sociaal / Partnerbijdrage

Eigen bijdrage in de Jeugdzorg

‘Penny wise, pound foolish’. Tel uit je winst...

24 maart 2022
Eigen bijdrage in jeugdzorg

Het plan om een eigen bijdrage voor de jeugdzorg in te voeren lijkt goed nieuws voor Stipter. De maatregel vraagt immers om aanpassing en uitbreiding van software: het hart van Stipter haar expertise. Weer een mooie nieuwe mogelijkheid om zich te onderscheiden van andere softwareleveranciers. Toch is Marvin Hendrikse, lid van de Raad van Bestuur van Stipter, geen voorstander van de eigen bijdrage in de Jeugdzorg. Integendeel. ‘Het risico op zorgmijding en de invoeringskosten staan niet in verhouding tot de mogelijke opbrengsten. Het draagt ook niet bij aan de transitie in het sociaal domein.’

‘We zijn Stipter gestart om bij te dragen aan de beste zorg in Nederland en niet om in een Ferrari te kunnen rijden. Door die passie vinden beleidsmakers mij wel eens op hun pad met een tegengeluid,’ zegt Marvin Hendrikse. En zo springt hij anno 2022 op de bres tegen het plan van het nieuwe kabinet om een eigen bijdrage voor de jeugdzorg in te voeren. De aangekondigde maatregel leverde bij een meerderheid van de Eerste Kamer en bij wethouders van grote steden al forse kritiek op. En de weerstand komt nu ook uit onverwachte hoek: van een ICT-leverancier. ‘Het kabinet presenteert de eigen bijdrage als de heilige graal. Je pakt er meteen een paar honderd miljoen op. Alsof het zo simpel is. Maar dat is dus niet zo,’ zegt Hendrikse. Hij wijst op de extra kosten die de invoering met zich meebrengt: ‘Gemeenteambtenaren moeten aan de slag met de verordening waar de eigen bijdrage in komt te staan. Dan hebben we nog de aanpassing van beleidsstukken en uitvoeringsregels en van de informatievoorziening voor de inwoners.’

Ook zijn medewerkers nodig voor de gesprekken met aanvragers, over de vraag of ze zeker weten dat ze jeugdzorg willen, of ze ervan op de hoogte zijn dat het een product is waarvoor een eigen bijdrage wordt geïnd. En vergeet niet de kosten van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures, aldus de opsomming van Hendrikse: ‘Ik vraag me af of gemeenten en ketenpartijen voor al deze kosten gecompenseerd gaan worden.’

De aanpassing van de software is ook geen kwestie van ‘even invoeren en klaar’, weet Hendrikse inmiddels uit ervaring: ‘Het gaat om veel extra werk voor zowel gemeente als het CAK. Een voorbeeld? Denk aan alle uitzonderingssituaties die je moet opnemen om uitwassen te voorkomen. Geldt de eigen bijdrage ook als ouders gescheiden zijn, als een ouder in het buitenland woont of als het kind jonger dan 14 is? Om nog maar te zwijgen van de vele discussies en besluiten die nodig zijn over welke specifieke vormen van specialistische en zware zorg uitgesloten worden van de eigen bijdrage en hoe je dat allemaal gebruiksvriendelijk in de software verwerkt.’

Tel uit je winst, wil Hendrikse maar zeggen: ‘Het is penny wise, pound foolish. Ik verwacht dat dit voor geen enkele gemeente financieel goed zal uitpakken.’ De juridische haalbaarheid van de eigen bijdrage wordt nog onderzocht. Hendrikse hoopt dat daarbij een principieel argument zwaar weegt: het risico van zorgmijdend gedrag. ‘Het laatste wat je wilt is toch dat financiële afwegingen een rol gaan spelen bij ouders, waardoor ze het nog wel even aankijken. Je wilt die barrières niet. Je wilt het gewoon niet voor het kind. Als er sprake is van lichte verstoringen, wil je daar snel op in kunnen springen. Is het niet voor het kind, dan toch om zwaardere, duurdere zorg te voorkomen. Maatregelen van het kabinet zouden hierbij ondersteunend moeten zijn. Is dit nu een plan die de transitie helpt versnellen? Volgens mij staat het er haaks op.’  

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.