsmatches. De grote verschillen blijven echter bestaan. 

 

Opvallende cijfers, omdat nagenoeg alle gemeenten zeggen een integrale aanpak te omarmen. Eén gezin, één plan: met één aanspreekpunt en zo min mogelijk langs elkaar heen werkende zorgaanbieders. Met daarnaast een aanpak op vroegsignalering: vanuit de gedachte dat het nu inzetten op beginnende jeugdproblematiek, escalatie en een beroep op zwaardere (en duurdere) jeugdzorg kan voorkomen. Ook de voorbeelden van bekend van gezinsdrama’s zijn bekend: waarin achteraf bleek dat verschillende zorgaanbieders actief waren maar onvoldoende van elkaars handelen op de hoogte. Waarom neemt niet elke gemeente een voorbeeld aan de regio Rotterdam, maar blijft het gebruik van de verwijsindex in veel regio’s achter en belangrijker wat kunnen we hier aan doen?

 

Onder druk door te weinig gebruik

Een mogelijke maatregel zit in de wettelijke verplichting. Op dit moment is het zo dat gemeenten en zorgaanbieders wel wettelijk verplicht zijn op de verwijsindex aan te sluiten, maar er is geen verplichting op het daadwerkelijke gebruik ervan. Gevolg: er worden kosten gemaakt om de aansluiting te regelen, maar wanneer het gebruik niet actief wordt gestimuleerd is dit weggegooid geld. Of een wettelijke verplichting op gebruik wenselijk is, daarover waren de meningen tijdens de DeVirOp-bijeenkomst verdeeld. Zorgverleners hechten veel belang aan het eigen beoordelingsvermogen. Wel wordt het ontbreken van conclusies op dit vlak (wel of geen verplichting op gebruik) ervaren als ‘kolen op het vuur’ in regionale discussies over het bestaansrecht van de verwijsindex. Met als gevolg dat het voor de regiobeheerders van de verwijsindex én zorgprofessionals nog moeilijker wordt om hier de benodigde middelen voor vrij te krijgen.

 

Niet voor niets staat het bestaansrecht van de verwijsindex het meest onder druk in juist dié regio’s waar de gebruikcijfers het laagst zijn. Het is een vicieuze cirkel: de verwijsindex werkt niet goed, want er zijn te weinig matches, en dus wordt hij weinig gebruikt. Resultaat: er wordt niet geïnvesteerd in gebruik van de verwijsindex en het gevolg houdt het probleem in stand. Alleen door de verwijsindex te gebruiken kan dit tot resultaten leiden!

 

De toekomst van de verwijsindex

Een overgrote meerderheid van de deelnemers aan DeVIRop! antwoordde positief op de stelling: ‘De verwijsindex bestaat nog in 2030’. Wel hoopt men op een uitbreiding naar een meer algemene verwijsindex: ook voor personen boven de 23. In verschillende regio’s worden hier reeds pilots mee uitgevoerd. In de regio Rotterdam Rijnmond is men zelfs de pilotfase al voorbij  en is de verwijsindex voor 0 tot 100 volop in gebruik (onder de naam ‘SluiS’, wat staat voor Sluitend Samenwerken). Dit heeft reeds mooie resultaten opgeleverd, waarbij zorgaanbieders elkaar beter weten te vinden.

 

Een aantal concrete aanbevelingen om het gebruik van de verwijsindex te verbeteren zijn:

  • Kijk naar de mogelijkheden tot verbreding van de verwijsindex naar een index van 0-100 jaar;
  • Neem als gemeente afspraken over verwijsindex-gebruik op in de contracten zorgaanbieders: stel KPI’s vast en stuur hier periodiek actief op;
  • Voor zorgaanbieders: werk vanuit de ‘tenzij’ gedachte: iedere jongere onder behandeling wordt geregistreerd, tenzij uitzonderingscriteria van toepassing zijn;
  • Benadruk de boodschap: ‘Jij weet niet wie jou wil vinden’. Dit is de kern van de verwijsindex.

 

Doelmatig aansluiten op de verwijsindex

De verschillende verwijsindexregio’s maken gebruik van software voor de regionale registratie en matching van signalen én aansluiting op de landelijke verwijsindex. Deze software wordt vanuit de regio aangeschaft en gemeenten betalen periodiek licentiekosten voor het gebruik hiervan. Kosten die op zichzelf misschien niet heel hoog zijn, maar desalniettemin als weggegooid geld beschouwd kunnen worden wanneer in de praktijk geen signalen worden afgegeven. Juist binnen de Jeugdzorg, waarin gemeenten massaal met financiële tekorten kampen is dit een doorn in het oog.

 

Bij Stipter bieden we een VIR module waarmee gemeenten gemakkelijk én kostefficiënt op de verwijsindex aansluiten. Nog te vaak alleen om aan de wettelijke verplichting te voldoen, maar wij denken  graag mee in hoe het gebruik van de VIR te stimuleren. Met als belangrijkste boodschap: ‘beste gemeente, je moet iets met de verwijsindex, doe er dan ook iets mee’.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reageer op dit artikel

Door Eric (Beleidsmedewerker) op
Kan geconstateerd worden dat zorgverleners niet of nauwelijks bereid zijn om verder te kijken dan hun eigen 'schuttersputje'? Zie: 'Zorgverleners hechten veel belang aan het eigen beoordelingsvermogen.'
Enige kortzichtigheid lijkt hen niet vreemd.......

Contactgegevens

AfbeeldingBezoekadres

Elementenweg 17
3201 LG Spijkenisse

Postadres
Hongerlandsedijk 18
3201 LW Spijkenisse

Tel.nr. 085-9024000


www.stipter.nl 

e-mail: Vanity.deSnoo@stipter.nl

Meer nieuws

Datagedreven overheid

Whitepapers