of 60264 LinkedIn

Hoe zit het ook alweer met het huidige en nieuwe woonplaatsbeginsel?

Het zal professionals binnen het sociaal domein niet ontgaan zijn dat de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel een jaar is uitgesteld. Redenen hiervoor zijn de coronacrisis en de herijking van het gemeentefonds. Het uitstel betekent dat de huidige wetgeving (nog) een jaar langer geldt. Tegelijkertijd biedt het gemeenten, gecertificeerde instellingen en jeugdhulpaanbieders meer tijd om de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel voor te bereiden.

Het woonplaatsbeginsel regelt welke gemeente inhoudelijk én financieel verantwoordelijk is voor het bieden van jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Via de juridische helpdesk Inzicht Jeugd ontvangt Stimulansz hierover geregeld vragen. Gemeenten willen graag weten hoe het is geregeld onder de huidige wetgeving maar ze willen ook graag weten hoe het zit na de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Dit geeft aanleiding om in deze blog de stappen voor het bepalen van de verantwoordelijke gemeente op een rijtje te zetten.


Het huidige woonplaatsbeginsel

Bij het huidige woonplaatsbeginsel is het uitgangspunt de woonplaats van de ouder of voogd. Om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is kan het volgende stappenplan worden gebruikt:


1. Is sprake van ouderlijk gezag of voogdij?

Iedere jeugdige onder de 18 jaar staat onder ouderlijk gezag of voogdij. Bepaal of de ouders gezamenlijk gezag hebben of dat sprake is van eenhoofdig gezag. Hebben de ouders geen gezag, bijvoorbeeld omdat het gezag van de ouders is beëindigd, dan wordt voogdij uitgesproken over een minderjarige. Bepaal in dat geval of sprake is van instellingsvoogdij of voogdij bij een natuurlijk persoon, zoals pleegoudervoogdij.


2. Wat is de woon- of verblijfplaats?

Bij ouderlijk gezag volgt de jeugdige de woonplaats van de ouder(s) met gezag. Onder woonplaats wordt de woonstede van een persoon verstaan en als die ontbreekt de plaats van het werkelijk verblijf. De woonstede is de plaats waar iemand werkelijk woont met het gezin, en goederen en eigendommen beheert. Iemand gaat er vandaan met een bepaald doel en heeft tevens het plan om als dat doel is bereikt terug te keren. Voor het bepalen van de woonplaats wordt in beginsel gekeken naar de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP), maar als de feitelijke verblijfplaats anders is, dan is dat bepalend.

 

De woonplaats van de jeugdige volgt de woonplaats van de ouder(s) met gezag als:

  • één ouder het gezag heeft en de ouder in Nederland woont;
  • de ouders gezamenlijk het gezag hebben en de ouders in Nederland wonen. Wonen de ouders niet binnen dezelfde gemeente, bespreek dan waar de jeugdige feitelijk verblijft. Woont de jeugdige niet feitelijk bij een van de ouders, bijvoorbeeld omdat de jeugdige uit huis is geplaatst, dan is leidend bij welke ouder de jeugdige het laatst feitelijk heeft verbleven.

De woonplaats van de jeugdige volgt de woonplaats van de voogd(en) als:

  • de voogdij wordt uitgeoefend door een natuurlijk persoon, zoals bij pleegoudervoogdij.

 

De woonplaats van de jeugdige is het werkelijke verblijf van de jeugdige als:

  • de ouder(s) met gezag in het buitenland woont of de woonplaats onbekend is en de jeugdige in Nederland verblijft;
  • de ouder(s) een briefadres heeft;
  • sprake is van instellingsvoogdij. De jeugdige kan bij de ouder(s) verblijven, maar ook in een pleeggezin of instelling.
  • de jeugdige 18 jaar of ouder is. Bijvoorbeeld bij verlengde jeugdhulp wordt gekeken naar de werkelijke verblijfplaats van de jeugdige als de jeugdige 18 jaar wordt.

 

Voor wat betreft gezagskwesties en verhuizing hebben de jeugdregio’s ook afspraken gemaakt in het convenant woonplaatsbeginsel. Dit geldt tot de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving.


Het nieuwe woonplaatsbeginsel

Bij het nieuwe woonplaatsbeginsel is het uitgangspunt het woonadres van de jeugdige. Daarbij is niet de  juridische woonplaats van de jeugdige leidend, maar de inschrijving in de BRP. Als basis geldt het volgende:

  1. Is sprake van jeugdhulp zonder verblijf?

Bij jeugdhulp zonder verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats de gemeente geldt waar de jeugdige volgens de BRP het woonadres heeft. Is bijvoorbeeld sprake van jeugdhulp zonder verblijf na jeugdhulp met verblijf op grond van de Jeugdwet of verblijf op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, dan geldt als woonplaats de gemeente waar de jeugdige volgens de BRP het woonadres heeft na verblijf. Maar bij jeugdhulp zonder verblijf direct aansluitend op verblijf in een justitiële jeugdinrichting als nazorg, geldt als woonplaats de gemeente waar de jeugdige volgens de BRP het woonadres had onmiddellijk voorafgaand aan het verblijf.

