of 63561 LinkedIn

"Wie zorgt er eigenlijk voor dat de duurzaamheidsdoelen behaald worden?"

Hoe halen we de duurzaamheidsdoelen wél?

De energietransitie, het woningtekort en de vergrijzing: drie grote uitdagingen voor de toekomst van Nederland. Als we een duurzamere economie willen creëren, zullen we nieuwe bronnen van energie moeten ontwerpen en aanleggen. Als we ervoor willen zorgen dat iedereen in een eigen huis kan blijven wonen, zullen we een gigantisch aantal nieuwe woningen moeten bouwen. En als we met een steeds ouder wordende bevolking de zorg op peil willen houden, moeten de technische hulpmiddelen in ziekenhuizen en in huis van de hoogste kwaliteit zijn.

Dat gaat niet vanzelf. We hebben er mensen voor nodig: technische vakmensen. Mensen die net zo goed met hun hoofd als met hun handen werken. Die nieuwsgierig zijn, vooruit kijken, zichzelf blijven ontwikkelen, kennis delen en inspireren. Zulke vakmensen zijn bij uitstek degenen die zonnepanelen installeren, (energiezuinige) huizen bouwen en tilliften monteren. 

 

Prachtig, nuttig werk, zou je zeggen. Maar helaas leiden we in Nederland jongeren steeds meer theoretisch in plaats van praktisch op. Van de MBO’ers elektrotechniek gaat 90% door naar het HBO; theoretisch hoofdwerk wordt nu eenmaal meer gewaardeerd dan slim met je handen werken. Terwijl theoretici geen leidingen aanleggen. Duizenden vacatures voor MBO-geschoolde vakmensen blijven nu al onvervuld. En dat terwijl er naar schatting de komende jaren ongeveer 23.000 tot 28.000 extra technici nodig zijn om de klimaatdoelen te halen (Ecorys, 2021). De blijvende behoefte aan vakmensen gecombineerd met het dalende aanzien van praktisch geschoold werk is een groot probleem in Nederland. Sterker, zonder vakmensen kunnen we Nederland de komende 100 jaar niet leefbaar houden. We hebben ze hard nodig.

 

Coronatijd: monteurs hebben vitale functies

In coronatijd werd het nog eens extra duidelijk: technische vakmensen hebben een vitaal beroep en werkten stug door - nog steeds repareerden zij leidingen, bouwden zij door aan het nieuwe schoolgebouw, legden zij ventilatiesystemen aan. De vakmensen moesten (en moeten) doorwerken, anders kwam er geen schoon water uit de kraan, hoopten de bergen afval zich op en werkte het internet niet. Daarnaast werken bij veel vakmensen hun partner in de zorg, en dit gaf extra druk op de vakmensen met jonge kinderen thuis. 

 

Een vakman heeft bij uitstek geen ‘bullshit baan’. Antropoloog David Graeber schreef in 2013 een spraakmakend essay (en erna een boek) over ‘bullshit banen’. Hij beschrijft hoe steeds meer mensen ‘nutteloos werk’ hebben, waarbij vooral wordt gekeken naar de perceptie van mensen zelf: als hoe nuttig ervaar je je eigen werk? Uit Nederlands onderzoek blijkt dat kunstenaars hierover het meest twijfelen (22%), gevolgd door pr-functionarissen (21%) en als derde de financieel manager (15%). Van de technici twijfelt maar 1 procent aan het nut van hun eigen werk. Vakmensen voelen zichzelf nuttiger dan managers.

 

Minder managers is beter voor de energietransitie

Managers voelen zichzelf minder nuttig, en dit werd in de tijd van het thuiswerken extra duidelijk. De corona pandemie veranderde het werk van hun managers ingrijpend - zij brachten hun tijd Zoomend door. Zo vergaderde HR-manager Ruud van een energiebedrijf terwijl hij op de zandbakrand zat met zijn 3 kinderen. We hebben allen vele kinderen voorbij zien komen bij overleggen met HR-directeuren en vitaliteitsmanagers. Natuurlijk was het voor hen ook een lastige tijd, maar een monteur zou nooit zijn werk aan de rand van de zandbak kunnen doen (behalve als hij deze moest aanleggen of repareren). Ruud gaf overigens ook eerlijk toe dat hij best gemist kon worden, maar zijn monteurs niet. 

 

De afgelopen decennia hebben we een enorme groei in het aantal managers gezien. De TU in Delft berekende dat het aantal managers tussen 1970 en 2000 is verdrievoudigd. Rond 2010 liepen er ongeveer 340.000 managers rond. Een manager is bij uitstek de tegenhanger van de vakman. Een manager werkt niet tegelijkertijd met zijn hoofd als met zijn handen, een manager praat en delegeert, maar creëert niet. 

 

Onderzoeksjournalist Marcel Metze benoemde in ‘De Hoogmoedigen’ de managers de meest overgewaardeerde klasse - (te) goed betaald, met een twijfelachtige bijdrage aan organisaties en aan de maatschappij. Waarbij je bij managers een toename in het aantal ziet en een onduidelijke bijdrage - die nog eens extra zichtbaar geworden is in corona tijd, zie je bij vakmensen het tegenovergestelde. Terwijl de bijdrage van vakmensen aan hun bedrijf (en hun vitale functie in de maatschappij) het afgelopen jaar erg zichtbaar is geworden, is de bijdrage die maandelijks gestort wordt op hun rekening een stuk lager dan die van een manager. Managers in de bouw en de logistiek verdienen minder dan die in de administratie en zakelijke dienstverlening, maar nog altijd een gemiddeld brutoloon van 6.069 euro. Een monteur verdient maximaal de helft van wat de manager maandelijks gestort krijgt: tussen de 2.500 en 3.000 euro bruto per maand. 

 

Mensen zoeken prestigieus werk – en dus te weinig zoeken een baan als vakman. De Universiteit Maastricht heeft in 2015 onderzoek naar het aanzien van beroepen gedaan en een zogenaamde ‘beroepsprestigeschaal’ ontwikkeld. De ‘hotelmanager’ staat bij de top-50 op plaats 31, de automonteur komt pas op plek 97. Als je kijkt waar mensen op internet zoeken naar vacatures, blijkt dat vooral het werk met prestige (‘accountmanager’ of ‘advocaat’) populair is. Terwijl er tienduizenden vacatures zijn zoekt er ondertussen niemand naar een vacature voor reparatie- en onderhoudsmonteur.

 

Gezamenlijk in actie

Om de zij-instroom en werk-naar-werk echt een boost te geven moeten we met z’n allen praktisch opgeleide vakmensen meer waarderen. Gezamenlijk prestige verhogen, het niet meer hebben over laag/hoog opgeleid maar over praktisch/theoretisch opgeleid, de schoonheid van het vak laten zien en de lonen van vakmensen en managers eerlijker verdelen. Pas als we met elkaar de schoonheid van het vakmanschap inzien kunnen we de tekorten in de techniek echt oplossen – en daarmee onze duurzaamheidsdoelen behalen.

 

Josje Damsma 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.