of 59318 LinkedIn

Lost de Participatiewet zijn belofte in?

AfbeeldingDe Participatiewet bestaat inmiddels 4 jaar. Dat is net zo lang als een kabinetsperiode of een zittingstermijn van een college. Een prima moment om eens de stand van zaken op te nemen. Slaagt de Participatiewet nu in de opzet om meer mensen, vaak met een arbeidsbeperking, aan het werk te krijgen? Wordt de arbeidsmarkt steeds inclusiever en biedt de Wet Banenafspraak, samen met het nieuw beschut werk een goed alternatief voor de Wet sociale werkvoorziening?

Enkele cijfers

Het is goed om eerst maar eens naar de feiten te kijken. 4 jaar na invoering van de Participatiewet is het aantal bijstandsgerechtigden met ongeveer 3000 mensen gedaald. Dat is nog niet 1% van het totale bijstandsvolume in 2015. Ter vergelijking, in dezelfde periode is het aantal mensen dat een beroep doet op een WW-uitkering met 40% gedaald. Daarbij moeten we ons natuurlijk wel realiseren dat de doelgroep van de bijstand aanmerkelijk groter is geworden door het wegvallen van de Wajong en de WSW voor mensen met arbeidsvermogen. Voorzichtige schattingen laten zien dat zonder de wijzigingen van 2015 het aantal mensen dat beroep doet op bijstand niet veel zou verschillen van het huidige aantal. Het wegvallen van het alternatief van Wajong en WSW is opgevangen door met name de Wet banenafspraak, waarin vanuit de gemeentelijke doelgroep zo’n 25.000 mensen aan het werk zijn gegaan. Daarnaast zijn een kleine 2000 mensen aan het werk op een beschutte werkplek.

 

Wat zijn we er dan mee opgeschoten?

Zo op het eerste gezicht niet zoveel. Het heeft de schijn van een cosmetische operatie, waarin vooral de werkzoekenden op andere werkplekken terecht zijn gekomen dan voorheen. Omdat we nu  minder geld uitgeven aan een arbeidsplaats, is er vooral op de prijs bezuinigd. Maar het aantal mensen dat ondersteuning nodig heeft is niet minder geworden. Positief kunnen we duiden dat de arbeidsmarkt meer inclusief is geworden. Meer mensen met een arbeidsbeperking vinden bij een reguliere werkgever een baan. De vraag blijft echter wel wat er met deze banen gaat gebeuren als er weer economische tegenwind komt. Dan worden de eisen opgeschroefd, komt de productiviteit weer op de eerste plaats te staan en gaan mensen uitvallen. Tegen die tijd is de landelijke infrastructuur van SW-bedrijven inmiddels zo aangepast dat deze op veel plekken nauwelijks meer een vangnet kan bieden. Ervaringen bij SW-bedrijven die om bedrijfseconomische redenen meer mensen in een detachering hebben geplaatst, laten zien dat er sprake kan zijn van een hoge uitval. Het ziekteverzuim in de SW-doelgroep neemt toe, er zijn zelfs mensen die spontaan ontslag nemen om van de druk af te zijn.


Wat moeten gemeenten dan doen?

We zien dat de ontwikkeling van het bijstandsvolume geen gelijke tred houdt met de situatie op de arbeidsmarkt. In de periode 1 januari 2015 tot nu zijn er 180.000 mensen minder  die een beroep doen op de WW, en toch is het aantal vacatures verdubbeld tot 250.000. De mensen in de bijstand profiteren niet mee van deze  ontwikkeling, omdat het merendeel geen courante werknemer is.  De gemeente mag deze mensen – nu duidelijk is dat de markt ze niet opneemt – niet in de steek laten. Het streven naar kortetermijnsuccessen is niet realistisch en leidt nauwelijks tot extra volumedaling.  Uitgaven in die richting zijn zonde van het geld. Het is beter om te investeren in mensen die dit daadwerkelijk nodig hebben. Nu op landelijk niveau het BUIG-budget – waaruit de uitkeringen worden betaald – weer toereikend is, ontstaat er ook weer ruimte voor langetermijnbeleid. Het is verstandig om meer gebruik te maken van bewezen effectieve methoden, vooral gericht op ontwikkeling door scholing, opdoen van vaardigheden en het versterken van het zelfbeeld. Het geloof in eigen kunnen is in belangrijke mate bepalend voor de kans op succes. De vraag is of het huidige beleid van maatregelen en tegenprestatie wel de juiste prikkel geeft. Daarnaast moeten gemeenten niet alleen aan de uitstroom aflezen of  het beleid succesvol is. Kijk integraal naar de brede effecten binnen het sociaal domein en organiseer de toegang goed. Een onjuiste diagnose bij de toegang levert progressief hogere uitgaven op.


Tot slot

De Participatiewet zal de komende jaren onder een vergrootglas blijven. Eind 2019 komt er een eindevaluatie en dat kan naar de verkiezingen in 2021 toe interessant discussiemateriaal opleveren. Gevreesd moet worden dat de politici in Den Haag aanleiding genoeg vinden om weer eens flink aan de bijstandswet te gaan sleutelen. Terugkijkend in de historie hebben we zo eens in de 8 tot 10 jaar een flinke stelselherziening te pakken. Ik gok op 2023, tenzij we 2019 benutten om van de Participatiewet echt een succes te maken. Investeringen in professionals en de doelgroep zijn daarvoor noodzakelijk. Een goede investering is geen kostenpost, maar kan juist een mooi rendement opleveren.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingStimulansz
Kon. Wilhelminalaan 5
3527 LA Utrecht
030 298 28 00
www.stimulansz.nl
info@stimulansz.nl

Alternatieve Troonrede Sociaal domein (podcast)

Afbeelding

Meer nieuws

Masterclass Beleidsadviseur Sociaal Domein

Afbeelding

 

Goed beleid door inzicht in het menselijk gedrag

Lees hier meer

Afbeelding

Schuldhulpverlening

Afbeelding

Alles over sociaal juridische regelingen in één boek:Afbeelding

Whitepapers

Afbeelding

Bloggers