  1. Is sprake van jeugdhulp met verblijf?

Bij jeugdhulp met verblijf geldt als woonplaats de gemeente waar de jeugdige volgens de BRP het woonadres had onmiddellijk voor het (eerste) verblijf. Het kan zijn dat de jeugdige meerdere opvolgende vormen van verblijf heeft. Dan geldt als woonplaats de eerste gemeente waar de jeugdige in verblijf werd geplaatst. De verblijven moeten wel aaneensluitend zijn. Het maakt voor de verantwoordelijkheidstoedeling niet uit of de jeugdige ingeschreven blijft staan op het woonadres in de oorspronkelijke gemeente of wordt ingeschreven op een woonadres in een andere gemeente. Doorgaans betekent het ook dat als een jeugdige op grond van de Jeugdwet in verblijf is en dit verblijf wordt gecombineerd met ambulante jeugdhulp, de oorspronkelijke gemeente voor verblijf voor zowel het verblijf als de ambulante jeugdhulp verantwoordelijk is.

 

Als woonadres volgens de BRP geldt:

  1. Het adres waar de jeugdige woont. Kijk hiervoor naar de inschrijving van de jeugdige in de BRP.
  2. Kan dat niet worden vastgesteld dan geldt als woonplaats de gemeente waar de moeder van de jeugdige ten tijde van diens geboorte als ingezetene staat ingeschreven. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de laatste gemeente niet kan worden bepaald waar een jeugdige een woonadres had voorafgaand aan het (eerste) verblijf ;
  3. Kan ook dat niet worden vastgesteld, dan is de plaats van het werkelijke verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag leidend.


Wat te doen bij onduidelijkheid?

Het kan in de praktijk onder de huidige wetgeving en het nieuwe woonplaatsbeginsel alsnog ingewikkeld zijn om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is, bijvoorbeeld wanneer een jeugdige en/of de ouder(s) met gezag verhuizen naar een andere gemeente of sprake is van verlengde jeugdhulp. Uitgangspunt dient te zijn dat de belangen van de jeugdige vooropstaan en de jeugdige de benodigde hulp krijgt, zonder dat de jeugdige hinder ondervindt van onduidelijkheid over het woonplaatsbeginsel. Krijgt de jeugdige in een andere gemeente jeugdhulp dan de verantwoordelijke gemeente, dan kunnen gemeenten onderling afspraken maken dat de ene gemeente de jeugdhulp feitelijk uitvoert en de andere gemeente het bekostigt. De juridische helpdesk Inzicht Jeugd van Stimulansz denkt graag met u mee over individuele casussen en geeft daarin juridisch advies.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reageer op dit artikel

Door H.G. van Arkel (Pleegouder) op
Wij zijn begin dit jaar al geconfronteerd met het woonplaatsbeginsel voor onze pleegzoon van 19 De gemeente gebruikte dit om zich te onttrekken aan hun zorgplicht. Daarmee werd een passende huisvestings oplossing voor deze kwetsbare jongere getraineerd en werd verwezen naar de gemeente waar hij 15 jaar geleden zijn eerste verblijfsindicatie heeft gekregen. De relatie tussen preventiebeleid van gemeente en de zorg die steeds wordt aangevoerd bestaat zeker in deze situaties in het geheel niet. Vijftien jaar geleden was een gemeente helemaal niet verantwoordelijk voor de jeugdzorg zoals nu. Het is een ordinaire truc om gemeenten die veel zware jeugdzorg hebben binnen hun grenzen niet onterecht op te zadelen met een grote financiele last. Dit kan je ook op een heel andere manier oplossen. Onze pleegzoon is zijn loopbaan in de jeugdzorg begonnen als 1.5 jarige met institutionele mishandeling namelijk 2.5 jaar in een instelling. En nu als 19 jarige kwetsbare jongere met psychiatrische problematiek ieindigt hij die loopbaan met institutionele mishandeling als dakloze. We hebben het al op meer plekkeen gemeld maar de trein dendert door. Voor wie weten wil hoe het echt zit, neem maar contact op. We hebben meer dan 20 jaar ervaring in de pleegzorg en met de veranderingen in de zorg.

Contactgegevens

AfbeeldingStimulansz
Kon. Wilhelminalaan 5
3527 LA Utrecht
030 298 28 00
www.stimulansz.nl
info@stimulansz.nl

Meer nieuws

Afbeelding

Afbeelding

Whitepapers

Masterclass Beleidsadviseur Sociaal Domein

Afbeelding

 

Goed beleid door inzicht in het menselijk gedrag

Lees hier meer

Afbeelding

Alles over sociaal juridische regelingen in één boek:Afbeelding

Afbeelding

Bloggers